Minister Bruno Bruins (Medische Zorg) heeft met succes onderhandeld over de prijs van het middel daratumumab in twee verschillende combinatietherapieën voor de vervolgbehandeling van de ziekte van Kahler (multipel myeloom). Bij deze ziekte is er sprake van kwaadaardige woekering van plasmacellen in het beenmerg. Daratumumab was al beschikbaar als zogenaamde monotherapie voor patiënten die al eerder zijn behandeld. Door de prijsafspraken wordt het middel vanaf 1 september voor deze patiënten ook vergoed uit het basispakket als het gebruikt wordt in combinatie met andere middelen.
De afspraak met de leverancier bestaat uit een vertrouwelijke korting. Daarnaast verlaagt de leverancier de openbare prijs met 7,7%. De afspraken gelden tot en met 2021.
Vanwege de vertrouwelijkheid van de afspraken met de leverancier kan de uitkomst van de onderhandelingen niet openbaar gemaakt worden. Wel kan een totaalbeeld gegeven worden. In 2015 en 2016 hebben prijsonderhandelingen met farmaceuten geleid tot een totale besparing van 155 miljoen euro. De resultaten over 2017 worden later dit jaar bekend.
Sluis
Daratumumab werd vanwege de hoge kosten in de ‘sluis’ geplaatst. Dat houdt in dat het middel niet vergoed werd om zo eerst een lagere prijs uit te kunnen onderhandelen met de leverancier. Het onderhandelen gebeurde op advies van het Zorginstituut Nederland. Zij hebben becijferd dat de totale kosten voor daratumumab in de twee betreffende combinatiebehandelingen zou kunnen oplopen tot 57 miljoen euro per jaar als er geen prijsafspraken gemaakt zouden worden.
In de prijsafspraken die nu zijn gemaakt, is ook rekening gehouden met de combinatietherapie waarmee daratumumab ingezet kan worden als startbehandeling voor patiënten met multipel myeloom die niet in aanmerking komen voor stamceltransplantatie. De Committee for Medicinal Products for Human Use van de European Medicines Agency heeft op 26 juli 2018 heeft een positieve opinie afgegeven voor gebruik bij deze patiënten.

Het lijkt niet te lukken om de wachttijden in de GGZ terug te brengen binnen de daarvoor geldende normen1 voor 1 juli 2018. Dat blijkt uit de rapportage die de NZa in opdracht van staatssecretaris Blokhuis heeft gemaakt. Volgens de staatssecretaris blijken de afspraken die de partijen in juli vorig jaar hebben gemaakt te ambitieus. “Ik ben daarover zeer teleurgesteld. Vooral voor de mensen die soms vele maanden moeten wachten op hulp en zorg. Ik ga alle betrokken partijen stevig aanspreken op hun verantwoordelijkheid. De oplossing is niet simpel, maar ik zie echt wel dat er meer kan. Ik ga hierover op zeer korte termijn in gesprek met aanbieders, verzekeraars en de toezichthouders,” aldus de staatssecretaris.
Minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) presenteert vandaag het programma ‘Thuis in het verpleeghuis’. Het programma ‘Thuis in het verpleeghuis’ geeft aan hoe de verpleeghuiszorg de komende jaren merkbaar en meetbaar verbeterd moet worden.