Slaapproblemen jongeren goed te behandelen met ‘SlimSlapen’

slapenVeel jongeren hebben te maken met (chronisch) slaaptekort. Dit kan leiden tot problemen met cognitief functioneren, en daarmee met het functioneren op school, en daarnaast tot problemen als depressie, angst en zelfs symptomen van ADHD. Ed de Bruin laat in zijn promotieonderzoek zien dat slaapproblemen bij adolescenten vrij goed en relatief eenvoudig te behandelen zijn, met de mede door hem ontwikkelde therapie ‘SlimSlapen’. Hij verdedigt zijn proefschrift op vrijdag 20 mei aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Het doel van De Bruin was het ontwikkelen van een toegankelijke en effectieve behandeling van slapeloosheid (insomnia; moeite met inslapen, doorslapen of niet uitgerust zijn na de nacht) bij adolescenten. Hij ontwikkelde ‘SlimSlapen’, gebaseerd op cognitieve gedragstherapie voor insomnia (CBTI), dat via (face-to-face) groepssessies of via internetsessies te volgen is. ‘SlimSlapen’ is een kort behandelprotocol (slaapprogramma), dat tevens preventief werkt, waarbij jongeren door middel van oefeningen hun slaapgedrag leren verbeteren. De behandeling is erop gericht om zowel slechte slaapgewoontes als disfunctionele gedachtes over slaap te veranderen. Jongeren leren dus niet per se om meer, maar om rustiger en beter te slapen.

Uit onderzoek onder 116 jongeren met slapeloosheid blijkt dat zowel de groeps- als de internetvariant van ‘SlimSlapen’ effectief is met middelgrote tot grote effecten voor de slaapvariabelen, zoals slaapefficiëntie en sleep onset latency, over de korte en langere termijn tot één jaar na de behandeling. De groepstherapie gaf iets betere resultaten dan de internettherapie, hoewel deelnemers in beide groepen op ongeveer dezelfde uitkomsten uitkwamen. Ook symptomen van psychopathologie, waaronder depressie, angstklachten en symptomen van ADHD, namen af.

De Bruin keek onder 32 adolescenten met primaire insomnia naar het effect van ‘SlimSlapen’ via internetsessies op het cognitief functioneren. Hij vond vooral verbeteringen als het gaat om de visueel-ruimtelijke verwerking in de hersenen en het fonologisch werkgeheugen, maar niet voor het visueel-ruimtelijk werkgeheugen.

Slaapvoorbereiding

Bij slaapproblemen kan ook slechte slaaphygiëne een rol spelen. ‘Een goede nachtrust kan alleen ontstaan als aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Dat wordt in de slaapwereld ‘slaaphygiëne’ genoemd. Daarbij kun je denken aan het vermijden van (beeldscherm-)licht in de twee uur voor het slapen gaan, regelmatige bedtijden, genoeg bewegen overdag, het bed alleen gebruiken om te slapen (dus niet om bijvoorbeeld huiswerk in te maken), enzovoorts. Dat dit belangrijk is, is ook terug te zien in mijn onderzoeksresultaten. Een betere slaaphygiëne had een positief effect op slaapproblemen bij jongeren.’

Slaap als preventiemiddel

‘De verbeteringen die ik met ‘SlimSlapen’ vond in het slapen zelf en in het cognitief functioneren van de jongeren, benadrukken het belang om dit relatief korte behandelprotocol breed te verspreiden in de klinische praktijk’, vertelt De Bruin. ‘Daarnaast sluit het aan bij het huidige initiatief van Sarphati Amsterdam om overgewicht aan te pakken, bij jijenjegezondheid.nl om op middelbare scholen te screenen voor psychische problemen, en bij de Amsterdamse Aanpak Gezond Gewicht. Slaap werkt immers preventief op allerlei andere vlakken zoals overgewicht en schoolprestaties.’

Promotiedetails

Dhr. E.J. de Bruin: Insomnia Treatment for Adolescents: Effectiveness of Group- and Internet Therapy for Sleep, Psychopathology, Cognitive Functioning, and Societal Costs.Promotoren zijn prof. dr. S.M. Bögels en prof. dr. F.J. Oort. Copromotor is dr. A.M. Meijer.

Tijd en locatie

De promotie vindt plaats op vrijdag 20 mei om 11.00 uur.
Locatie: Aula van de UvA, Singel 411, Amsterdam.

TekDelta ontsluit patenten en labs voor startups

StartupDelta_Logo_400.jpgTekDelta, een initiatief van StartupDelta en TNO, maakt patenten, laboratoria en onderzoeksfaciliteiten makkelijker beschikbaar voor startups. Onder meer TNO, universiteiten, corporates als KPN, Philips en NXP en startup-accelerators gaan op dit punt nauw samenwerken. Hierdoor moeten meer startups en scale-ups ontstaan die beter kunnen doorgroeien en kan wetenschappelijke kennis van Nederlandse bodem sneller en effectiever de markt bereiken.

Vandaag hebben StartupDelta en TNO het initiatief TekDelta officieel gelanceerd. Zij deden dat op de open dag van incubator YES!Delft, waar ondernemerschap en startups centraal stonden. Paul de Krom, bestuursvoorzitter van innovatieorganisatie TNO, gaf bij de lancering aan dat TekDelta goed past bij de rol van TNO om partijen en kennis te verbinden. “TNO gelooft in de kracht van open innovatie en wil samen met startups innovaties sneller naar de markt brengen. TNO zet daar graag haar labs, intellectueel eigendom en expertise voor in”.

Inmiddels bijna 20 participerende organisaties

logo_TekDelta_400.jpg“Startups innoveren razendsnel, maar hebben vaak geen geld om meteen dure patenten in licentie te nemen en laboratoria in te richten. Door TekDelta kunnen startups sneller groeien en wordt er efficiënter en laagdrempeliger gebruik gemaakt van technologische kennis; join & share! Meer corporates en kennisinstellingen moeten dit voorbeeld volgen”, volgens Neelie Kroes. Op dit moment kent TekDelta al bijna 20 participerende organisaties. TekDelta ziet dit aantal graag groeien.

Pilot

TekDelta start met een pilot, als opmaat naar een meerjarenprogramma, gericht op startups die zich bezig houden met Internet of Things en Big Data. Via TekDelta krijgen zij laagdrempelig toegang tot de kennis, ervaring en faciliteiten van partijen als KPN, Philips, NXP, de Technische Universiteiten en de toegepaste kennisinstellingen ECN en TNO. Startup organisaties die TekDelta ondersteunen zijn o.a. Rockstart, YES!Delft, HealthValley, Startup Amsterdam, Venture Café en LabforRent. TekDelta wil aansluiten bij bestaande initiatieven en vooral de juiste technologische versnelling toevoegen, bijvoorbeeld door proof-of-concepts in labs te faciliteren of bestaand intellectueel eigendom te ontsluiten voor snelle toepassing.

NVVE ziet kennis artsen reikwijdte euthanasiewet toenemen

Het lijkt erop dat artsen en patiënten steeds beter met elkaar communiceren over hun wensen en mogelijkheden van de euthanasiewet. Tot die conclusie komt de NVVE op basis van het jaarverslag van de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE’s) dat vanochtend werd gepresenteerd door voorzitter Jacob Kohnstamm aan minister Schippers. In 2015 ontvingen de RTE’s 5516 meldingen van euthanasie.Het aantal meldingen stijgt daarmee ten opzichte 2014 met 4% Dat is 3,8 % van het totaal aantal sterfgevallen in Nederland.

Door op tijd met elkaar in gesprek te gaan kan de arts het euthanasieverzoek beter beoordelen. Zowel KNMG als NVVE voeren campagne om het op tijd bespreken van wensen over levenseinde te stimuleren.

Het verslag over 2015 laat ook zien dat artsen de reikwijdte van de wet steeds beter kennen. Er waren 106 mensen met dementie, die uitzichtloos en ondraaglijk leden, die euthanasie kregen, waarbij het in enkele gevallen ging om gevorderde dementie. De artsen van de Levenseindekliniek voerden 28 van deze euthanasieverzoeken uit.

De NVVE wil dat er meer duidelijkheid komt over de mogelijkheid om in een late fase van dementie euthanasie te verlenen. Mensen met dementie en een euthanasiewens, zijn nu veelal genoodzaakt vroegtijdig om euthanasie te verzoeken. Goede voorlichting op basis van de Handreiking Schriftelijk Euthanasieverzoek, die eerder dit jaar door het ministerie van VWS is uitgegeven, kan daaraan bijdragen. De toetsingscommissies schrijven in het jaarverslag expliciet dat euthanasie op basis van een schriftelijke wilsverklaring, van toepassing op de ontstane situatie, mogelijk is.

Er waren 56 mensen die op grond van psychisch lijden euthanasie kregen. Van hen werden er 33 geholpen door psychiaters van de Stichting Levenseindekliniek. Op het gebied van complexe euthanasieverzoeken vervult de Levenseindekliniek een belangrijke rol, door haar expertise en ervaring is zij in staat de mogelijkheden van de euthanasiewet optimaal te benutten. Het is goed te lezen dat de RTE het niet langer nodig vindt de artsen van de Levenseindekliniek specifieke aandacht te geven bij de toetsing.

In vier van de 5516 gevallen van euthanasie oordeelde de commissie dat er niet is gehandeld overeenkomstig de zorgvuldigheidseisen. In drie gevallen betrof het de zorgvuldigheidseis van medisch zorgvuldige uitvoering. In een geval ging het om het verband tussen het ontbreken van een redelijk andere oplossing, uitzichtloos lijden en weloverwogen verzoek, plus een summier verslag. De NVVE vindt het belangrijk dat de oordelen van toetsingscommissies voor artsen en patiënten toegankelijk zijn. De vereniging is verheugd met de publicatie van oordelen op www.euthanasiecommissie.nl en in de Code of Practice. Ook het streven naar harmonisatie van de oordelen is een goede ontwikkeling. Zo weten artsen en patiënten steeds beter waar zij aan toe zijn bij moeilijke beslissingen rondom het levenseinde.

In dit kader pleit de NVVE voor registratie van alle euthanasieverzoeken en argumentatie waarom een verzoek wordt afgewezen. De Levenseindekliniek rapporteert nu al jaarlijks over alle afgewezen verzoeken.