41 procent van de volwassenen drinkt niet of hooguit 1 glas alcohol per dag

In 2019 gaf 41 procent van de Nederlanders aan geen alcohol of niet meer dan 1 glas per dag te drinken. Daarmee voldeden ze aan de richtlijn van de Gezondheidsraad. Van de vrouwen van 18 jaar en ouder was dit ruim 50 procent. Van de ouderen was dit zelfs twee op drie. Volwassenen die maximaal 1 glas alcohol per dag drinken roken minder en gebruiken ook minder drugs. Dit blijkt uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor 2019 van het CBS, in samenwerking met het RIVM en het Trimbos-instituut.

In 2019 gaf bijna 80 procent van de volwassenen aan weleens alcohol te hebben gedronken in de afgelopen 12 maanden. 11 procent van de volwassenen gaf aan het afgelopen jaar geen alcohol te hebben gedronken, maar daarvoor wel ooit. 9 procent had nooit alcohol gedronken. 

Sinds 2015 adviseert de Gezondheidsraad om geen alcohol te drinken of niet meer dan 1 glas alcohol per dag. 41 procent van de bevolking van 18 jaar en ouder voldoet aan deze alcoholrichtlijn; 30 procent van de mannen tegen 53 procent van de vrouwen.

Ouderen voldoen vaker aan de alcoholrichtlijn

Van de mensen van 75 jaar of ouder dronk 66 procent niet of maximaal 1 glas alcoholhoudende drank per dag en voldeed daarmee aan de alcoholrichtlijn. Van de 18- en 19-jarigen voldeed 30 procent aan deze richtlijn.

Onder mensen met een laag inkomen is het aandeel dat niet drinkt of hooguit 1 glas alcohol per dag hoger dan onder de mensen met een hoog inkomen (54 procent tegen 30 procent), ook wanneer rekening is gehouden met verschillen in leeftijd en gezondheid.

Meer rokers onder mensen die niet voldoen aan alcoholrichtlijn

Mensen die niet voldoen aan de alcoholrichtlijn zijn vaker roker dan mensen die er wel aan voldoen: 26 procent tegen 16 procent. Ook het percentage dagelijkse rokers verschilt tussen deze groepen: 18 procent tegen 13 procent.
Van de mensen die aangeven niet of maximaal 1 glas alcohol per dag te drinken zegt 4 procent in de afgelopen 12 maanden drugs te hebben gebruikt, en 3 procent zegt cannabis te hebben gebruikt. Bij de groep die meer dan 1 glas alcohol drinkt per dag was dat respectievelijk 13 procent en 10 procent. Ook wanneer rekening is gehouden met leeftijd en geslacht blijven er verschillen aanwezig.

Steeds meer mensen voldoen aan alcoholrichtlijn

Het percentage volwassenen dat voldoet aan de alcoholrichtlijn is toegenomen ten opzichte van 2014 (voor het vaststellen van deze alcoholrichtlijn) en 2015 (het jaar dat deze alcoholrichtlijn werd ingevoerd). In 2014 dronk ruim 37 procent van de volwassenen geen alcohol of maximaal 1 glas per dag tegen ruim 41 procent in 2019. Ten opzichte van 2018 is het percentage mensen dat voldoet aan de alcoholrichtlijn nauwelijks veranderd.

Blokhuis: stevig inzetten op ambities zout, vet en calorieën

In 2020 moet het makkelijk zijn om niet teveel zout, verzadigd vet en calorieën te consumeren. Daarover zijn in het Akkoord verbetering productsamenstelling ambitieuze afspraken gemaakt. Maar het is de vraag of de gestelde ambities met het huidige tempo wel worden gehaald. Staatssecretaris Paul Blokhuis (VWS) benadrukt vandaag in een Kamerbrief dat alle betrokken partijen er de schouders onder moeten zetten om de ambities voor 2020 te halen, in het belang van gezonde voeding. “Ik vind het belangrijk om hier de komende periode stevig op in te zetten”, aldus Blokhuis.

Maximumnormen voor zout, verzadigd vet of suikers

Het Akkoord is in 2014 gesloten met supermarkten, de levensmiddelenindustrie, horeca en cateraars. Het gaat om het verminderen van hoeveelheden zout, verzadigd vet en suiker en het verkleinen van de portiegrootte van producten. Uit monitoring van de NVWA blijkt dat het zoutgehalte in brede zin in de afgelopen jaren is gedaald. Voor die productcategorieën waarvoor afspraken met maximumnormen voor zout, verzadigd vet of suikers zijn gemaakt, constateren het RIVM en de NVWA dat de productsamenstelling daadwerkelijk verbetert. Ondanks deze geconstateerde verbeteringen geeft een Wetenschappelijke Adviescommissie die de voorstellen van betrokken sectoren beoordeelt aan dat de afspraken die tot op heden gemaakt zijn nog niet ambitieus genoeg zijn.

Gezonde keuze ook de gemakkelijke keuze

Blokhuis: “Er zijn al veel partijen die zich inzetten voor een gezonder aanbod in de winkelschappen. Maar er moet nog veel gebeuren, zodat de gezonde keuze ook de gemakkelijke keuze wordt.”

Kinderen eten te weinig fruit, groente en vis

Normen voeding voor kinderen volgens De Schijf van VijfVeel kinderen van 1 tot 12 jaar eten minder fruit, groente en vis dan aanbevolen. Jongere kinderen eten vaker voldoende fruit, groente en vis dan de oudere kinderen. Dit blijkt uit de Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor, die het CBS afneemt in samenwerking met RIVM en het Voedingscentrum.

In deze enquête beantwoordt een ouder of verzorger vragen over de hoeveelheid fruit, groente en vis die zijn of haar kind eet. Deze opgegeven hoeveelheid is vergeleken met de richtlijnen van het Voedingscentrum, gebaseerd op de Richtlijnen Goede Voeding van de Gezondheidsraad (2015).

Volgens deze richtlijnen aten bijna 4 op de 10 kinderen in de leeftijd van 1 tot 12 jaar in de periode 2014/2016 voldoende fruit, en ruim 4 op de 10 voldoende groente. Iets meer dan de helft van de kinderen in deze leeftijdscategorie at volgens de richtlijnen voldoende vis.

Jongere kinderen eten meer fruit, groente en vis

Jonge kinderen eten vaker voldoende fruit, groente en vis dan oudere kinderen. Bijna de helft van de kinderen van 1 tot 4 jaar at in 2014/2016 volgens de richtlijnen voldoende fruit. Bij kinderen van 4 tot 9 jaar en 9 tot 12 jaar was dat met respectievelijk ruim 4 op de 10 en 2 op de 10 lager. Hetzelfde beeld is bij groente en vis te zien. Vergeleken met de kinderen van 9 tot 12 jaar aten tweemaal zoveel kinderen van 1 tot 4 jaar voldoende groente. Voor vis zijn de verschillen kleiner.

Kinderen met hoogopgeleide ouder eten gezonder

Kinderen van 1 tot 12 jaar van wie de ouder of verzorger een hoog onderwijsniveau heeft, voldoen vaker aan de normen dan kinderen met een middelbaar of laagopgeleide ouder. Zo voldoen ruim 4 op de 10 kinderen met een hoogopgeleide ouder aan de fruitnorm, tegen ruim 3 op de 10 met een laagopgeleide ouder.