‘Nederlander wil iemand met dementie wel helpen, maar weet niet hoe’

Uit onderzoek blijkt dat 9 op de 10 Nederlanders niet of slechts een beetje weten hoe ze mensen met dementie kunnen herkennen of helpen. En dit is wel nodig want steeds meer mensen krijgen dementie. 7 op de 10 mensen met dementie woont nog thuis. We komen hen tegen op straat in de winkel of in de trein. Uit onderzoek komt naar voren dat Nederlanders wel graag willen weten hoe zij deze mensen kunnen ondersteunen maar vaak niet weten hoe dat moet. De resultaten van de enquête zijn getest in de praktijk met een verborgen camera.

Verdubbeling van het aantal mensen met dementie
De enquête is gehouden in het kader van het vijfjarige programma Samen dementievriendelijk dat een half jaar geleden van start is gegaan. Samen dementievriendelijk – een initiatief van Alzheimer Nederland, Deltaplan, PGGM en het ministerie van VWS – heeft als doel mensen kennis en handvaten te bieden om in het dagelijkse leven dementie te herkennen en hier goed mee om te gaan. Momenteel leven namelijk 270.000 mensen in Nederland met dementie en dat aantal zal in de toekomst verdubbelen. Zeventig procent van alle mensen met dementie woont thuis en neemt actief deel aan de maatschappij. Iedereen krijgt er dus direct of indirect mee te maken.

Straatonderzoek: reactie op mensen met dementie
De resultaten van de enquête zijn getest in de praktijk met een verborgen camera. Hoe reageren mensen op straat wanneer ze ogenschijnlijk geconfronteerd worden met iemand met dementie? Het straatonderzoek bevestigt de enquête: We willen mensen met dementie graag helpen, maar missen vaak nog de handvaten hoe dat op een goede manier te kunnen doen. Het filmpje met de reacties op straat is te vinden op www.samendementievriendelijk.nl.

Trainingen voor iedereen
Samen dementievriendelijk richt zich vooral op het vergroten van kennis over hoe om te gaan met mensen met dementie bij het grote publiek én binnen bedrijven en organisaties. Nienke van Wezel van Samen dementievriendelijk: “In het afgelopen jaar zien we dat steeds meer bedrijven willen weten hoe zij hun dienstverlening voor mensen met dementie kunnen verbeteren. En dat is goed nieuws. Voor mensen met dementie is het namelijk belangrijk dat zij zo lang mogelijk kunnen blijven meedoen in de maatschappij. Bijvoorbeeld door het doen van dagelijkse boodschappen. En dat vraagt begrip en hulp van de samenleving.”

Het programma biedt (online) trainingen voor algemeen publiek, bedrijven in het vervoer, de detailhandel, gemeentes en voor mensen die actief zijn in het vrijwilligerswerk. Meer informatie over het volgen of aanvragen van een training is te vinden op www.samendementievriendelijk.nl.

Darmpoliepen met zaagtandvorm lastig op te sporen

Joep IjspeertHet bevolkingsonderzoek naar darmkanker mist het overgrote deel van zaagtandvormige poliepen, belangrijke voorlopers van darmkanker. Dit blijkt uit onderzoek van het AMC in Amsterdam. 15 tot 30 procent van alle darmkankers ontstaan uit deze poliepen met een zaagtandvorm en niet uit de rode bolle poliepen die wel door het bevolkingsonderzoek worden opgespoord.

Over de zaagtandvormige poliepen bestond lange tijd het vermoeden dat ze geen of een zeer bescheiden rol spelen bij het ontstaan van darmkanker. Dat ligt anders, zo blijkt uit onderzoek van arts-onderzoeker Joep IJspeert die afgelopen week promoveerde bij het AMC. Deze poliepen kunnen wel degelijk uitgroeien tot kankergezwellen en komen vaker voor dan gedacht.

Darmkanker – met 15 duizend gevallen per jaar in Nederland een van de meest voorkomende vormen van kanker – heeft een relatief onschuldig voorstadium: kleine zwellingen (poliepen) aan de binnenkant van de darm. Artsen die de dikke darm via de anus met een flexibele camerabuis inspecteren (coloscopie), kunnen die poliepen opsporen en verwijderen. Dat kan darmkanker voorkomen.

Bij coloscopie gaat de meeste aandacht uit naar adenomen, de poliepen waarvan al jaren bekend is dat ze kanker kunnen veroorzaken. Deze adenomen vallen op door hun rode kleur en bolle vorm. De meeste zaagtandpoliepen hebben een onopvallende kleur en vorm. Zij zijn lastiger te zien, maar kunnen eveneens darmkanker veroorzaken. Ook met de standaard bloedtest in de ontlasting van het landelijk bevolkingsonderzoek darmkanker worden de zaagtandvormige poliepen, zelfs als ze zich al fors hebben ontwikkeld, niet gevonden. Dat komt omdat de zaagtandvormige poliepen niet bloeden. Een CT-scan voldoet evenmin om de zaagtandpoliepen op te sporen, omdat de poliepen niet uitstulpen en daardoor voor de CT-scan onzichtbaar blijven.

IJspeert pleit voor meer scholing voor zowel maag-darm-lever-artsen en pathologen zodat zij dit type poliep beter leren herkennen. Daarnaast denkt hij dat het bevolkingsonderzoek naar darmkanker verbeterd kan worden, bijvoorbeeld met nieuwe testen die in de ontlasting ook cellen van de zaagtandpoliepen kunnen opsporen. Mensen met een hoog risico op darmkanker zijn dan nog beter te identificeren.

Miljoen voor onderzoek om innovatieve zorgideeën sneller in de praktijk te brengen

Afbeeldingsresultaat voor E-Healthweek 2017.Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) stelt 1 miljoen euro beschikbaar voor onderzoek naar het toepassen van veelbelovende en vernieuwende initiatieven in de organisatie van en toegang tot zorg. Dat maakt zij vandaag bekend tijdens de afsluiting van de nationale E-Healthweek 2017.

‘In deze week hebben 235 organisaties iets georganiseerd om mensen bekend te maken met de nieuwe mogelijkheden. Onze zorg staat bol van de creatieve en inspirerende initiatieven. Mensen hebben de mooiste ideeën, maar de slag naar onderzoek wordt vaak niet gemaakt. Werkt jouw idee echt in de dagelijkse praktijk? Voorziet het in een behoefte? Wat is er nodig om een innovatie ook in andere organisaties succesvol te maken? Dat soort vragen moeten beantwoord worden. Ook duren bestaande onderzoekmethoden vaak erg lang en daardoor zijn ze niet geschikt voor de enorm snelle ontwikkeling die de zorg doormaakt. Met dit geld wil ik een zet in de goede richting geven,‘ aldus Schippers

Dit voorjaar zal ZonMW een oproep plaatsen waarna organisaties hun aanvraag kunnen indienen. Uit de indieners worden 3 tot 5 ideeën gekozen die op een vernieuwde manier onderzocht zullen worden. In 2017 en 2018 organiseren ZonMW en het ministerie van VWS ook bijeenkomsten over het in praktijk toepassen van innovatieve zorgideeën. Patiënten en professionals krijgen bij de onderzoeken en de bijeenkomsten een belangrijke stem. Nieuwe zorgideeën krijgen immers pas echt voet aan de grond als zij voldoen aan de wensen en behoeften van de patiënt en de zorgverlener.