EU-expertbijeenkomst over snelle toegang tot innovatieve medicijnen

In Amsterdam zijn vandaag de eerste stappen gezet naar een nieuwe manier van kijken naar markttoelating en vergoeding van innovatieve medicijnen. Op uitnodiging van minister Edith Schippers (VWS) spraken meer dan 100 experts uit heel Europa over snellere en betaalbare toegang voor patiënten tot innovatieve medicijnen. Zo keken zij naar methoden van versnelde of voorwaardelijke markttoelating en vergoeding en het delen van onderzoeksgegevens tussen de verschillende landen en autoriteiten.

Innovatieve medicijnen

Er komen steeds meer innovatieve medicijnen beschikbaar en dat is geweldig voor de patiënt. Deze medicijnen zijn echter vaak bedoeld voor een kleine groep mensen waardoor er niet altijd voldoende onderzoeksdata beschikbaar zijn. De werkzaamheid,veiligheid en toegevoegde waarde van deze middelen is daarom lastig vast te stellen. Het kan daardoor erg lang duren voordat de patiënt toegang heeft tot deze nieuwe middelen.

 

Schippers grijpt het voorzitterschap van de Europese Unie aan om dit proces te versnellen: ‘We moeten in Europa samen kijken hoe we medicijnen waar patiënten echt op zitten te wachten snel bij hen kunnen krijgen, zonder afbreuk te doen aan de veiligheid. Dit moet hand in hand gaan met de betaalbaarheid. Wat hebben we er aan als een medicijn wel toegelaten, maar volledig onbetaalbaar is? Voor innovatieve medicijnen is goede samenwerking op het gebied van markttoelating en vergoeding in een vroeg stadium nodig. Nu werken autoriteiten die hier over gaan zowel nationaal als internationaal nog teveel los van elkaar.’

Urgentie breed gedeeld

De experts bogen zich gezamenlijk over 3 vragen: Op welke producten moet versnelde toelating zich richten? Welke (voorwaardelijke) eisen stellen we hieraan, en hoe kunnen we de verschillende procedures beter op elkaar afstemmen?

 

In de discussies werd duidelijk dat de urgentie om meer samen op te trekken breed wordt gedeeld. Om ons systeem toekomstbestendig te maken moeten we zowel kijken naar nieuwe elementen in de toelating als nieuwe methoden van vergoeding. Betere samenwerking tussen autoriteiten voor markttoelating en die voor vergoeding is cruciaal voor snelle en betaalbare toegang tot innovatieve medicijnen.

 

De uitkomsten van de conferentie worden gebruikt als input voor de Informele Raad van Ministers van Volksgezondheid in april, waarbij ministers uit de 28 EU-lidstaten onder voorzitterschap van Schippers zich over het geneesmiddelenbeleid gaan buigen.

23 Partijen zorg en ICT zetten Landelijk Schakelpunt voort

23 Partijen hebben hun handtekening gezet onder het nieuwe Convenant “Gebruik Landelijke Zorginfrastructuur 2016 – 2020” en het bijbehorende Businessplan. Daarmee bevestigden alle twintig nu deelnemende partijen hun eerdere intentie uit 2015 om in de komende vijf jaar door te gaan met VZVZ en het Landelijk Schakelpunt. Drie nieuwe partijen (GGZ Nederland, NVAVG en SAN) treden toe tot het convenant.

23 partijen
De partijen waaronder de koepels van apothekers (KNMP), huisartsen (LHV), Huisartsenposten (InEen) en ziekenhuizen (NVZ), Patiëntenfederatie NPCF, Zorgverzekeraars Nederland, Nictiz en leveranciers van zorginformatiesystemen tekenden het nieuwe convenant. Nieuwe partijen zijn de brancheorganisaties voor instellingen in de geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg (GGZ Nederland), artsen voor verstandelijk gehandicapten (NVAVG) en diagnostische centra (SAN).
Alle partijen zijn het eens over de manier waarop zij samen met VZVZ de landelijke zorginfrastructuur willen gebruiken en doorontwikkelen. De eerste convenantperiode is hiermee afgesloten. Deze stond vooral in het teken van aansluiten, het verkrijgen van toestemming van patiënten en het daadwerkelijke gebruik.

De eerste jaren
In de afgelopen drie jaar hebben meer dan 90% van de huisartsenpraktijken een aansluiting gekregen en in meer dan 95% van de apotheken en huisartsenposten was dat het geval. Meer dan 89% van de ziekenhuizen zijn aangesloten op het Landelijk Schakelpunt. Bijna 9,9 miljoen Nederlanders hebben intussen hun zorgverlener(s) toestemming gegeven om hun gegevens voor uitwisseling beschikbaar te stellen voor het geval dat voor hun behandeling van belang is. Ruim 16,1 miljoen medische brongegevens zijn nu te raadplegen; een belangrijke ontwikkeling in het kader van de veilige zorg voor de patiënten in Nederland. De informatie-uitwisseling draagt bij aan de veiligheid in waarneemsituaties, reguliere medische situaties en spoedeisende situaties. Kortom, op die momenten dat het voor de behandeling van de patiënt van belang is. Dat leidt er toe dat momenteel wekelijks 1 miljoen medische opvragingen via het Landelijk Schakelpunt worden verzonden.

De komende jaren
De ondertekenaars van het convenant hebben de afgelopen maanden intensief met elkaar gesproken over het businessplan voor de komende jaren. Was het vorige convenant vooral gericht op de daadwerkelijke start van de zorginfrastructuur, het nieuwe convenant is vooral gericht op verbreding en verdieping van het gebruik van het Landelijk Schakelpunt. In 2015 werd al veelvuldig gebruik gemaakt van de zorginfrastructuur. Daarmee kwamen belangrijke ontwikkelpunten naar boven. Gebruiksgemak en toegevoegde waarde in een veilige omgeving staan voorop. Gebruikers spelen een centrale rol in de beoogde aanpassingen.

Tot nu toe minder sterfte in winter dan vorig jaar

In de winter van 2015 op 2016 zijn tot nu toe minder mensen overleden dan in dezelfde periode vorig jaar. Vooral onder 80-plussers was de sterfte lager. Dat meldt CBS.

Vanaf de eerste week van december 2015 tot en met de tweede week van februari van 2016 zijn 32,5 duizend personen overleden. Dat zijn 2,5 duizend sterfgevallen minder dan in hetzelfde tijdvak in 2014 op 2015. Toen heerste er een 21 weken durende griepgolf, de langste sinds de start van de registratie van RIVM in 1970. Ook nu is er sprake van een griepepidemie die qua intensiteit niet veel onderdoet voor die van winter 2014/2015.

Verband griep en kou met sterfte onduidelijk
CBS heeft in eerdere publicaties al laten zien dat periodes met griepepidemieën al dan niet in combinatie met lage temperaturen samenvallen met meer sterfgevallen. De verklaring voor de samenhang is echter onduidelijk. In de wetenschap is veel discussie over de vraag waarom tijdens periodes van kou of griep of een combinatie van beiden de sterfte hoger is dan in een vergelijkbare periode waarin geen griepepidemie heerst. Tot nu toe is er geen oorzakelijk verband aangetoond.

Leeftijd en regio
Ook onder ouderen zijn er minder sterfgevallen dan in het vorige winterseizoen. Het aantal overledenen onder 80-plussers in de winter van 2015/’16 is tot nu toe ruim 13 procent lager dan een jaar eerder. Bij de 65 tot 80 jarigen is het 5 procent lager. Onder 65-minners is het aantal overledenen vrijwel gelijk gebleven. Regionaal zijn de verschillen in het aantal overledenen klein. Maar relatief daalde de sterfte het meest in landsdeel Zuid.