Radboudwetenschappers winnen ‘Memprize’ voor beste studeermethode

Taalapp Memrise heeft de winnaar bekendgemaakt van de eerste Memprize: een internationale wedstrijd met als doel de beste studeermethode te ontwikkelen. Het winnende team van onderzoekers van de Radboud Universiteit en het Radboudumc werd als winnaar bekroond na ruim een jaar aan experimenten met meer dan 10.000 deelnemers.

De taak van de internationale wedstrijd was simpel: verzin een manier waarop proefpersonen zo effectief mogelijk de betekenis van 80 vreemde woorden leren, binnen één uur tijd. De winnende leermethode die het Radboudteam ontwikkelde, is een slimme combinatie van technieken en strategieën gebaseerd op onderzoek naar geheugen en leren. De gegevens werden verzameld in het Donders Institute en het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit. Sommige van de teamleden werken inmiddels elders, zoals te lezen in de bio’s onderaan.

Beste en leukste methode
Met de Nijmeegse methode verdubbelde (gemiddeld genomen) de geheugenprestatie van de proefpersonen, vergeleken met de standaardtechniek van herhaaldelijk studeren. De winnende methode combineert adaptieve herhalingsoefeningen – waarbij de woorden die het moeilijkst te onthouden zijn vaker worden herhaald – en een introductie in mentale inbeelding. Dit is een unieke eigenschap van het programma: de proefpersonen moesten zich woorden in bepaalde ruimtes inbeelden, zodat ze zich die woorden later konden herinneren per kamer. Het Nijmeegse programma was het meest effectief, maar deelnemers vonden deze methode bovendien de leukste van alle inzendingen. Alle gegevens en bevindingen van het project worden binnenkort openbaar gemaakt op www.memprize.com, en zullen worden beschreven in een gezamenlijk wetenschappelijk artikel van alle onderzoekers die meededen aan de wedstrijd.

Slimmer studeren
De Memprize bestaat uit 10.000 dollar, die het team onderling gaat verdelen. ‘We zijn erg blij met de prijs’, vertelt Gesa van den Broek, promovendus binnen het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit en leider van het Nijmeegse Memrise-team. ‘Dit was een fascinerend project, waarin we onze verschillende wetenschappelijke achtergronden konden combineren. We hopen dat de resultaten meer aandacht opleveren voor belangrijke bevindingen in onderzoek naar leren. Mensen die de basismechanismen van het geheugen beter begrijpen, kunnen bijvoorbeeld slimmer studeren. Het zou daarom fantastisch zijn als de ideeën uit dit project worden geïntegreerde in de ontwikkeling van effectieve studeerapps, een proces waar ons team graag aan mee wil werken.’ Naast Gesa van den Broek waren de andere teamleden Anke Marit Albers, Ruud Berkers, Paul Konstantin Gerke, Marlieke van Kesteren, Boris Konrad, en Nils Müller – zie ook de bio’s onderaan.

Memprize is de eerste wedstrijd die objectief de effectiviteit van verschillende, onafhankelijk ontworpen leermethoden vergelijkt. Onder de deelnemers waren onder meer teams van het Massachusetts Institute of Technology (MIT) en de Universiteit van Oxford. De Memprize finalisten werden beoordeeld door een panel van vooraanstaande cognitiewetenschappers, waaronder Robert Bjork, Distinguished Professor of Psychology aan UCLA, en Dr. Yana Weinstein, Assistant Professor of Psychology aan UMass Lowell.

Het Radboudteam

  • Gesa van den Broek – Gesa doet promotieonderzoek bij het Behavioural Science Institute van de Radboud Universiteit en leidde het Memrise-project. Ze is gespecialiseerd in woordenschatoefeningen in het vreemdetalenonderwijs en onderzoekt onder andere het effect van oefentoetsen en hoe je herhalingen efficiënt kunt timen door middel van computermodellen.
  • Marlieke van Kesteren – Marlieke was de initiatiefnemer voor deelname aan de wedstrijd en bracht het team bij elkaar. Ze doet onderzoek naar het effect van voorkennis op het onthouden van nieuwe informatie, eerst bij het Donders Institute, toen met een Rubicon-subsidie aan Stanford University (USA) en nu met een Marie Curie fellowship aan de VU Amsterdam.
  • Anke Marit Albers – Anke Marit promoveerde binnen het Donders Institute op onderzoek naar visualisaties in de hersenen en de rol van het werkgeheugen daarin. Ze ontdekte eerder al dat ingebeelde plaatjes te erkennen zijn in hersenscans – wellicht een voorzichtige eerste stap naar gedachten lezen.
  • Ruud Berkers – Ruud promoveerde binnen het Donders Institute op onderzoek naar de invloed van voorkennis, slaap en emoties op het opslaan van nieuwe informatie in het langetermijngeheugen. Hij was actief als blogger op de populaire neurowetenschappelijke blog Donders Wonders. Ruud werkt momenteel bij het Max Planck Institute for human cognitive and brain sciences in Leipzig
  • Boris Konrad – Boris doet niet alleen onderzoek naar het geheugen, maar is ook een ervaringsdeskundige wat betreft het ‘superchargen’ daarvan. Hij is namelijk geheugenatleet en doet mee aan internationale wedstrijden waarbij je zoveel mogelijk informatie moet onthouden. Naast zijn werk als postdoctoraal onderzoeker bij het Donders Institute geeft hij bovendien geheugentrainingen.
  • Nils Müller – Nils is promovendus bij het Donders Institute en onderzoekt de verschillen in het gebruik van voorkennis tussen kinderen en volwassenen bij het leren van nieuwe kennis.
  • Paul Konstantin Gerke – Paul heeft een achtergrond in kunstmatige intelligentie en software engineering. Hij heeft het team geholpen bij het ontwikkelen van het oefenprogramma, met name het realiseren van een intelligente spreiding van herhalingen. Paul werkt bij het Radboudumc

1e, 2e en 3e lijns samenwerking klinisch chemische en hematologische diagnostiek en bloedtransfusie

Het laboratorium voor Klinische Chemie en Haematologie (LKCH) van het UMC Utrecht en Result Laboratorium BV zijn een intensieve samenwerking aangegaan. Hiermee is een uniek samenwerkingsverband ontstaan, waarbij de 1e, 2e en 3e lijns diagnostiek op een geïntegreerde wijze ter beschikking komen aan de patiënt en zorgverlener. De krachten van de twee laboratoria op het gebied van diagnostiek, onderzoek, innovatie, onderwijs en bedrijfsvoering worden gebundeld waarmee de kwaliteit en efficiency van de zorg wordt verbeterd.

Het ‘1-2-3 Laboratoria’-concept realiseert voor alle aanvragers een directe toegang tot zowel 1ste, 2e als 3e lijn expertise en faciliteiten. Hiermee wordt  een breed diagnostiek pakket gegarandeerd, gesuperviseerd door een grote groep laboratoriumspecialisten die het volledige terrein van de klinische chemie beheersen en zo een goede consultatieve dienstverlening waarborgen. Daarnaast levert de samenwerking unieke mogelijkheden voor innovatie en wetenschappelijk onderzoek op en zal het onderwijs- en nascholingspakket kunnen worden uitgebreid.

Doorverwijzen niet altijd meer nodig
Een patiënt komt bij de huisarts en die besluit na onderzoek en gesprek laboratoriumonderzoek aan te vragen. Veelal komt de uitslag terug en kan de huisarts samen met de patiënt de beste behandeling kiezen. Maar soms blijkt de uitslag van het onderzoek te wijzen op een mogelijk ingewikkelder oorzaak dan aanvankelijk gedacht. Vaak wordt een patiënt dan doorverwezen naar een specialist, voor verder onderzoek. “Maar dit is lang niet altijd nodig”, zegt dr. Warry van Gelder, medisch directeur van Result laboratorium. “Dankzij het 1-2-3-concept hoeft de patiënt bij wijze van spreken geen stap buiten de spreekkamer van de huisarts te zetten, terwijl het bloedmonster in de meest geavanceerde laboratoria van Nederland wordt onderzocht.” De uitslag en de interpretatie daarvan komen terug bij de huisarts, die dan samen met de patiënt kan besluiten wat er het beste kan gebeuren. Soms betekent dat alsnog een afspraak bij een specialist, maar dit is dan lang niet altijd nodig.

Dit samenwerkingsverband start in een verzorgingsgebied van circa 1,5 miljoen mensen, circa 9% van de Nederlandse bevolking. “Uiteraard hopen we dat dit initiatief navolging krijgt”, vertelt prof. Wouter van Solinge, hoofd van het LKCH van het UMC Utrecht. “Iedereen wil graag verzekerd zijn van de beste diagnose. De kracht van dit concept ligt in de directe toegang tot deze laboratorium experts, gecombineerd met en ondersteund door de nieuwste inzichten in het diagnosticeren van ziekten die big data analyses ons leren. De schaalgrootte van dit samenwerkingsverband biedt een schat aan gegevens die ons in staat stellen ziektes nog eerder op te sporen en de uitkomst van behandelingen beter te voorspellen”.

Bewegen voor ouderen belangrijker dan gezond gewicht

Senior_met_gieter_in_kas-grOuderen met overgewicht hebben meer baat bij beweging dan bij een gezond gewicht. Alleen voldoende lichamelijke inspanning kan het risico op hart- en vaatziekten verkleinen.

Die conclusie trekken onderzoekers van het Erasmus MC op basis van het bevolkingsonderzoek ERGO. Zij publiceerden hierover afgelopen week in het wetenschappelijke tijdschrift European Journal of Preventive Cardiology.

Genuanceerd
Dat overgewicht en obesitas het risico op hart- en vaatziekten vergroten, is inmiddels bekend. De meeste mensen krijgen dan ook het advies om af te vallen. “Maar bij 65-plussers ligt dit genuanceerder. In onze studie vinden we dat bewegen op hogere leeftijd belangrijker is dan het hebben van een gezond gewicht, als we kijken naar het risico op hart- en vaatziekten”, zegt Chantal Koolhaas van de afdeling Epidemiologie van het Erasmus MC.

Wandelen
“Zelfs ouderen met een gezond gewicht kunnen het risico verkleinen door dagelijks voldoende te bewegen. Het gaat dan niet eens zozeer om intensief bewegen, maar om de dagelijkse huishoudelijke zaken zoals fietsen, wandelen of tuinieren.”

Verband
De onderzoekers volgden gedurende 15 jaar meer dan 5.000 ouderen van gemiddeld 70 jaar. Ze keken onder andere naar hun gewicht, leefstijl, voeding en eventuele erfelijke hart- en vaatziekten. 16% van deze ouderen werd in de loop van de tijd ziek, maar de onderzoekers constateerden bij deze hart- en vaatpatiënten geen direct verband met hun gewicht, wel bij lichamelijke inspanning.

Ziek
Koolhaas: “Bij mensen met overgewicht zien we dat het risico op een hartaanval of beroerte verdwijnt, zodra ze ongeveer vier uur per dag aan lichaamsbeweging doen. Van de te zware ouderen die ongeveer twee uur per dag bewogen, werd een op de drie ziek.”

Conclusies
De onderzoekers benadrukken dat deze conclusies niet zonder meer van toepassing zijn op andere leeftijdsgroepen. De wetenschappelijke publicatie is terug te vinden op de website van European Journal of Preventive Cardiology.