Maxima Medisch Centrum: Innovatieve digitale zorg thuis nu ook voor ernstig zieke patiënten

Máxima Medisch Centrum zet een revolutionaire stap op het gebied van het digitaal thuis volgen van patiënten met chronische ziekten. Flow, centrum voor Preventie, Telemedicine en Revalidatie Chronische Ziekten in Máxima Medisch Centrum is gestart met een nieuw Remote Patiënt Management-programma (RPM). Met dit programma worden ernstig zieke patiënten met zowel chronisch hartfalen als COPD thuis gemonitord. Hiermee wil Flow een aantoonbaar hogere kwaliteit van leven realiseren tegen gelijkblijvende of gereduceerde kosten van zorg.

De patiënten die meedoen aan het nieuwe programma, lijden vaak zwaar. Niet alleen onder hun ziekten en de herhaaldelijke ongeplande ziekenhuisopnames, maar ook onder de angst en stress die dit steeds met zich meebrengt. Het nieuwe programma is volledig gebaseerd op voor patiënten belangrijke aspecten, zoals meer veiligheid doordat het medisch team dagelijks meekijkt, minder of kortere opnames, een betere kwaliteit van leven en minder complicaties.

Dagelijkse metingen en begeleiding
Het programma is speciaal ontwikkeld voor patiënten met zowel chronisch hartfalen als COPD én een hoog risico op heropname. Zij worden dag en nacht in de thuissituatie gemonitord en begeleid door een multidisciplinair team. De patiënt meet zelf dagelijks bloeddruk, saturatie, gewicht, temperatuur, beweegactiviteit en hartslag en beantwoordt iedere dag vragen over mogelijke klachten op een digitaal platform. De data wordt bekeken door hun casemanager: hoogopgeleide hart- en longverpleegkundigen in MMC. Via chatberichten of videobellen hebben de patiënt en de casemanager contact. De casemanager consulteert de longarts en cardioloog tijdens een dagelijks multidisciplinair overleg (MDO). Voor interventies bij verslechtering van de situatie van de patiënt, zijn behandelprotocollen ontwikkeld. Stabiliseert de ziekte, dan is het mogelijk om de frequentie van de metingen aan te passen.

Waarde voor de patiënt
Hareld Kemps, medisch hoofd van Flow en cardioloog: “We hebben de patiënten gevraagd wat zij belangrijk vinden. Ze geven zelf aan dat ze structureel te laat aan de bel trekken als hun situatie verslechtert. Daardoor komen ze bijna altijd te laat in het ziekenhuis, waardoor een ziekenhuisopname noodzakelijk is. Terwijl een opname voor deze groep juist zeer grote gevolgen heeft: hun herstel duurt veel langer dan gemiddeld en de kans op een nieuwe opname neemt iedere keer toe. Snel medisch ingrijpen helpt deze patiënten op alle fronten.”

Verder geven de patiënten aan dat ze het belangrijk vinden om één aanspreekpunt te hebben, dat de verschillende medisch specialisten betrokken bij hun verschillende ziektes, goed met elkaar communiceren en dat ze graag weer leren vertrouwen op de eigen lichaamssignalen. Een belangrijke factor, volgens Kemps: “Als medisch specialisten weten we veel van een bepaald vakgebied en we kunnen onze patiënten uitstekend behandelen op dit gebied. Patiënten hebben echter in heel veel gevallen twee chronische ziekten of meer. Mijn collega longarts en ik kunnen wanneer we de krachten bundelen onze patiënten betere expertise én betere service bieden. Een patiënt voelt zelf goed aan of een verslechtering meer door de longen of meer door het hart veroorzaakt wordt. Door daar goed naar te luisteren, en dat doen we nu dagelijks in het RPM zorprogramma, kunnen we veel gerichtere interventies inzetten. Zo leren wij als artsen veel van elkaar en van de patiënt over de combinatie van ziekten. En de patiënt leert steeds meer over zijn ziekten. Het stelt hem of haar beter in staat de eigen chronische ziekten zelf te managen.”

Zorgkosten

Met een wetenschappelijke studie hoopt Flow aan te tonen dat deze nieuwe manier van zorg verlenen bijdraagt aan het behoud van kwaliteit van leven van de patiënten (ondanks progressie van hun ziekten), dat de zelfmanagementvaardigheden van de patiënten toenemen én dat de duur van de opnames korter wordt dan voorheen. Longarts Lidwien Graat: “Als een verslechterde situatie eerder in beeld is, kan in een eerder stadium worden ingegrepen. Vaak zal dat kunnen door gerichte adviezen of medicatie aanpassing thuis.  Wanneer nodig wordt de patiënt gevraagd naar het ziekenhuis te komen. Zo realiseren we zorg ‘on demand’ in plaats van de huidige vaste, vooraf geplande consulten los van de noodzaak ervan. Wanneer een opname toch noodzakelijk is, kan de patiënt in veel gevallen eerder worden ontslagen vanwege de mogelijkheid om vitale parameters in de thuissituatie te meten en te monitoren. We gaan meten of zorgkosten daadwerkelijk dalen zoals we verwachten door minder of kortere opnames en minder consulten in het ziekenhuis.”

Inzet van technologie en bevordering van zelfmanagement bij chronische patiënten is veelbelovend en wordt door partijen in het veld, waaronder de patiëntenfederatie en zorgverzekeraars sterk aangemoedigd. Tegelijkertijd komt er veel bij kijken om telebegeleiding écht veilig en verantwoord te kunnen toepassen, nog los van de ontwikkeling van de digitale techniek. “We zijn verheugd dat het na een lange en intensieve periode van voorbereiding nu gelukt is”, aldus Hareld Kemps.

22 technologische ontwikkelingen in de gezondheidszorg voor 2018

In tijden van exponentiele groei op technologisch gebied is het voor zorgprofessionals en bestuurders lastig om door de bomen het bos nog te zien. Welke mogelijkheden zijn er, én hoe kies je? In de publicatie Zorg Enablers 2018 worden de belangrijkste technologische ontwikkelingen in de zorg op een rij gezet.

Met de publicatie willen auteurs Philip J. Idenburg en Vivian Dekkers de zorgprofessional en bestuurder op weg helpen. Verdere digitalisering, robotisering en de enorme druk om de zorg betaalbaar te houden zorgt ervoor dat het aantal technologische toepassingen in rap tempo toeneemt. De selectie en implementatie blijkt echter vaak lastig. Zorg Enablers helpt zorgprofessionals op weg met een helder overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen met bijbehorende kansen, risico’s en praktijkvoorbeelden. De publicatie is gratis te downloaden op www.zorgenablers.nl.

‘Hey! Het is oké’ campagne maakt depressie bespreekbaar

Depressie-still-jongen-1Met deze nieuwe campagne wil het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) depressie bespreekbaar maken. Dat is belangrijk, want in Nederland hebben ruim 800.000 mensen een depressie. Het ministerie heeft onlangs een peiling laten doen onder risicogroepen. Daaruit blijkt dat jongeren (13-18 jaar) en jonge vrouwen (18-35 jaar) met een depressie of depressieve gevoelens wel over hun situatie willen praten. Maar de overgrote meerderheid vindt het lastig om zelf het gesprek te beginnen. Tegelijkertijd vermijden vrienden en familie het onderwerp vaak omdat ze bang zijn de ander te kwetsen. Om deze vicieuze cirkel te doorbreken start het ministerie van VWS vandaag de campagne. Op het Segbroek College in Den Haag hebben vanochtend vijftig leerlingen met staatssecretaris Paul Blokhuis de Hey-vlag gehesen. Met deze symbolische handeling laten zij zien dat depressie een serieus probleem is dat we kunnen aanpakken door er met elkaar over te praten.

“Een depressie kan ons allemaal overkomen,” zegt staatssecretaris Blokhuis. “Bijvoorbeeld na het verlies van een dierbare, of denk aan een burn-out. Met hulp van familie of vrienden kun je daar misschien wel weer uitkomen. Maar vooral jongeren en jonge vrouwen hebben het gevoel er niet over te kunnen praten. Dat is ontzettend verdrietig. Want door erover te praten, kun je voorkomen dat klachten uitgroeien tot een allesoverheersend probleem. Dat kan beginnen met een simpel ‘hey’. Door het bespreekbaar te maken, hebben mensen die depressief zijn niet langer het gevoel er alleen voor te staan. Dat is heel waardevol, want iedereen moet kunnen meedoen.”

Ruim driekwart van de omstanders zegt depressieve signalen niet altijd aan te kaarten

Uit de peiling blijkt dat meer dan de helft van de jongeren en de jonge vrouwen het prettig vindt als iemand uit hun omgeving het gesprek begint over hun situatie. Het liefst in een fysiek één-op-één gesprek (79%). ‘Hey’ is voor omstanders letterlijk het begin van een gesprek. Want ook omstanders vinden het lastig om het gesprek te starten. Bijna de helft (45,6%) wacht liever af tot iemand er zelf over begint. Het risico is dat degene met depressieve signalen daardoor in een isolement komt en klachten verergeren. Slechts 24,4% van de respondenten zegt vermoedens van depressie altijd aan te kaarten bij de betreffende persoon. En dat terwijl bijna iedereen (98,6%) zegt één of meerdere signalen van depressie te herkennen. Men gaat het onderwerp vaak uit de weg om de persoon niet te willen kwetsen. Ook twijfelen veel omstanders of ze kunnen helpen en willen ze geen bemoeial zijn.

Over de campagne

Met de campagne ‘Hey! Het is oké, maak depressie bespreekbaar’ en Heyhelpt.nl wil het ministerie van VWS het gesprek over depressie op gang brengen. De campagne besteedt extra aandacht aan jongeren en jonge vrouwen. Maar ook voor andere mensen met een depressie of psychische aandoening is het belangrijk om hierover te praten. De komende periode vinden er onder de Hey-vlag verschillende activiteiten plaats om mensen te stimuleren met elkaar in gesprek te gaan. Zo is op woensdag 7 februari 2018 Moodcamp in Beesd. Op Moodcamp vind je onder andere de Moodcamp Obstacle Run (2 km lang met zo’n 10 hindernissen). Elke hindernis staat symbool voor een symptoom dat je kunt ervaren als je een depressie hebt.

Over de peiling

De peiling is van 22 tot en met 27 november 2017 uitgevoerd door PanelWizard in opdracht van het ministerie van VWS. Aan de peiling namen 1.513 respondenten deel waarvan 152 jongeren van 13 tot en met 18 jaar en 277 jonge vrouwen van 18 tot en met 35 jaar met (signalen van) depressie. Daarnaast namen er 1.084 respondenten vanaf 16 jaar deel die iemand kennen met (signalen van) depressie.