50-plussers onvoldoende bewust van risico’s vitamine tekorten

Tijdens de 50PlusBeurs is afgelopen week onderzoek gedaan naar de kans op vitamine tekorten en het gebruik van vitamines. Meer dan de helft van de ondervraagde 50-plussers is niet op de hoogte van risico’s op tekorten aan vitamines op oudere leeftijd. Het verhoogde risico op een vitamine B12 tekort, het ontstaan van vitamine- en/of mineralen tekorten bij medicijngebruik en het opvolgen van het advies van de Gezondheidsraad voor vitamine D gebruik kwamen aan bod.

Uit het onderzoek is gebleken dat 54% van de vrouwen tussen de 50-70 jaar en 47% van de mannen en vrouwen boven de 70 jaar zich niet houdt aan het advies van de Gezondheidsraad om extra vitamine D in te nemen. 54% weet niet dat vitamine B12 bij ouderen minder goed wordt opgenomen, waardoor tekorten kunnen ontstaan. Van de 900 ondervraagden gebruikt 51% dagelijks medicijnen. Ruim de helft van alle ondervraagden is niet bewust dat langdurig gebruik van specifieke medicijnen de opname van voedingsstoffen kan remmen en kan leiden tot vitamine- en/of mineralen tekorten.

Specifiek medicijnengebruik kan opname van voedingsstoffen remmen¹ ²
Het gebruik van bepaalde medicijnen kan neveneffecten hebben, zoals verlaging van opname van stoffen uit voeding, verminderde eetlust, verandering in de stofwisseling en verlies van voedingsstoffen via urine. 51% van de deelnemers gebruikt dagelijks medicijnen en 54% van alle ondervraagden weet niet dat langdurig medicijngebruik de opname van voedingsstoffen kan remmen. Mogelijke vitamine tekorten die kunnen ontstaan zijn:

·         metformine (medicijn voor ouderdomsdiabetes – mogelijk tekort aan: vitamine B12, foliumzuur

·         maagzuurremmers – mogelijk tekort aan: magnesium

·         plastablet (verlagen bloeddruk) – mogelijk tekort aan: kalium, magnesium, vitamine B1, zink

·         bij gebruik van meer dan 5 medicijnen tegelijk – mogelijk tekort aan: vitamine D

·         corticosteroïden/bijnierschorshormoon (ontstekingen en bij reacties van het afweersysteem) – mogelijk tekort aan: kalium, foliumzuur, magnesium, vitamine B1, zink, calcium, chroom en vitamine D

Uit recente gegevens van Stichting Farmaceutische Kengetallen (SFK) blijkt dat 65-plussers globaal gemiddeld 4,3 verschillende geneesmiddelen gedurende een heel jaar gebruiken.

Vitamine B12 tekort komt vaker voor bij ouderen
52% in de leeftijdsgroep van 50-60 jaar, 51% van 60-70 jaar en 55% ouder dan 70 is niet op de hoogte van het verhoogde risico op een vitamine B12 tekort. Het lichaam neemt de vitamine, naar mate de leeftijd vordert, minder goed op. Vooral mannen (62%) weten dit niet. Een vitamine B12 tekort kan leiden tot vermoeidheid, prikkelbaar zijn en neurologische klachten. De vitamine kan onder andere fitheid en concentratie gunstig beïnvloeden.

Vitamine D
24% van de vrouwen tussen de 50-70 jaar geeft aan 10 microgram (mcg) vitamine D te slikken, conform het advies van de Gezondheidsraad en 16% slikt een hogere dosering. Bij de 70+ mannen én vrouwen volgt 19% het advies van 20 mcg vitamine D op en kiest 11% voor een hogere inname. Sommigen van de ondervraagden slikt af en toe vitamine D of gebruikt dit alleen in de winter.

Gezondheidswinst voor ouderen
Met vitamines is veel gezondheidswinst te behalen. Het kan ouderen helpen om fit te blijven en ze kunnen met supplementen zelf werken aan een goede gezondheid. Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van calcium en vitamine D het risico op een gebroken heup met 30% verlaagt³. Vitamine D is bijvoorbeeld nodig voor sterke botten en tanden, maar is ook belangrijk om de weerstand en de spierkracht op peil te houden. Ook voor mensen die een winterdipje hebben of wat neerslachtig zijn, kan extra vitamine D ondersteuning bieden.

Informatie over supplementen

Supplementinfo.nl is een onafhankelijk kenniscentrum voor voedingssupplementen. Bezoekers vinden er informatie over de werking van supplementen en welke supplementen wanneer nuttig zijn. In het supplementen ABC en het gezondheids ABC staat informatie per supplement of gezondheidseffect. Een andere manier om te ontdekken wat voor jou een goede keuze is, is de Schijf voor jouw Lijf. Mensen kunnen aan de hand van persona’s waar ze zich in herkennen, ontdekken waar specifieke behoeftes voor voedingssupplementen voor hen persoonlijk liggen.

Bronnen:
¹ Natural Medicines. (2017, 17 mei). Interaction Checker [Food, Herbs, Supplements], Nutrient Depletion. https://naturalmedicines.therapeuticresearch.com/

² Stargrove, M.B., Treasure, J., McKee, D.L. (2008). Herb, Nutrient, and Drug Interactions: Clinical Implications and Therapeutic Strategies (1e ed.). St. Louis, Missouri, United States: Mosby Elsevier.

³ Weaver, C. M., et al. “Calcium plus vitamin D supplementation and risk of fractures: an updated meta-analysis from the National Osteoporosis Foundation.” Osteoporosis International 27.1 (2016): 367-376, https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC4715837/

Start landelijk programma ‘Diagnose Voeding & Gezondheid’

Voeding draagt bij aan een vitaal en gezond leven. Voeding verdient dan ook een prominente rol bij het bevorderen van gezondheid en preventie van chronische aandoeningen. Dat is de overtuiging van de partijen die samen het landelijke programma ‘Diagnose Voeding & Gezondheid’ zijn gestart.

Het aantal mensen in Nederland met een chronische aandoening stijgt van ruim 8,5 miljoen in 2015 naar bijna 9,8 miljoen in 2040, aldus het RIVM. Naar verwachting verdubbelen de zorguitgaven tot 174 miljard euro in 2040. De toename van het aantal chronisch zieken leidt tot een verminderde arbeids- en maatschappelijke participatie en zorgt op individueel niveau voor meer leed en minder geluk. De tweedeling in de maatschappij wordt groter doordat chronische aandoeningen vaker voorkomen bij mensen met een lage opleiding en laag inkomen. Wiebe Draijer, bestuursvoorzitter van Rabobank: ‘geen enkele partij in de samenleving is uitgerust om zelfstandig doorbraken te realiseren op de complexe vraagstukken rond voeding en gezondheid. Daarom zijn wij samen met BeBright initiatiefnemer van deze publiek private samenwerking’.

Diagnose Voeding & Gezondheid is een landelijk programma gestart door een coalitie bestaande uit Rabobank, BeBright, Gemeente Utrecht, Economic Board Utrecht, Jaarbeurs en Zilveren Kruis en wordt ondersteund door de kennisinstellingen: Universiteit Utrecht, Hogeschool Utrecht en UMC Utrecht. Door het starten van een open dialoog en het initiëren van innovaties met een maatschappelijke impact, beoogt de coalitie doorbraken te realiseren op de complexe vraagstukken rond het thema ‘voeding en gezondheid’. ‘Samenwerking is nodig in een ecosysteem van partijen die bereid zijn tot actie en de inzet van kennis, kunde en kapitaal’, aldus Philip J. Idenburg, oprichter van strategie- en innovatiebureau BeBright. Met Utrecht als landingsplaats, levert Diagnose Voeding & Gezondheid een bijdrage aan een vitaler en gezonder Nederland en stimuleert zij de economische groei en het innovatieklimaat.

Voedingssupplementen: onbetrouwbare inhoud en soms gevaarlijk

Een pilletje om de weerstand te verhogen, een capsule om te helpen met afvallen of een poeder om extra lang te kunnen sporten. Voedingssupplementen beloven veel, maar kunnen ongewenste gezondheidseffecten teweegbrengen. Dit staat vermeld in het jaaroverzicht 2016 van het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC), onderdeel van het UMC Utrecht.

Voedingssupplementen kunnen veel verschillende ingrediënten bevatten, van aminozuren en eiwitten, tot kruiden en paddenstoelextracten. In 2016 ontving het NVIC 740 meldingen over voedingssupplementen (exclusief vitamine- en mineralenpreparaten). Deze gingen vaak over jonge kinderen die per ongeluk een voedingssupplement hadden ingenomen, maar ook over het ontstaan van gezondheidsklachten na bewust gebruik, of misbruik, van voedingssupplementen. De meeste meldingen gingen over rustgevende supplementen (489 meldingen).

Onjuist etiket
Uit onderzoek is gebleken dat de informatie op het etiket van voedingssupplementen niet altijd klopt met wat er daadwerkelijk in het supplement zit. De vermelde hoeveelheden wijken af, of er zitten stoffen in het supplement die niet op het etiket genoemd worden. Soms worden zelfs geneesmiddelen of verboden stoffen in voedingssupplementen aangetroffen. Omdat het vooraf niet zeker is wat er precies in een voedingssupplement zit, zijn de risico’s van het gebruik onvoorspelbaar.

Bij meldingen over gezondheidsklachten kan het NVIC voedingssupplementen laten analyseren. Hiervoor werkt het NVIC samen met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Als uit analyse blijkt dat het supplement geneesmiddelen of verboden stoffen bevat, wordt dit gemeld aan de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA). De NVWA kan ingrijpen als er signalen zijn dat het product niet veilig is, of als wet- en regelgeving wordt overtreden. In het kader van dit project zijn in 2016 in totaal acht supplementen geanalyseerd. Twee keer werden verboden ingrediënten aangetroffen, waaronder in een afslankmiddel met de naam Irem Naturel. De NVWA heeft in 2016 een publiekswaarschuwing afgegeven voor het gebruik van onder andere Irem Naturel.

Pre-workout poeders
Het meest risicovol zijn stimulerende sport- en afslankmiddelen. Hierin worden vaak illegale stoffen aangetroffen die serieuze gezondheidsklachten kunnen geven. In 2016 ontving het NVIC opvallend veel meldingen over zogenoemde ‘pre-workout’ poeders. Deze dienen ingenomen te worden voorafgaand aan het sporten. Gegevens van het NVIC, de NVWA en eerdere publicaties tonen aan dat deze producten regelmatig verboden stoffen bevatten die bij een intensieve training een hoog risico op gezondheidsproblemen geven. Dit kan in sommige gevallen leiden tot levensbedreigende situaties.

Olie van de hennepplant
In 2016 ontving het NVIC 64 meldingen over personen die olie van de hennepplant (Cannabis sativa) hadden ingenomen (vijf kinderen en 59 personen ouder dan 13 jaar). Veel van deze patiënten ontwikkelden gezondheidsklachten, zoals misselijkheid, slaperigheid, duizeligheid, verwardheid en versnelde hartslag. Ook hallucinaties traden bij verschillende patiënten op. Er bestaan verschillende soorten olie van de hennepplant. Sommige oliën bevatten psychoactieve stoffen (bv. tetrahydrocannabinol (THC)), anderen bevatten niet-psychoactieve stoffen (bv. cannabidiol (CBD)). Daarnaast bestaat ook synthetische CBD-olie. Hennepolie en CBD-olie bevatten in principe geen THC en mogen onder specifieke voorwaarden verhandeld worden als voedingssupplement op basis van de Warenwet. THC-olie, cannabisolie en wietolie bevatten meestal wel THC, en vallen onder de Opiumwet. De namen van de verschillende oliën worden soms echter door elkaar gebruikt, waardoor vaak niet duidelijk is wat de samenstelling van de olie is. De gegevens van het NVIC wijzen er op dat ook olie die verkocht wordt als CBD-olie soms psychoactieve stoffen bevat.

“Wees je ervan bewust dat het etiket van voedingssupplementen niet altijd klopt. Er kunnen andere stoffen in zitten dan op het etiket vermeld staan. Als je klachten ervaart bij gebruik van een supplement, twijfel dan niet, ga naar je huisarts en neem het supplement mee. Je huisarts kan vervolgens contact opnemen met het NVIC voor overleg”, aldus Irma de Vries, internist-toxicoloog verbonden aan het NVIC.

NVIC 24/7 bereikbaar voor hulpverleners
Het NVIC, opgericht in 1960 en sinds 2011 onderdeel van het UMC Utrecht, is de nationale vraagbaak voor huisartsen, medisch specialisten en andere hulpverleners bij acute vergiftigingen. Het NVIC geeft 24/7 informatie over de effecten en behandeling van vergiftigingen bij mensen en dieren. In Nederland bestaat geen meldingsplicht voor acute vergiftigingen en alleen vergiftigingen waarbij artsen en andere hulpverleners advies nodig hebben, worden bij het NVIC gemeld. In 2016 werd het NVIC 45.978 keer telefonisch geraadpleegd over in totaal 35.109 mensen en 6.170 dieren die waren blootgesteld aan giftige stoffen. Daarnaast is 74.918 keer gebruik gemaakt van de website www.vergiftigingen.info, waar hulpverleners zelf de toxicologische informatie van het NVIC kunnen raadplegen. De meeste informatieverzoeken aan het NVIC betreffen geneesmiddelen (zoals slaapmiddelen en pijnstillers) en huishoudmiddelen (zoals chloorbevattende middelen en vaatwasmiddelen). Door het grote aantal informatieverzoeken per jaar, heeft het NVIC goed inzicht in trends in het aantal vergiftigingen in Nederland.