Arts en patiënt in gesprek: wie onderbreekt wie (en is dat slecht)?

Tijdens een huisartsconsult kunnen artsen en patiënten elkaar onderbreken. Die onderbrekingen worden vaak gezien als opdringerige handelingen van (mannelijke) artsen die de patiënt belemmeren. Taalwetenschapper Ilona Plug ontdekte dat onderbrekingen juist goed kunnen zijn voor het verloop van het consult.  

In de medische wereld worden onderbrekingen door de arts in een consult vaak beschouwd als opdringerige handelingen die de patiënt belemmeren: die heeft minder ruimte om zorgen en klachten te delen. Daarnaast worden onderbrekingen geassocieerd met mannelijke dominantie: een mannelijke arts zou een vrouwelijke patiënt vaker onderbreken dan een mannelijke.

Voor die aannames ontbrak vooralsnog een systematische, wetenschappelijk analyse van interacties in de klinische praktijk. Taalwetenschapper Ilona Plug en haar collega’s namen – in samenwerking met het Radboudumc – het onderbrekingsgedrag tijdens huisartsconsults onder de loep.

Type onderbreking
Plug onderscheidt twee typen onderbrekingen: ondersteunende en niet-ondersteunende onderbrekingen. ‘Niet-ondersteunende- of opdringerige onderbrekingen zijn onderbrekingen die inbreken op je beurt’, legt de taalwetenschapper uit. ‘Iemand kan van onderwerp veranderen of het oneens zijn met de ander en tegen die persoon ingaan. Dat type onderbreking schaadt de inhoud en het verloop van het gesprek. Ondersteunende onderbrekingen doen juist recht aan het gesprek, doordat er bijvoorbeeld om opheldering wordt gevraagd of overeenstemming wordt getoond.’

Voor het onderzoek analyseerde Plug 84 video’s van gesprekken tussen huisartsen en patiënten. Ze codeerde het type onderbreking, de genderidentiteit van de arts en de patiënt en de fase van het gesprek waarin de onderbreking plaatsvond: de fase van probleempresentatie of die van het bespreken van de diagnose of het behandelplan.

Resultaten
Uit het onderzoek van Plug en collega’s blijkt dat 83 procent van de onderbrekingen ondersteunend was. Niet-ondersteunende onderbrekingen werden het vaakst gedaan door patiënten en vooral in de fase van de probleempresentatie. ‘Dat beschouwen we als de fase van de patiënt. De artsen onderbraken de patiënten vooral ondersteunend, om begrip en steun te betuigen of om hen om verduidelijking te vragen. De ondersteunende onderbrekingen van artsen in de beginfase van het consult kunnen de kwaliteit van de communicatie eerder verbeteren dan belemmeren.’

Ook bleek uit de resultaten dat mannelijke artsen hun patiënt vaker niet-ondersteunend onderbreken dan vrouwelijke artsen, maar in de groep van de patiënten onderbraken de vrouwen juist vaker niet-ondersteunend, bijvoorbeeld om onenigheid te tonen of van onderwerp te veranderen. ‘Dit zou kunnen impliceren dat vrouwelijke patiënten zich krachtig voelen tijdens het medische consult, óf juist dat ze zich minder gehoord of begrepen voelen dan mannelijke patiënten’, zegt Plug.

Plug: ‘Met deze data kunnen we niet uitsluiten dat andere factoren ook een rol spelen in medische interacties, zoals opleidingsniveau, status, ernst van de klachten of de ervaring van de arts. We weten ook niet hoe de onderbrekingen werden ervaren door de huisartsen en de patiënten. Dat zou toekomstig onderzoek kunnen uitwijzen.’