NGS-masseurs moeten rol krijgen bij herstelzorg corona

“NGS-masseurs moeten rol krijgen bij herstelzorg corona”

Vermoeidheid, kortademigheid, conditieverlies en spierpijn. Dit zijn enkele van de klachten die mensen kunnen overhouden na COVID-19. Een deel van de patiënten houdt nog maanden na de infectie last. Er is nog steeds geen wetenschappelijk bewijs voor de optimale nazorg voor ex-coronapatiënten. Massage valt niet onder officiële herstelzorg. Dat moet veranderen geeft directeur Anja Bruinsma van het Nederlands Genootschap voor Sportmassage (NGS) aan.

“Partijen die in de herstelzorg werken, zoals fysiotherapeuten en huisartsen, kunnen niet meer om de NGS-masseur heen. In de praktijk wordt de kwaliteit van de NGS-masseur vaak niet ingezien. Dit komt omdat masseur een vrij beroep is. Toch voldoen masseurs wel degelijk aan kwaliteit. Erkend NGS-masseur word je niet zomaar. Daar gaat een opleiding van negen maanden en een theorie- en praktijkexamen aan vooraf. In de opleiding is veel aandacht voor anatomie, fysiologie, preventie, (sport)verzorging, kwaliteitszorg, wet- en regelgeving, functietesten en natuurlijk verschillende massagetechnieken. Na het behalen van het diploma krijgt men een licentie om de kennis en kunde op peil te houden. Om de licentie geldig te houden moet een NGS-masseur zich blijven scholen.”

Hoe kan de NGS-masseur ex-covid patiënten helpen?

Via diverse massagetechnieken kan de NGS-masseur helpen om:
1. De ademhalingsspieren te ontspannen
2. Vermoeidheid te reduceren
3. Het immuunsysteem te activeren
4. Spierzwakte te reduceren

Ook zorgt de NGS-masseur ervoor dat de disbalans in het lichaam weer wordt genormaliseerd. Die disbalans is ontstaan uit angst. Veel mensen vragen zich af of ze corona zullen krijgen en hoe erg het dan zal zijn. Die angst zorgt voor een vegetatieve disbalans. En als iemand gestrest is, gaat hun ademhaling hoog zitten. In plaats van een buikademhaling gaan mensen veel vaker via de borst ademhalen. Daar word de persoon vervolgens heel moe van. Dat geldt ook voor ex-coronapatiënten. NGS-masseurs kunnen helpe of abruinsma@ngsmassage.nl. n om het welzijn van mensen te verbeteren. Een massage ondersteunt het zelf herstellend vermogen van het lichaam en zorgt voor minder stress. Dat is wetenschappelijk bewezen.[1]

Waar te vinden?

Iedereen in Nederland mag zich masseur noemen. Om er zeker van te zijn dat mensen een masseur bezoeken die een diploma heeft behaald en zich via bijscholingen up-to-date houdt van de laatste trends en ontwikkelingen bezoeken ze een NGS-masseur. Ze zijn te vinden op www.vindeenmasseur.nl/

Een derde van de mensen met zeldzame kanker krijgt niet direct juiste diagnose

Voordat de juiste diagnose gesteld wordt, krijgt een derde van de mensen met een zeldzame vorm van kanker eerst een of meerdere verkeerde diagnoses te horen. Vier op de tien van deze patiënten heeft een behandeling, therapie of medicatie voor die onjuiste diagnose(s) gehad.

Dit blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) onder 2027 mensen die een zeldzame vorm van kanker hebben (gehad). Volgens de kankerpatiëntenorganisaties zou vertraging in het stellen van de juiste diagnose mogelijk een van de verklaringen kunnen zijn waarom mensen met een zeldzame vorm van kanker gemiddeld een 15% slechtere overlevingskans hebben dan mensen met een veelvoorkomende vorm van kanker (bron: IKNL, 2018).

Tijdens de ‘Week van de Zeldzame Kankers’ roept de federatie daarom samen met KWF op om mensen met zeldzame vormen van kanker te laten onderzoeken en behandelen in (nog aan te wijzen) gespecialiseerde centra, bij voorkeur in Universitair Medische Centra (UMC’s). Bij sommige zeldzame kankers, zoals sarcomen en hoofdhalskanker zijn daar al landelijke afspraken over gemaakt. Voor bloed- of lymfeklierkanker is afgesproken dat elke patiënt met een gespecialiseerd centrum wordt besproken. Deze peiling laat zien dat 51% van de mensen met zeldzame kanker in een UMC wordt behandeld. NFK vraagt zich af of alle mensen met zeldzame kanker wel gespecialiseerde zorg krijgen.

Jaarlijks krijgen ongeveer 20.000 mensen een zeldzame vorm van kanker. Nederland telt 130.000 mensen met een zeldzame kanker zoals anuskanker, galwegkanker, vulvakanker, schildklierkanker en hersentumor. Uit de online peiling blijkt dat de meeste mensen met een zeldzame kanker met hun klachten naar de huisarts gingen. De helft van hen werd binnen twee weken naar het ziekenhuis verwezen, maar bij bijna een kwart duurde dit drie maanden of langer, bij een op de tien meer dan een jaar.

Voor bijna een derde van de respondenten geldt dat er meer dan vier weken tussen het eerste gesprek met de arts in het ziekenhuis en het horen van de diagnose zeldzame kanker zat. De geldende beroepsnorm van SONCOS schrijft voor dat een diagnose in principe binnen drie weken na het eerste polibezoek gesteld moet worden. Bij verwijzing naar een ander ziekenhuis geldt voor dit ziekenhuis de norm opnieuw. 8% van de mensen met zeldzame kanker geeft aan dat het een half jaar of langer duurde voordat de diagnose werd gesteld, na het eerste gesprek met een arts in het ziekenhuis.

Bij twee derde van de respondenten was de eerste diagnose meteen de juiste. Bijna een vijfde kreeg echter één verkeerde diagnose, en een op de acht meerdere verkeerde diagnoses. Van de mensen met een of meerdere verkeerde diagnoses kreeg vier op de tien hier ook een behandeling voor.

Volgens NFK is de late of verkeerde diagnose voor een progressieve ziekte als kanker zorgelijk. Het is van groot belang om kanker in een zo vroeg mogelijk stadium te signaleren. Dit om uitbreiding van de ziekte voor te zijn en zo de kansen op een succesvolle behandeling te vergroten. ,,Het is begrijpelijk dat de huisarts niet meteen bij iedere klacht aan kanker denkt. Maar als de klachten voortduren dan is het belangrijk dat er ook aan de mogelijkheid van een zeldzame kanker wordt gedacht. Wij vragen huisartsen dan ook om vooral niet te lang te wachten met verwijzen naar het ziekenhuis voor vervolgonderzoek”, zegt directeur-bestuurder van Arja Broenland van NFK.

Een zeldzame kanker is vaak moeilijker te diagnosticeren dan een niet-zeldzame vorm. Broenland: “Daarom is het van belang om tijdig te verwijzen naar gespecialiseerde centra. Geen of een foutieve diagnose geeft mensen veel zorgen en onzekerheid. Daarnaast is behandeling van een onjuiste diagnose ineffectief en kan het bijwerkingen geven. Ook kan de kanker zich in de tussentijd zonder effectieve behandeling verder uitbreiden.” Om het onderzoek naar en diagnostiek en behandeling van zeldzame vormen van kanker te optimaliseren bespreekt NFK de resultaten van de peiling met het Dutch Rare Cancer Platform (DRCP), een landelijke multidisciplinaire groep van experts zeldzame kankers.

Om mensen met een zeldzame kanker te ondersteunen heeft NFK in 2019 het Patiëntenplatform Zeldzame Kankers (zeldzamekankers.nl) opgericht. In de Week van de Zeldzame Kankers bundelen NFK en KWF hun krachten om meer aandacht te vragen voor het platform en de noodzaak van meer kennis en aandacht voor goede diagnostiek. Johan van de Gronden, directeur van KWF: ,,Ik wil dat het overlevingspercentage voor mensen met een zeldzame vorm van kanker omhoog gaat. Het mag niet uitmaken welke soort kanker je krijgt, een zeldzame vorm of een vorm die vaak voorkomt. Met gespecialiseerde centra kunnen we daar echt een belangrijke bijdrage aan leveren.”

Van 8 t/m 14 maart zal onder meer iedere dag een patiënt zijn of haar ervaringsverhaal delen op zeldzamekankers.nl. Vanaf 22 maart start KWF met een vervolgcampagne om landelijk meer aandacht voor zeldzame kankers te vragen.

Minister Bruins verstevigt aanpak onnodig gebruik zware pijnstillers

Bruno Bruins.

Minister Bruins voor Medische Zorg presenteert vandaag de eerste resultaten van de aanpak om het groeiende gebruik van zware pijnstillers tegen te gaan. Om kennis en bewustzijn bij patiënten en zorgverleners te vergroten gaat er vanaf vandaag een website in de lucht met informatie over deze geneesmiddelen. Daarnaast worden richtlijnen in de zorg verder aangescherpt en zijn er afspraken gemaakt over verantwoord voorschrijven en afleveren van deze pijnstillers. Ook stelt de minister een speciale groep van experts in om illegale handel in opioïde pijnstillers te onderzoeken en tegen te gaan. Uit voorlopige cijfers over de eerste twee kwartalen van dit jaar blijkt het aantal gebruikers van zware pijnstillers te zijn gedaald.

De minister heeft eerder dit jaar een taakgroep opioïden ingesteld met vertegenwoordigers uit het brede zorgveld. Deze groep is de afgelopen maanden aan de slag gegaan met de uitvoering van de actie-agenda opioïden die de minister in februari jl. heeft aangekondigd. Vandaag zijn de eerste resultaten en maatregelen bekendgemaakt voor de korte en lange termijn. Het doel is om de gesignaleerde problemen terug te dringen en onnodig en langdurig gebruik van zware pijnstillers te voorkomen.

Minister Bruins: “Onnodig en onverantwoord gebruik van zware pijnstillers moet stoppen. We willen hier geen Amerikaanse toestanden, daarom heb ik maatregelen genomen. De afgelopen periode is hier door zorgverleners en experts binnen de taakgroep hard aan gewerkt. Mensen moeten duidelijker geïnformeerd worden over de risico’s wanneer zij deze pijnstillers verkeerd of voor een langere periode gebruiken. Hier ligt ook een belangrijke taak voor ziekenhuizen, artsen en apothekers. Een goede begeleiding van de patiënt is essentieel. Ook komt er meer onderzoek naar het gebruik van deze pijnstillers en wat de gevolgen hiervan zijn. Tot slot wil ik zicht op de omvang van mogelijk illegale handel. De daling van het aantal gebruikers van deze zware pijnstillers is bemoedigend. Er is al veel werk verzet, maar we zijn er nog niet. Nu gaan we verder doorpakken.”

De minister benadrukt dat het belangrijk is dat er geen wantrouwen tegenover deze geneesmiddelen mag ontstaan. Opioïde pijstillers zijn namelijk van groot belang voor patiënten met zware pijnklachten, bijvoorbeeld na een operatie.

De acties van de taakgroep zijn gericht op een aantal belangrijke thema’s.

Vergroten bewustzijn en kennis

Voorschrijvers en patiënten hebben aangegeven behoefte te hebben aan goede informatie. Daarom is vanaf vandaag de website www.opiaten.nl in de lucht. De website biedt tegenwicht aan informatie uit onbekende of onbetrouwbare bron. Ook is er voor patiënten – laagdrempelig en in begrijpelijk taal – voorlichtingsmateriaal ontwikkeld. Voor zorgverleners zijn er e-learnings samengesteld.

Aanscherpen van standaarden en richtlijnen

Zorgverleners hebben afspraken gemaakt over het aanscherpen van richtlijnen. Ze zijn aan de slag gegaan met belangrijke aandachtspunten en kijken kritisch naar herhaalrecepten, ontslagmedicatie na ziekenhuisopname en verantwoord afbouwen. Ook komt er in 2020 een afbouwprotocol voor een groep patiënten in de verslavingszorg. Verder zijn apotheken extra alert op vervalste recepten.

Tegengaan van illegale handel

Minister Bruins maakt zich zorgen over de signalen over mogelijk illegale handel in opioïden en de gevolgen op het problematisch gebruik. Om grip te krijgen op deze ‘zwarte markt’ zal de minister een aparte groep van de taakgroep instellen met in ieder geval vertegenwoordigers van de Inspectie, Openbaar Ministerie en de politie. Deze groep informeert de minister over de omvang in de illegale handel in opioïde pijnstillers in Nederland en geeft advies hoe deze het best te ontmoedigen en te bestrijden.

Vergroten van (wetenschappelijke) kennis

Om het kennisniveau over het gebruik van opioïden en de gevolgen daarvan te verhogen heeft de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een subsidie toegekend aan een project waarin de universiteiten van Utrecht, Leiden en Nijmegen de komende vijf jaar nauw gaan samenwerken met tal van experts in het hele land.

Sommige patiënten lopen bij langdurig gebruik een hoog verslavingsrisico. Om vast te kunnen stellen om welke patiënten het gaat, kunnen voorspellende tests waardevol zijn. Hiermee kan problematisch gebruik in de toekomst worden voorkomen. De taakgroep is hierover in gesprek met het Erasmus MC over het doen van onderzoek.

Taakgroep

De taakgroep opioïden staat onder leiding van het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). De volgende partijen nemen deel aan de groep: NHG, KNMP, NVZA, NVA, VVGN en Patiëntenfederatie Nederland.