Tweederde kankerpatiënten heeft mond- of gebitsproblemen

Afbeeldingsresultaat voor dentistRuim tweederde van de kankerpatiënten die de vragenlijst heeft ingevuld, ervaart mond- en/of gebitsproblemen. Ze vermoeden dat dit door de behandeling tegen kanker komt. Het merendeel is niet door een zorgverlener geïnformeerd over dit risico. Bovendien geeft 85% van de patiënten aan dat zij niet gewezen zijn op de mogelijkheid tot vergoeding van de extra tandartskosten bij gebitsproblemen na kanker.

Dat blijkt uit een peiling onder 1394 (ex-)kankerpatiënten die NFK (de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties) samen met haar 19 aangesloten kankerpatiëntenorganisaties in augustus heeft gehouden via haar patiëntenpanel Doneerjeervaring.nl.

Door chemotherapie, bestraling of andere behandelvormen tegen kanker kan er schade aan tanden optreden. Ook kunnen mensen last krijgen van bloedend tandvlees en zweren in hun mond. Van de ondervraagden had 28 procent last van beide, kreeg 21 procent (blijvende) gebitsproblemen en 20 procent (tijdelijke) mondproblemen, vermoedelijk door de kankerbehandeling. Acht op de tien mensen (79 procent) die gebitsproblemen kregen, werden hiervoor behandeld door hun tandarts of kaakspecialist. Een meerderheid van de kankerpatiënten (56 procent) is hier niet vooraf over geïnformeerd door hun behandelaar. Drie op de tien mensen werden hier wel op gewezen.

Een overgrote meerderheid (85 procent) kreeg ook niet te horen dat ze bij gebitsproblemen na een kankerbehandeling een beroep kunnen doen op de vergoeding bijzondere tandheelkunde van de basisverzekering. Dat is schrijnend omdat een kwart van de patiënten (24 procent) de tandartskosten zelf heeft betaald. Bij ruim een derde (38 procent) van de patiënten werden de kosten deels vergoed. Slechts 6 procent van de mensen kreeg de kosten terug via de vergoeding bijzondere tandheelkunde. Volgens NFK wordt er vanwege onbekendheid nauwelijks een beroep op deze regeling gedaan. Als mensen voor die vergoeding in aanmerking willen komen moeten ze – voordat hun behandeling start – een tandarts of mondhygiënist bezoeken. Niet alleen om hun gebit te laten reinigen om zo minder vatbaar te zijn voor ontstekingen, maar ook om vast te laten leggen hoe hun gebit erbij staat. Later kan dan vastgesteld worden of problemen met mond en gebit aan de kankerbehandeling te wijten zijn.

NFK gaat er bij Zorginstituut Nederland (ZINL) op aandringen dat de richtlijnen voor gebitsschade als gevolg van kankerbehandeling worden verduidelijkt. Ook wil de federatie meer bekendheid geven aan de regeling voor vergoeding van bijzondere tandheelkunde, zowel bij zorgverleners als zorgverzekeraars. Dan kunnen zij kankerpatiënten hierop wijzen.

Experiment borende mondhygiënist schaadt patiëntenzorg

Afbeeldingsresultaat voor dentistHet besluit van minister Bruins voor Medische Zorg om mondhygiënisten buiten de tandarts om gaatjes te laten boren is buitengewoon onverstandig en schadelijk voor de zorg aan de patiënt. Dat stelt Wolter Brands, voorzitter van tandartsenvereniging KNMT.

De minister maakte vandaag bekend een 5-jarig experiment aan te gaan waarbij mondhygiënisten zonder tussenkomst van een tandarts in een eigen praktijk ‘kleine’ gaatjes mogen boren, röntgenfoto’s mogen maken en verdoving mogen toedienen. Brands noemt dit onbegrijpelijk. “Het is de klok terugdraaien. Overal in de zorg wordt ingezet op samenwerking terwijl de minister met deze plannen juist stimuleert dat zorgverleners in de mondzorg los van elkaar gaan werken. Dat maakt de zorg voor de patiënt inefficiënt, onoverzichtelijk en brengt bovendien risico’s met zich mee. Een solistisch werkende mondhygiënist kan niet de juiste zorg leveren op het moment dat een op het oog ‘eenvoudig’ gaatje dieper blijkt te zijn dan gedacht. Ook kan de mondhygiënist geen spoedbehandeling verlenen bij pijn of complicaties. Dat is beslist niet waar je als patiënt op zit te wachten. Wij hebben dit in onze gesprekken met de minister ook nadrukkelijk benoemd.”

Brands: “Mondzorg is teamwork, zoals dat voor de hele zorg geldt. Mondhygiënisten maken daar onlosmakelijk deel van uit en dat moet wat ons betreft vooral zo blijven. De mondhygiënist is namelijk broodnodig als het gaat om voorlichting over mondverzorging, preventie en de behandeling van tandvleesproblemen. Zoals de tandarts binnen het team degene is die de diagnose stelt, het zorgplan maakt en inhoudelijk de regie heeft over de behandeling. Juist door die goede samenwerking slagen we er in te voorkomen dat er überhaupt geboord moet worden.”

De tandartsen staan niet alleen in hun bezwaren tegen de plannen van de minister. Ook de universitaire opleidingen (die zowel tandartsen als mondhygiënisten opleiden), de zorgverzekeraars én veel mondhygiënisten zelf hebben bedenkingen bij de plannen van de minister. Uit onderzoek van Patiëntenfederatie Nederland blijkt daarnaast dat ook de patiënt er niet op zit te wachten en wil dat de tandarts boort. “Wij begrijpen dan ook niet waarom de minister dit plan doorzet, wetend dat het de zorg niet beter maakt en er weinig draagvlak voor is,” aldus Brands.

De KNMT en haar ruim 10.000 leden voeren de komende tijd campagne om de Tweede Kamer ertoe te bewegen minister Bruins alsnog op andere gedachten te brengen. Onder het motto ‘Mondzorg = teamwork” dragen ze in hun eigen praktijk uit dat de plannen van de minister niet in het belang van de patiënt zijn. Brands: “Wij zeggen: samenwerking in de mondzorg onder medisch leiderschap van de tandarts is de beste waarborg voor optimale patiëntenzorg.”

Ruim 9 op de 10 tandartsen tegen zelfstandig borende mondhygiënist

TeamRuim 9 op de 10 tandartsen ziet het niet zitten dat mondhygiënisten zonder tussenkomst van een tandarts gaatjes gaan vullen, zoals het ministerie van VWS voorstelt. Dat blijkt uit onderzoek van de KNMT waaraan bijna 2.000 leden van de beroepsvereniging voor tandartsen meededen.

Minister Bruins van Medische Zorg liet de Tweede Kamer recent weten bij wijze van experiment mondhygiënisten vanaf 2020 een zelfstandige bevoegdheid te willen geven caviteiten te behandelen, röntgenfoto’s te maken en verdoving te geven. Dus zonder opdracht van een tandarts.

Behalve tegen het zonder opdracht van de tandarts boren van gaatjes, zijn tandartsen in meerderheid ook geen voorstander van een mondhygiënist die zelfstandig röntgenfoto’s maakt (64% tegen). Tegen los van de tandarts verdoving geven zijn veel minder bezwaren: 45% staat er positief tegenover, 22% is neutraal.

Momenteel mogen mondhygiënisten de drie genoemde behandelingen alleen in opdracht van een tandarts uitvoeren. Maar hoe vaak gebeurt dat in de praktijk? Er wordt behoorlijk intensief samengewerkt, zo blijkt uit de cijfers: 71% van de tandartsen geeft wel eens een opdracht aan een mondhygiënist een verdoving te geven en 57% om röntgenfoto’s te maken. Het aantal mondhygiënisten dat in opdracht gaatjes boort is daarentegen erg laag, slechts 17%.

Meer dan 85% van de tandartsen werkt nu samen met een of meer mondhygiënisten. En dat tot héél grote tevredenheid: 98% van de respondenten is blij met die samenwerking. In ruim driekwart van de gevallen werken de tandarts en de mondhygiënist onder één dak; bij een kwart is dat niet het geval.

De KNMT is tegenstander van de plannen van de minister, die samenwerking tegengaan en zo versnippering in de mondzorg bevorderen – en daarmee inefficiëntie en ondoelmatigheid. Er komt ook minder focus op preventie doordat mondhygiënisten andere taken krijgen. Voor patiënten ontstaat onduidelijkheid; bij wie moet ik eigenlijk waarvoor zijn en wie coördineert mijn mondzorg? De KNMT stelt dat mondzorg teamwork is dat onder één dak plaatsvindt (zie www.knmt.nl/taakherschikking), net zoals elders in de zorg gestimuleerd wordt. De plannen die nu op tafel liggen druisen daar juist geheel tegen in.

De vereniging zet haar verzet tegen de plannen van het ministerie de komende tijd dan ook voort, gesterkt door de uitkomsten van de enquête onder haar achterban.

Het onderzoek is uitgezet onder 7539 leden van de KNMT. Daarvan deden er 1953 aan mee, onder wie 88% praktiserende tandartsen. De respons komt daarmee op 26%. De peiling is opengesteld van maandag 19 februari tot en met vrijdag 23 februari.