Akkoord over Spinraza

Minister Bruno Bruins (Medische Zorg) en Biogen zijn een beschikbaarheidsregeling overeen gekomen voor het middel Spinraza. Hiermee is er een oplossing gevonden voor patiënten met een acute behandelbehoefte, zodat zij zo snel mogelijk kunnen starten met de behandeling. De minister heeft hierover een brief gestuurd aan de Tweede Kamer.

Regeling

Op dit moment stelt Biogen Spinraza reeds beschikbaar aan het UMCU voor de behandeling van kinderen met SMA type 1, de meest ernstige vorm van de ziekte. Met deze regeling komt Spinraza ook snel beschikbaar voor kinderen met SMA type 2 en type 3a met de meest dringende behandelbehoefte volgens een triageprotocol van het SMA expertisecentrum van het UMC Utrecht. In de praktijk zal het vooral gaan om kinderen jonger dan 5 jaar. Het gaat hier naar verwachting om circa 30 patiënten. Deze regeling geldt tot 1 mei 2018. Inzet is om uiterlijk op deze datum een definitief akkoord over de vergoeding van Spinraza te bereiken.

Sluis

Op dit moment zit Spinraza in de zogenaamde sluis. Dat betekent dat het middel niet vergoed wordt uit de basisverzekering totdat hierover een definitief besluit is genomen. Minister Bruins liet op 22 november weten met de leverancier van Spinraza op zoek te gaan naar een oplossing om Spinraza gedurende de sluisperiode beschikbaar te krijgen voor patiënten met een dringende behandelbehoefte.

Basispakket

De beschikbaarheidsregeling houdt niet in dat het middel nu vergoed wordt uit het basispakket. Het gaat om een tijdelijke oplossing. Zorginstituut Nederland zal begin 2018 advies uitbrengen aan de minister over de eventuele vergoeding van Spinraza. Op basis daarvan zal verder besloten worden.

Oogfonds onderzoekt gebruik vuurwerkbril onder jongeren

Hoe krijg je jongeren, de groep waar ieder jaar weer de meeste oogletsels door vuurwerk ontstaan, zo ver dat ze een vuurwerkbril opzetten? Dat onderzoeken drie studenten van Avans Hogeschool in opdracht van het Oogfonds. Een deel van hun onderzoek wordt gedaan op middelbare school Wolfert Tweetalig in Rotterdam. Op dinsdag 12 december deelt het Oogfonds daarom gratis vuurwerkbrillen uit aan alle 1300 leerlingen.

Iedere jaarwisseling belanden gemiddeld tweehonderd slachtoffers op de Eerste Hulp met oogletsel door vuurwerk. Wie ‘geluk’ heeft kan na een korte behandeling naar huis. Bij zwaarder letsel luidt nieuwjaar het begin in van een zware periode met veel pijn, ziekenhuisbezoeken en operaties. Hoewel het onderzoek plaatsvindt in Rotterdam zullen de conclusies landelijk van belang zijn.

Jongeren vaak slachtoffer
“Ruim 24% van de vuurwerkslachtoffers is pas tussen de tien en negentien jaar oud. Ruim 70% van de doelgroep geeft aan geen vuurwerkbril te dragen tijdens de jaarwisseling. Doordat deze leeftijdscategorie het meeste vuurwerk afsteekt en het meeste naar vuurwerk kijkt, zijn jongeren een kwetsbare doelgroep voor vuurwerkongevallen”, aldus studente Sophie van der Haagen.

Stimuleren
De jongeren worden zowel voor als na Oud en Nieuw ondervraagd. Hoofdvraag van het onderzoek ‘Laat vuurwerk niet het laatste zijn wat je ogen zien’ is in hoeverre gedragsbepalers invloed hebben op het wel of niet dragen van een vuurwerkbril van jongeren tussen de twaalf en achttien jaar. Daarnaast wordt gekeken hoe jongeren gestimuleerd kunnen worden om een vuurwerkbril te dragen tijdens de jaarwisseling.

Schokkende cijfers
Edith Mulder, directeur van het Oogfonds: “De schade die vuurwerk ieder jaar aanricht aan ogen is schokkend. De laatste negen jaar zagen oogartsen meer dan tweeduizend mensen met oogletsel door vuurwerk. Negenhonderd ogen liepen blijvende schade op. Ruim honderdvijftig ogen werden blind en negenenzestig ogen raakten dusdanig beschadigd dat ze operatief verwijderd moesten worden”. Directeur van Wolfert Tweetalig Arnold Koot vult aan: “Don’t be jerks, protect your eyes from fireworks”.

Goede bescherming
Het Oogfonds maakt zich al jaren sterk voor het voorkomen van oogletsel door vuurwerk en adviseert iedereen die dit zelf afsteekt of er naar gaat kijken om een vuurwerkbril te dragen. Een vuurwerkbril sluit goed aan op het gezicht, zodat vuurwerk de ogen niet langs de bril kan bereiken. Het materiaal, polycarbonaat, is onbreekbaar. Vuurwerkbrillen zijn in de decembermaand voor een klein bedrag te koop bij opticiens, vuurwerkverkooppunten en ziekenhuizen.

Resistente Aspergillus schimmels gevonden bij bedrijfsmatige compostering

Resistente schimmelEr zijn specifieke locaties (’hotspots’) gevonden waar resistente vormen van de schimmelsoort Aspergillus fumigatus in relatief grote hoeveelheden aanwezig zijn. Dit zijn locaties waar bedrijfsmatige compostering plaatsvindt. Deze resistente Aspergillus is minder of niet langer gevoelig voor antischimmelmiddelen (azolen). Dit kan nadelige gevolgen hebben voor de behandeling van patiënten met een Aspergillus-infectie. Dat blijkt uit onderzoek van Radboudumc, Wageningen Universiteit en het Centrum voor Landbouw en Milieu in opdracht van het RIVM.

Aspergillus fumigatus (Aspergillus) is een schimmelsoort die veel voorkomt in het milieu op rottend plantaardig materiaal. De schimmel maakt miljoenen sporen die overal aanwezig zijn in binnen- en buitenlucht. Het inademen van sporen leidt bij gezonde mensen niet tot problemen, maar kan bij patiënten met een verzwakt immuunsysteem leiden tot een infectie in de longen. In de afgelopen jaren wordt steeds vaker verminderde gevoeligheid waargenomen voor azolen bij Aspergillus. Deze resistentie heeft nadelige gevolgen voor behandeling van patiënten met een Aspergillus-infectie.

Radboudumc, Wageningen Universiteit en het Centrum voor Landbouw en Milieu hebben onderzocht welke omstandigheden het ontstaan en de vermeerdering van resistente Aspergillus mogelijk maken. In dit onderzoek is nagegaan of er specifieke locaties zijn in het milieu waar de omstandigheden zo zijn dat resistente schimmel zich kan ontwikkelen, kan vermeerderen en zich kan verspreiden. Deze specifieke plekken worden in het onderzoek ‘hot spots’ genoemd.

In het onderzoeksrapport is een aantal hotspots beschreven die met elkaar gemeen hebben dat er sprake is van bedrijfsmatige compostering, zoals de verwerking van houtafval of van afval uit de bollenteelt. Ook is een nieuwe resistente vorm van Aspergillus aangetroffen in compost waarin azolen aanwezig zijn. De wijze van composteren lijkt invloed te hebben op het overleven van (resistente) Aspergillus. Zo kan regelmatig omleggen van de composthopen mogelijk de groei van Aspergillus verminderen.

Op basis van de onderzoeksresultaten beveelt het RIVM onder andere aan om verder te onderzoeken of en hoe mensen besmet worden door sporen uit deze hot spots. Ook wordt aanbevolen om de bedrijfsmatige behandeling van organisch afval onder de loep te nemen om mogelijke aanpassingen te vinden en uit te proberen die de groeicondities voor Aspergillus minder gunstig maken zodat resistentie-ontwikkeling en verspreiding kan worden verminderd of voorkomen.

Daarnaast heeft het RIVM in overleg met diverse universitair medisch centra en medische instellingen een advies opgesteld over de surveillance en diagnostiek van infecties met Aspergillus en triazolenresistentie.

Op dit moment wordt een vervolgonderzoek uitgevoerd dat naar verwachting aanvullende informatie zal opleveren over de factoren die resistentievorming bij Aspergillus beïnvloeden.