Ziekte door elektromagnetische velden aantoonbaar

Bij mensen die ziek worden door elektromagnetische velden (EMV) en chemische overgevoeligheid is objectief medisch vast te stellen waardoor hun gezondheidsklachten worden veroorzaakt en hoe ze behandeld kunnen worden. De internationaal erkende Franse oncoloog Professor Dr. Dominique Belpomme heeft daarvoor een diagnose en behandelmethode ontwikkeld.

Samen met andere medici en wetenschappers mocht hij medio februari zijn onderzoek toelichten tijdens een congres in het Franse parlementsgebouw. Dat werd georganiseerd door parlementslid Laurence Abeille en Europarlementariër Michèle Rivasi en had de steun van oud WHO-directeur Gro Harlem Brundtland. Daarbij riepen ze op om elektrohypersensitiviteit (EHS) en meervoudige chemische overgevoeligheid (MCS) te erkennen als medische aandoening en als een functionele arbeidsstoornis.

Belpomme onderzocht 1216 patiënten die beweerden aan EHS of MCS te lijden. Hij voerde bij hen hersenscans en biologische testen uit, onderzocht bloed en urine en ontdekte verschillende biomarkers.
Hij vond verhoogde gehaltes van het CRP-eiwit, dat ontstekingen veroorzaakt en tot Alzheimer kan leiden. Lagere gehaltes van vitamine D2-D3 en verhoogde gehaltes histamine en immunoglobuline in het bloed wezen op ontstekingen. Ook mat hij verhoogde gehaltes van eiwitten en stoffen als nitrotyrosine die hersenbeschadiging kunnen veroorzaken. In hun urine vond hij hormonen als melatonine, wat duidt op chronische ziektes en slaapproblemen kan veroorzaken. Ook onderzocht hij met een echo hoe het bloed in de hersenen reageerde op EMV en chemische stoffen. Volgens Belpomme verstoort EMV de beschermende bloed-hersenbarrière die hersens moet beschermen, waardoor het hersenontstekingen veroorzaakt en oxidatieve stress. Dat leidt weer tot neurodegeneratieve ziektes als Alzheimer, Parkinson of MS, maar ook schizofrenie, autisme en bipolaire stoornissen.
Alle deelnemende patiënten werden eerst onderzocht om andere aandoeningen uit te kunnen sluiten. Zij leden aan symptomen als hoofdpijn, huid- en zenuwaandoeningen, geheugenverlies, concentratieproblemen, slapeloosheid, chronische vermoeidheid en depressieve klachten. Symptomen die afnamen of verdwenen als blootstelling aan EMV of chemische stoffen werd vermeden.
De behandelmethode die Belpomme voorstaat lijkt op die bij auto-immuunziektes. Het bestaat uit herstel van de bloedvoorziening naar de hersenen, het verhogen van gehaltes vitamine, antihistamine en antioxidanten en bescherming tegen EMV en chemische stoffen.

Mensen met MCS claimen ziek te worden van diverse chemische stoffen en/of geuren en kunnen daardoor nauwelijks meer een normaal leven leiden. MCS werd in 1961 voor het eerst benoemd en in 1999 werd internationaal overeenstemming bereikt over de symptomen en de criteria om de aandoening vast te stellen.
Mensen die lijden aan EHS, ook wel elektrogevoeligheid of elektroallergie genoemd, claimen dat hun gezondheidsklachten veroorzaakt worden door blootstelling aan elektromagnetische velden van mobiele en draadloze telefoons, wifi, elektrische apparaten of kabels en andere bronnen. Over EHS wordt sinds 1991 gesproken en gerapporteerd, maar veel landen erkennen de klachten niet als een functionele stoornis die arbeidsongeschiktheid kan veroorzaken. Wel erkent de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) sinds 2004 dat blootstelling aan elektromagnetische velden nadelige gezondheidseffecten kan hebben. In landen als Zwitserland, Duitsland of Engeland geeft tussen de 5 en 11 procent van bevolking aan last te hebben van EHS. Nu 7 miljard mensen op de wereld een mobiele telefoon gebruiken, verwacht Belpomme dat deze percentages zullen toenemen. Volgens de professor is er een groot gebrek aan kennis, waardoor medici ontkennen dat er wetenschappelijk bewijs is voor de relatie tussen de klachten en EMV.
Zijn onderzoek heeft duidelijke klinische symptomen aangetoond, waardoor bewezen is dat EHS en MCS geen psychische of psychosomatische-, maar daadwerkelijke, pathologische, somatische aandoeningen zijn.

Professor Belpomme is hoogleraar oncologie op de Universiteit Paris V, werkt als oncoloog in het Parijse universiteitsziekenhuis, is voorzitter van het Europese onderzoeksinstituut naar kanker en milieu (ECERI) en oprichter en voorzitter van de vereniging voor onderzoek en behandeling van kanker (ARTAC). Hij is internationaal bekend vanwege zijn kankeronderzoek, maar ook vanwege zijn strijd tegen milieuvervuiling. Zo was hij initiatiefnemer voor het Appel van Parijs in 2004, waarin 500 wetenschappers uit heel Europa – onder wie diverse Nobelprijswinnaars – waarschuwden dat milieuvervuiling leidt tot meer gevallen van kanker, onvruchtbaarheid, astma en allergie. Via ARTAC doet Belpomme ook onderzoek naar de oorzaken en gevolgen van elektromagnetische en toxische belastingen.

E-learning verbetert zorg aan cliënt

Zorgprofessionals vinden dat leren via e-learnings betere zorg oplevert voor de cliënt. Dit blijkt uit recent onderzoek van kennisplein Zorg voor Beter. De e-learnings zijn enorm populair bij verzorgenden en verpleegkundigen die Zorg voor Beter bezoeken. Het merendeel zegt dat hierdoor de zorg voor de cliënt verbetert.

Voor het eerst heeft Zorg voor Beter onderzocht in hoeverre instrumenten in de praktijk gebruikt worden. Maar liefst 85% van de respondenten heeft één van de instrumenten op het kennisplein in de praktijk gebruikt. De e-learnings worden het meest gebruikt (45%), gevolgd door de poetsinstructiekaarten (22%) en de 80 alternatieven voor vrijheidsbeperking (21%). Meer dan de helft van deze gebruikers meent dat de zorg voor cliënten door deze instrumenten verbeterd is. In totaal vulden 962 mensen de digitale enquête van Zorg voor Beter in. Meer informatie: www.zorgvoorbeter.nl

E-learnings populair
Een bezoeker schreef: ‘De e-learnings zijn geweldig. Top! Ik leer er veel van, of fris mijn kennis ermee op.’ De informatie wordt gebruikt voor vakkennis op peil houden en directe toepassing in de zorg. Eerdere onderzoeken toonden al aan dat de opmars van E-learning niet meer te stoppen is. Professionals proberen bijscholing vaak te combineren met hun werk en een druk privéleven. Met E-learning kan er maatwerk geboden worden. Zeker wanneer dit gebeurt door het verbinden van de online opgedane kennis met reflectie in het team.
Sonja Kersten, directeur V&VN: ‘Deze vorm van bijscholing past bij deze tijd. Wij doen er veel aan om ervoor te zorgen dat verpleegkundigen en verzorgenden die hun deskundigheidsbevordering bij willen en moeten houden, dit zoveel mogelijk doen op een manier die bij hen past. V&VN is partner in Zorg voor Beter om zorgmedewerkers in de langdurige zorg praktische informatie te bieden die aansluit bij de praktijk. Het is goed om te horen dat de professionals zelf veelvuldig gebruikmaken van de instrumenten en de zorg er door zien verbeteren.

Professionaliteit centraal
Ruimte voor kwaliteitsverbetering is extra belangrijk nu de zorg verandert en de cliënt steeds meer de regie krijgt, samen met familie, vrienden en vrijwilligers. De zorgprofessional hierin extra ondersteunen via concrete middelen is een essentieel onderdeel van die verandering. E-learnings helpen de medewerkers van zorgorganisaties daarbij. De e-learnings Goed in Gesprek ondersteunen zorgprofessionals bijvoorbeeld in hun gesprekken met de cliënt, met elkaar en met het management over de manier waarop zij de zorg invullen. Astraia Rühl, voorzitter stuurgroep Zorg voor Beter ‘We zijn heel blij dat we zorgprofessionals nog beter kunnen ondersteunen. Daar gaat het uiteindelijk om. Zo helpen we zorgorganisaties echt om deze verandering vorm te geven’.

Zorgvoorbeter.nl is een kennisplein voor de langdurige zorg (VVT) en een gezamenlijk initiatief van ActiZ, Vilans, V&VN en ZonMW. Het Kennisplein biedt betrouwbare en actuele informatie die zorgmedewerkers in de praktijk kunnen gebruiken om de ouderenzorg en zorg aan chronisch zieken te verbeteren.

Binnen Europa in Nederland minste antibiotica verstrekt

Antibiotica worden van de Europese landen in Nederland het minst verstrekt, in Griekenland het meest (cijfers 2013). Ook binnen Nederland zijn er verschillen in de mate waarin antibiotica worden verstrekt. In sommige gemeenten krijgen tweemaal zoveel mensen antibiotica verstrekt als in andere. Dit meldt CBS.

Er is binnen Europa een grote variatie in de mate waarin antibiotica worden gegeven. Uit de meest recente Europese vergelijking (2013) blijkt dat in Nederland de minste antibiotica werden verstrekt, iets minder dan 11 dagelijkse doseringen gemeten per 1 000 inwoners. In Duitsland gebeurde dat ruim anderhalf keer zo veel als in Nederland en in België en Frankrijk meer dan twee en een half keer zo veel. In Griekenland werden de meeste antibiotica verstrekt, meer dan 32 dagelijkse doseringen per 1 000 inwoners. De Grieken kregen dus drie keer zo veel antibiotica als de Nederlanders.

Regionale verschillen binnen Nederland
Ook binnen Nederland zijn er regionale verschillen in het verstrekken van antibiotica. In 2013 kregen in sommige gemeenten tweemaal zoveel mensen antibiotica als in andere. Zo werd in de gemeente Schermer in Noord-Holland aan nog geen 15 procent van de bevolking antibiotica verstrekt, in de gemeente Pekela in Zuidoost-Groningen was dit ruim 30. Antibiotica worden vaker gegeven aan kinderen en ouderen. Ook wanneer rekening wordt gehouden met leeftijdsopbouw blijven regionale verschillen bestaan.

Minder antibiotica verstrekt
Het aantal personen dat antibiotica verstrekt kreeg is sinds 2011 met 10 procent gedaald van 3,9 tot 3,5 miljoen in 2014. Van de personen die antibiotica kregen was 60 procent vrouw. Twee derde van de door openbare apotheken afgeleverde antibiotica werden in 2012 voorgeschreven door huisartsen, een derde door specialisten.
AMR conferentie

Tijdens de conferentie over antimicrobiële resistentie (AMR) komen op 9 en 10 februari 2016 alle EU-/EEA-ministers van zowel Volksgezondheid als Landbouw in Amsterdam bijeen om onder leiding van het Nederlandse voorzitterschap te spreken over resistentie tegen antibiotica.