Nederland bij koplopers voor huidkanker in Europa

moeder dochter op het strand beschermd tegen de zonJaarlijks krijgen meer dan 51.000 mensen in Nederland te horen dat ze huidkanker hebben en overlijden ruim 900 mensen aan de gevolgen ervan. Sinds 1990 is het aantal gevallen verviervoudigd. Deze stijging is veel sterker dan bij andere vormen van kanker, en een verdere stijging ligt in de verwachting. De gevaarlijkste vorm van huidkanker is het melanoom. Het melanoom komt in Nederland relatief vaak voor: binnen Europa behoort Nederland tot de koplopers.

Dit blijkt uit het RIVM-rapport ‘UV-straling en gezondheid’. Dit geeft een overzicht van de belangrijkste gezondheidseffecten van UV-straling en verwachtingen daarin voor de toekomst.

Zongedrag
Huidkanker wordt vooral veroorzaakt door blootstelling aan UV-straling, met de zon als belangrijkste bron. De sterke stijging in het aantal gevallen van huidkanker kan slechts gedeeltelijk verklaard worden door vergrijzing en een toename van de zonkracht door aantasting van de ozonlaag en klimaatverandering. De belangrijkste bijdrage aan de stijging komt waarschijnlijk door het gedrag van mensen: langer en vaker in de zon op momenten dat de zonkracht hoog is, of minder goede bescherming tegen de zon door bijvoorbeeld weinig bedekkende kleding. Vooral tussen 11 uur ’s ochtends en 16.00 in de middag is de lente en zomer zon sterk. Het is mogelijk dat de incidentie van huidkanker de komende decennia met een factor 2 tot 5 verder stijgt. Verstandig zongedrag kan deze trend doorbreken.

Geniet van de zon, met mate
UV-blootstelling van de huid is ook de voornaamste bron van vitamine D. Dit is essentieel voor gezonde botten en spieren. Bovendien zijn er aanwijzingen dat vitamine D de kans op darmkanker kan verkleinen. Daarom moeten mensen de zon ook niet helemaal vermijden. Een beperkte blootstelling lijkt daarvoor voldoende, maar er is op dit punt nog veel wetenschappelijke discussie.

Het RIVM meet de zonkracht om de intensiteit van de UV-straling in Nederland te kennen en eventuele trends in te schatten. Een voortzetting van de actuele zonkrachtmetingen en betere kennis over blootstellingsgedrag en gezondheidseffecten dragen bij aan een goede voorlichting en preventie. Gelet op het belang voor de gezondheid pleit RIVM voor meer aandacht voor UV-stralingsbescherming.

Nieuwe stap in internationale samenwerking rond geneesmiddelen

België, Nederland, Luxemburg en Oostenrijk starten een gezamenlijk project rond horizon scanning in de geneesmiddelensector. Daarbij worden potentieel belangrijke farmaceutische innovaties in kaart te gebracht nog vóór ze op de markt komen. Het structureel verzamelen en analyseren van informatie uit bijvoorbeeld onderzoek en literatuur geeft beter zicht op verwachte kosten, patiëntenaantallen en indicatie uitbreidingen. Zo wordt het mogelijk om vooraf al beleidsbeslissingen te nemen, of (gezamenlijke) prijsonderhandelingen voor te bereiden. In BeNeLuxA-verband werd al eerder geëxperimenteerd met samenwerking op dit onderwerp. Juist omdat Horizon Scanning complex is, maar voor andere landen ook waardevolle informatie oplevert, nodigt het samenwerkingsverband andere landen uit om op dit terrein samen te werken.

Mede namens minister Schippers zal Belgisch Minister Block van Sociale zaken en Volksgezondheid vandaag een bijeenkomst met geïnteresseerde landen toespreken.

Namens haar collega’s uit het BeNeLuxA Samenwerkingsverband zegt Belgische Minister De Block van Sociale Zaken en Volksgezondheid: “Hoe beter we voorbereid zijn op hun komst, hoe sneller we belangrijke innovatieve behandelingen ter beschikking kunnen stellen van onze patiënten. In een bij uitstek internationale sector als de farmaceutische industrie is het belangrijk dat we de krachten bundelen voor deze oefening. Daarom lanceren we vandaag het ‘Horizon Scanning System’ met de BeNeLuxA Collaboration, en we nodigen ook andere Europese landen uit om zich bij ons aan te sluiten.”

Minister Schippers: ‘Onze eerste experimenten met Horizon Scanning gaven ons veel waardevolle informatie om beter om te kunnen gaan met nieuwe geneesmiddelen. Daarom vind ik internationale samenwerking op dit terrein belangrijk, want het zorgt er voor dat de informatie nog beter wordt. Met die informatie staan we sterker: bijvoorbeeld bij de de inkoop van geneesmiddelen door zorgaanbieders, of bij het bepalen over welke geneesmiddelen wij gezamenlijk prijsonderhandelingen gaan starten.’

Zelfvertrouwen meisjes met astma of eczeem lager

Nederland, Doorn, 7 maart 2016. 'Ontdekkingsreis', school staat op instortenMeisjes in de basisschoolleeftijd met astma of eczeem hebben gemiddeld minder zelfvertrouwen dan meisjes zonder deze aandoeningen. Bij jongens is er gemiddeld genomen geen effect op het zelfvertrouwen. Zowel jongens als meisjes met astma of eczeem ervaren wel fysieke beperkingen. Dit blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van het CBS en het Erasmus MC met gegevens van 5,3 duizend kinderen uit de Gezondheidsenquête van het CBS tussen 2010 en 2013. Hierin beantwoorden ouders vragen over de gezondheid en het welbevinden van hun kinderen.

Astma en eczeem zijn chronische aandoeningen die relatief vaak voorkomen bij kinderen. Van de 4- tot 12-jarigen had in 2016 volgens de ouders of verzorgers 4 procent astma en 6 procent chronisch eczeem. Astma komt vaker voor bij jongens (5 procent) dan bij meisjes (3 procent), eczeem komt even vaak voor.

Kinderen met astma en kinderen met eczeem hebben gemiddeld genomen een lagere fysieke kwaliteit van leven dan kinderen zonder chronische aandoening. Ouders van deze kinderen geven aan dat hun kind belemmerd wordt in fysieke activiteiten op school of bij het spelen met vriendjes. Ze hebben ook vaker pijn. Ook bestempelen zij de gezondheid van hun kind als minder goed. De verschillen in kwaliteit van leven tussen kinderen met en zonder aandoeningen liggen niet aan verschillen in demografische of sociaaleconomische verschillen tussen de kinderen.

Psychosociale gevolgen van astma of eczeem
Vooral meisjes met astma of eczeem hebben, naast de fysieke gevolgen, ook op andere vlakken last van hun aandoening. Meisjes met eczeem hebben gemiddeld een lagere psychosociale kwaliteit van leven. Zo hebben zij volgens hun ouders minder vertrouwen in hun eigen kunnen en uiterlijk, en laten vaker lastig gedrag zien. Meisjes met astma hebben ook een lager zelfvertrouwen, en zijn vaker angstig of somber dan degenen zonder chronische aandoeningen, aldus de ouders. Jongens met astma of eczeem scoren niet slechter op de psychosociale kwaliteit van leven

Ook gevolgen voor ouders
Niet alleen de kinderen zelf, ook hun ouders of andere gezinsleden ondervinden gevolgen van de aandoening die hun kind heeft. Ouders van kinderen met astma of eczeem zijn vaker bezorgd om de gezondheid van hun kinderen dan ouders van kinderen zonder aandoeningen. Ouders van meisjes met eczeem geven aan dat de gezondheid van hun kind nogal eens familieactiviteiten beperkt of voor spanningen in het gezin zorgt.

Meer aandoeningen, minder kwaliteit van leven
In het onderzoek zijn alleen kinderen meegenomen met astma óf eczeem. Deze aandoeningen komen ook regelmatig samen voor. Van de kinderen met astma in deze studie had 19 procent ook eczeem, van de kinderen met eczeem had 20 procent ook astma. Kinderen met astma én eczeem hebben een lagere fysieke en psychosociale kwaliteit van leven dan kinderen met een van deze beide aandoeningen. Ook uit een vorig onderzoek bleek dat de kwaliteit van leven lager is als het kind meer aandoeningen heeft.