UMCG zet technisch geneeskundigen in bij zorg voor patienten

Afbeeldingsresultaat voor Martin Kneyber

Martin Kneyber

Het UMCG zet vanaf januari 2017 technisch geneeskundigen in op de afdelingen kinderintensive care en chirurgie. Het gaat om zogenoemde ‘fellowships’ in samenwerking met de Universiteit Twente, waarbij twee technisch geneeskundigen in het ziekenhuis verder worden opgeleid in de patiëntenzorg.

Op de afdeling kinderintensive care (IC) van het Beatrix Kinderziekenhuis wordt de technisch geneeskundige opgeleid tot een academisch geschoolde ‘respiratory therapist’. Deze wordt verantwoordelijk voor de beademing van ernstig zieke kinderen en het introduceren van nieuwe technieken om een meer op de individuele patiënt afgestemde beademing mogelijk te maken.

Martin Kneyber, medisch hoofd van de kinder IC: “Beademing van ernstig zieke kinderen lijkt iets gewoons omdat het de dagelijkse praktijk op een IC is. Maar we weten dat als we het niet goed doen en daarmee de longfunctie van kinderen nadelig beïnvloeden, het gevolgen heeft voor kwaliteit van leven en functioneren op volwassen leeftijd. Daarom is een toegewijde zorgprofessional in de vorm van een technisch geneeskundige noodzakelijk bij de beademing van kinderen op de intensive care.”

Op de afdeling hepato-pancreato-biliaire chirurgie worden patiënten behandeld met lever-, galweg- en alvleesklieraandoeningen. Hier wordt de technisch geneeskundige ingezet bij een minder belastende, effectieve behandeling van patiënten met leverkanker. Bij deze behandeling wordt met een naald de tumor aangeprikt en met microgolven verhit. De naald wordt zeer nauwkeurig ‘gestuurd’ door een robotarm die daarbij gebruik maakt van scanbeelden van de tumor.

Chirurg Koert de Jong: “De technisch geneeskundige gaat ons helpen
om de hittebehandeling nog beter te maken. We verwachten dat de combinatie van dokter en technologisch expert een grote meerwaarde gaat opleveren, waar de patiënt uiteindelijk baat bij heeft.”

Cystic fibrosis straks wellicht geen dodelijke ziekte meer

Het UMC Utrecht en de Nederlandse Cystic Fibrosis Stichting (NCFS) gaan intensief samenwerken op gebied van wetenschappelijk onderzoek. De ambitie is om komende vier jaar geïndividualiseerde behandeling voor alle mensen met cystic fibrosis (CF) in Nederland te realiseren. Als dat lukt, is CF in de toekomst wellicht geen dodelijke ziekte meer.

Beide instellingen ondertekenden woensdag 11 januari een strategische alliantie-overeenkomst. Een dergelijke nauwe samenwerking tussen een ziekenhuis en een patiëntenorganisatie is in Nederland uniek.

NIEUWE GENEESMIDDELEN
“Er komen nieuwe geneesmiddelen die niet alleen de symptomen van CF bestrijden, maar die óók de oorzaak van CF in de cel aanpakken. Maar iedere patiënt reageert weer anders, want er zijn heel veel verschillende genetische vormen van CF. Voorspellen welk geneesmiddel bij welke patiënt gaat werken is daarom erg belangrijk’ aldus prof. dr. Kors van der Ent, hoogleraar kinderlongziekten in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ), onderdeel van het UMC Utrecht.

EFFICIËNT TESTEN
Samen met het Hubrecht Instituut ontwikkelde het ziekenhuis een innovatieve methode voor het testen van medicijnen in stamcellen van de patiënt. Na een eenmalige afname van wat stamcellen kunnen deze oneindig worden ingevroren, ontdooid en opgekweekt. Hierdoor kunnen op een efficiënte manier grote aantallen geneesmiddelen tegelijkertijd worden getest. Ook voor patiënten met zeer zeldzame mutaties kunnen zo medicijnen worden ontwikkeld.

STERKERE POSITIE
De alliantie zal nauw samenwerken met artsen en onderzoekers uit andere Nederlandse CF-centra en met internationale partners. Het doel is de kennis zo breed mogelijk beschikbaar te maken voor patiënten in Nederland en daarbuiten. NCFS-directeur Jacquelien Noordhoek: “Door deze alliantie ontstaat een sterke positie om het onderzoeksprogramma en de benodigde financiering te realiseren. Wetenschappelijk onderzoek kan hierdoor sneller worden uitgevoerd, bij grotere groepen patiënten en de resultaten komen sneller bij de patiënten terecht.

CYSTIC FIBROSIS
Cystic Fibrosis, ook wel taaislijmziekte genoemd, is een erfelijke, chronische ziekte. De longen, lever, darmen en andere organen worden door de ziekte ernstig aangetast. De gemiddelde levensverwachting voor mensen met Cystic Fibrosis is op dit moment ongeveer 40 jaar. Op locatie WKZ (kinderen) alsmede op locatie UMC (volwassenen) wordt zorg verleent aan een grote groep kinderen en volwassenen en verricht men baanbrekend translationeel onderzoek naar deze aandoening.

PATIËNTENORGANISATIE
De NCFS is een Nederlandse patiëntenorganisatie en gezondheidsfonds, dat de belangen behartigt van mensen met Cystic Fibrosis (CF) en onderzoek naar CF stimuleert en faciliteert. De voorkeuren van patiënten en ouders worden iedere vijf jaar gepeild, waarna de onderzoeksprioriteiten worden vastgesteld. Onderzoek naar het basisdefect in de cel bij CF heeft verreweg de hoogste prioriteit. Voor meer informatie, ga naar www.ncfs.nl

Mogelijk nieuw middel voor hepatitis C op het spoor

Onderzoekers van het AMC en UMCG hebben een mogelijk nieuw medicijn voor de ernstige leverziekte chronische hepatitis C onderzocht. In een eerste studie bij patiënten met een chronische hepatitis C virus infectie blijkt het nieuwe middel (RG-101) goed te worden verdragen en het onderdrukt de virusactiviteit goed. Bij drie van de 28 patiënten, die één injectie RG-101 kregen toegediend, was het hepatitis C virus na anderhalf jaar niet meer aan te tonen.

De studie verscheen woensdag in het toonaangevende Britse wetenschappelijke tijdschrift The Lancet. Het onderzoek stond onder leiding van Dr. Henk Reesink en werd uitgevoerd in het AMC, het Universitair Medisch Centrum Groningen (Dr. Marleen de Vree) en PRA Health Sciences in Zuidlaren.

Voor enige jaren bestond de behandeling van chronische hepatitis C uit een langdurige behandeling met interferon. Dit gaf veel bijwerkingen en de kans op genezing was niet altijd zeker. Sinds 2014 zijn er een aantal kostbare medicijnen met veel betere effectiviteit en praktisch zonder bijwerkingen beschikbaar gekomen. Volgens de onderzoekers is het bijzondere aan dit medicijn dat het de chronische hepatitis C virus infectie op een geheel andere manier geneest dan de bestaande middelen. De traditionele middelen proberen het hepatitis C virus zelf aan te vallen. Het hepatitis C virus is voor zijn vermenigvuldiging echter ook afhankelijk van bepaalde gastheer factoren, aanwezig in de levercellen van de patiënt. Het middel RG-101 onderdrukt een van deze gastheer factoren die een belangrijke rol spelen bij de vermenigvuldiging van het hepatitis C virus. Aan het nieuwe medicijn RG-101 werd een stof toegevoegd, waardoor het efficiënter in de lever wordt opgenomen en beter werkzaam is.
Het gaat hier om een zogenoemde fase 1-studie, de eerste fase van een medicijnonderzoek waarbij wordt gekeken of het medicijn goed wordt verdragen in vrijwilligers die de ziekte niet hebben en vervolgens in patiënten. Bij patiënten kan dan ook onderzocht worden of het medicijn het hepatitis C virus onderdrukt. Als ook uit vervolgstudies blijkt dat RG-101 goed werkt, verwachten de onderzoekers dat het nieuwe middel mogelijk kan worden gecombineerd met de bestaande therapie voor chronische hepatitis C. Het voordeel is dat de behandeling dan mogelijk veel korter kan zijn. Daarnaast zijn er mogelijk andere ziekten waarvoor dit werkingsmechanisme ook interessant is.
De firma die RG-101 ontwikkeld heeft is Regulus Inc. uit San Diego (Verenigde Staten). De fabrikant heeft dit onderzoek gefinancierd.