1 op de 4 patiënten verrast door emoties na diagnose

Een diagnose kan grote emotionele impact hebben. Zowel op de patiënt als op zijn omgeving. 1 op de 4 patiënten wordt hierdoor verrast. Dit blijkt uit onderzoek van Zilveren Kruis, uitgevoerd door Kantar Public (voormalig TNS NIPO).

36% van de patiënten geeft aan dat hun diagnose emotionele gevolgen had. Toch worden patiënten vaak nog overvallen door deze emoties. Dit heeft gevolgen voor de manier waarop zowel de patiënt zelf als hun omgeving hiermee omgaan. Hoe kunnen patiënt en omgeving elkaar hier beter in vinden en begrijpen?

Van ontkenning en ongeloof…
Roberto (50) weet als geen ander wat een heftige diagnose met je kan doen. Hij werd zelf drie jaar geleden gediagnosticeerd met een tumor. “Je eerste reflex na de diagnose is ontkenning. Dit gaat niet over mij, dit ben ik niet”, vertelt hij. De ontkenning is een herkenbare reflex bij mensen die te maken krijgen met een zware diagnose. Professor gezondheidspsychologie Van de Wiel herkent dit verschijnsel: “Het is vermijding, een vorm van uitgestelde emotie. De pijn is voor onszelf en onze omgeving nog te confronterend.” Dit is volgens Van de Wiel ook een mogelijke verklaring voor de uitkomst dat sommige mensen overvallen worden door de emoties: “We willen of kunnen de ziekte soms zelf nog niet aanvaarden. We denken in dat geval dat we zelf en anderen beter af zijn als we het nog niet weten.”

…naar verwerking en acceptatie
Het delen van de diagnose met naasten, ná het gesprek, draagt bij aan een betere verwerking en uiteindelijk ook aan acceptatie: “Gedeelde smart is halve smart gaat hier absoluut op. Wanneer je iemand deelgenoot maakt, hoef je het niet allemaal alleen te dragen”, stelt Van de Wiel. En er is meer winst te behalen: “Door het delen van je diagnose, merk je vaak zelf ook wat je nog niet weet en wat je wellicht dus nog moet navragen.”

Goedbedoeld maar niet altijd relevant
Voor de naasten is het vaak heel moeilijk om het juiste te doen of te zeggen, blijkt uit het onderzoek: “Het is belangrijk er vooral te zijn”, adviseert Van de Wiel: “dring je niet op, maar zorg dat je er bent zodat de patiënt zelf kan aangeven of en hoe je kunt helpen. Laat de regie bij de patiënt.” Vaak heeft de omgeving de neiging advies te geven, blijkt ook uit het onderzoek. En hoewel dit eigenlijk altijd goed bedoeld is, kunnen patiënten hier lang niet altijd wat mee. Iedere situatie en ieder mens is tenslotte verschillend.

Meest gehoorde adviezen of opmerkingen die patiënten krijgen:
1. “Beterschap!” (27%)
2. “Je moet gewoon even doorpakken” (21%)
3. “Probeer het positief te bekijken” (19%)
4. “Ik denk dat je beter even je rust kunt pakken”(16%)
5. “Probeer het te accepteren” (15%)

Dit onderzoek laat zien dat het belangrijk is dat patiënt en naasten zich realiseren dat er emotioneel veel gebeurt nadat de diagnose is vastgesteld. Met het Beter naar de dokter platform helpt Zilveren Kruis zowel de patiënt als zijn omgeving met tips en adviezen, ook na het gesprek met de arts. Luceline Hesselink, senior manager bij Zilveren Kruis: “Als MS patiënt heb ik ervaren wat er emotioneel op je af komt na een diagnose. En zeker ook wat dit doet met je naaste omgeving. Dat vraagt best veel van iedereen. Ik ben trots dat we in samenwerking met artsen en patiënten onze verzekerden met ‘Beter naar de dokter’ steeds meer hulp kunnen bieden. Ook na de diagnose.”

Highlights onderzoek
– 36% van de patiënten heeft een diagnose gehad met emotionele impact
– 25% van de patiënten hield vóórdat zij de diagnose deelden geen rekening met de emotionele impact op henzelf en op anderen
– 46% van de patiënten heeft zich niet voorbereid op het delen van de diagnose met naasten
– 79% van de patiënten kreeg goedbedoelde adviezen. 33% kon hier weinig mee
– 12% vindt het delen van de diagnose zwaar tot heel zwaar
– 9% van de patiënten voelde zich onbegrepen na het delen van de diagnose
– 56% voelde zich na het delen van de diagnose gerustgesteld

NIPT-test per 1 april beschikbaar voor iedere zwangere

Voorlichting aan aanstaande oudersVanaf 1 april 2017 kan iedere zwangere kiezen voor NIPT (niet-invasieve prenatale test) bij elf weken zwangerschap. Vrouwen die in verwachting zijn en onderzoek wensen moeten tot nu toe eerst een combinatietest doen. Alleen als daaruit blijkt dat ze een verhoogd risico hebben op een kind met  down-, edwards- en parausyndroom kunnen ze kiezen voor de NIPT als vervolgonderzoek.  

De NIPT is vanaf nu al mogelijk vanaf elf weken zwangerschap, waardoor er veel sneller duidelijkheid is over eventuele afwijkingen bij het ongeboren kind. Het grote voordeel van de NIPT is dat deze test betrouwbaarder is dan de combinatietest. Vergeleken met de combinatietest, ontdekt de NIPT meer kinderen met down-, edwards- en patausyndroom en de kans dat de uitslag klopt is groter. Dat wil zeggen dat de NIPT minder zwangeren ten onrechte doorstuurt voor vervolgonderzoek.

De NIPT is een bloedtest waarbij stukjes erfelijk materiaal (DNA) in het bloed van de zwangere worden onderzocht. In dat bloed zit ook een klein beetje DNA van de placenta (moederkoek). Dit DNA is bijna altijd hetzelfde als dat van het kind. Op deze manier wordt er bij het kind gekeken of er een aanwijzing is voor down-, edwards- of patausyndroom.

Keuzevrijheid
Minister Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) benadrukt dat deelname een individuele keuze blijft van de zwangere vrouw. Het is geen routinetest. Deze keuze om wel of geen onderzoek te doen is een persoonlijke afweging.

Eigen bijdrage
In 2017 wordt de NIPT gedeeltelijk vergoed via een subsidieregeling. Hiervoor is 26 miljoen euro beschikbaar vanuit VWS. Van de zwangere wordt een eigen bijdrage gevraagd van 175 euro. Dit bedrag is ongeveer gelijk aan de kosten van de combinatietest (168 euro), die nu ook voor rekening van de zwangere vrouw komt. De combinatietest blijft beschikbaar.

Drie ton subsidie voor onderzoek naar longkanker door MMC

Een extra ingreep om uitzaaiingen naar de lymfeklieren bij longkanker te controleren hoeft in de toekomst mogelijk niet meer uitgevoerd te worden. Een subsidie van 300.000 euro, toegekend door ZonMW, maakt onderzoek onder leiding van longchirurg dr. Frank van den Broek van Máxima Medisch Centrum mogelijk. Achterwege laten van deze belastende controle-ingreep kan patiënten operatierisico’s besparen en zorgen voor een snellere start van de behandeling.  

Longkanker is één van de meest voorkomende en meest dodelijke vormen van kanker. In 2015 kwamen er in Nederland meer dan 12.000 nieuwe gevallen bij. Ongeveer tachtig procent van de patiëntenpopulatie heeft ‘niet-kleincellige’ longkanker. Patiënten met deze vorm en een verhoogd risico op uitzaaiingen moeten naast standaardonderzoeken een extra operatie (mediastinoscopie) ondergaan om te zien of de tumor is uitgezaaid naar lymfeklieren achter het borstbeen. Onderzoek door Máxima Medisch Centrum moet definitief uitwijzen of deze operatie wel nodig is. “Uit eerder onderzoek blijkt al dat deze operatie weinig winst biedt, terwijl de ingreep belastend is voor de patiënt. We bekijken nu of de mediastinoscopie zonder risico’s achterwege gelaten kan worden”, aldus Frank van den Broek.

Snellere start behandeling
In het onderzoek worden patiënten verdeeld in groepen met of zonder deze extra operatie. De groepen worden vergeleken op het vinden van lymfeklieruitzaaiingen, complicaties, overleving, kwaliteit van leven en kosten. Voor het onderzoek werkt MMC samen met patiëntenvereniging Longkanker Nederland en verschillende andere Nederlandse ziekenhuizen. Uniek is de samenstelling van een stuurgroep met longartsen, longchirurgen, cardiothoracaal chirurgen en een methodoloog. Onder hen is Jouke Annema, longarts in het AMC. Door jarenlange ervaring met wetenschappelijk onderzoek naar lymfeklieruitzaaiingen achter het borstbeen is hij een waardevolle toevoeging aan het team. Frank van den Broek is trots om deze studie te mogen leiden: “Als de detectie van uitzaaiingen door de mediastinoscopie inderdaad geen winst biedt en de operatie achterwege gelaten wordt, kunnen we jaarlijks ongeveer 1500 patiënten een dergelijke operatie met bijbehorende complicaties besparen. Bovendien kan dan de definitieve behandeling van de longtumor eerder gestart worden, hetgeen de overlevingskans vergroot. De resultaten hopen we over vijf jaar te kunnen presenteren.”