Apothekers luiden de noodklok

Apotheken kunnen de problemen die veroorzaakt worden door het doorgeschoten beleid van de zorgverzekeraars niet meer aan. De NAPCO pleit voor een beleidsaanpassing zonder dat de kosten worden verhoogd.

“Inmiddels komen zelfs meest essentiële zorgtaken in de knel, lopen de logistieke en administratieve inspanningen en kosten op en ontstaan er irritaties bij patiënten die het vertrouwen in de apotheken ondermijnen”, aldus dr. H.C.J. Geers, apotheker en actief lid van de NAPCO.

Napco (belangenorganisatie voor de zelfstandige openbare apothekers met ca 600 leden) roept de politiek en de zorgverzekeraars op om de farmaceutische patiëntenzorg bij de eerstelijns geneesmiddelendistributie weer op de eerste plaats te stellen. Omdat het preferentiebeleid bij de geneesmiddeleninkoop inmiddels geen significante extra kostenbesparingen meer teweegbrengt, kunnen zij in overleg met de apothekersorganisaties het huidige preferentiebeleid van geneesmiddelen beëindigen. Er zijn ook alternatieve mogelijkheden waarbij de administratieve lastendruk daalt, de patiënt weer de farmaceutische krijgt die hij/zij mag verwachten en de apotheken weer zorg kunnen leveren, zonder dat dit extra kosten met zich meebrengt.

Het preferentiebeleid (ingevoerd in 2006) houdt in dat de zorgverzekeraars ieder zelf voor hun eigen verzekerden de geneesmiddelen contracteren en de prijs onderhandelen met de fabrikanten. De apotheken moeten dan deze zgn. preferente middelen leveren tegen de door de zorgverzekeraars gecontracteerde prijzen. Dit beleid heeft in enkele jaren geleid tot een ongehoorde kostenbesparing op de geneesmiddeleninkoop en was daarmee uitermate succesvol.

Maar nu de administratieve lasten die bij het preferentiebeleid horen de zorg in de weg staan en het preferentiebeleid uitgeput raakt met nog nauwelijks verdere prijsdalingen, moeten ook de keerzijden van dit beleid onder ogen worden gezien:

Grote bezwaren
· Het preferentiebeleid zorgt ervoor, dat patiënten vaak van middel moeten wisselen. Dat komt enerzijds doordat zorgverzekeraars een nieuw geneesmiddel als preferent aanwijzen, anderzijds doordat deze middelen vaak niet leverbaar zijn

· Soms is een ander middel om medische noodzaak (intolerantie, doseringsverschillen) niet wenselijk en dan geeft de arts dat op het recept aan. De verantwoording, verwerking en administratie daarvan is complex en verhoogt we werkdruk en de lasten. De artsen hebben daarover nadrukkelijk geklaagd en zijn daarvan inmiddels vrijgesteld, de apotheken niet…

· Het preferentiebeleid heeft er bovendien toe geleid dat veel middelen niet of onregelmatig (op tijd) leverbaar zijn. Dit kan zelfs (zoals nu) oplopen tot 27% niet verkrijgbaar!

· Dat betekent vaak ingewikkelde toeren uithalen om de patiënt toch te helpen, terwijl de zorgverzekeraar de apotheker met het werk en de brokken laat zitten.

· Dit heeft natuurlijk duidelijk een demotiverende werking op apothekers en apothekersassistenten.

· Het preferentiebeleid veroorzaakt veel onduidelijkheid, met name ook voor de patiënt.

· De medicatieveiligheid en therapietrouw komt hierdoor in gevaar.

Lange lijst niet leverbare medicijnen
De situatie loopt meestal door alle wijzigingen van het begin van elk nieuw jaar, met telkens weer, per verzekeraar, keuzes voor andere middelen uit de hand. Maar 2016 begint wel erg dramatisch met lange lijsten van niet-leverbare medicijnen., alsmede een steeds erger wordende en een niet langer te hanteren lastendruk.

huidig preferentiebeleid aanpassen, zonder extra kosten

Daarom roept Napco op tot actie en streeft ernaar met zorgverzekeraars snel afspraken te maken over kostenbeheersing en administratieve lastenverlichting, waarbij dit onwerkbare systeem van het huidig preferentiebeleid wordt verlaten. Apothekers zijn zorgverleners die zich bezig zouden moeten houden met overleg met patiënt, mantelzorgers, huisartsen, specialisten en andere plaatselijke zorg- en hulpverleners over kwaliteit, medicatiebeoordelingen, receptcontroles, medicatiebegeleiding enz. Helaas is de praktijk nu dat openbare apothekers het grootste deel van hun tijd bezig zijn met administratieve taken en uitleg aan patiënten, wat het beleid van hun zorgverzekeraars inhoudt (i.c. vertellen waarom zij een bepaald middel van hun verzekeraar niet krijgen en vervolgens de negatieve reacties van patiënten daarop incasseren).

ook Verkenners wilden in 2013 al aanpassing Preferentiebeleid
Drie jaar geleden stelde de minister, op verzoek van de Tweede Kamer “Verkenners” aan, de heren Reibestein en Rinnooy Kan, die ook de problematiek van het preferentiebeleid onderzochten.

Zij constateerden al het volgende:
“De grootste onvrede concentreert zich rond het preferentiebeleid. Apothekers klagen over een gebrekkige leveringszekerheid van geneesmiddelen die hiervan het gevolg zou zijn. Ge zien de grote zorg van apothekers hierover is dringend onderzoek gewenst. Het preferentiebeleid mag niet leiden tot een te kort schietende leveringszekerheid van geneesmiddelen aan patiënten.

Daarnaast zou het preferentiebeleid leiden tot een veel hogere werkdruk.
Apothekersassistenten geven indringend aan dat ze steeds meer tijd kwijt zijn aan de uitleg van het beleid van de zorgverzekeraar en aan het geruststellen van patiënten wanneer een medicijn weer eens van doosje en kleur is gewisseld. Samen met de apothekers vrezen zij dat patiënten de weg in hun medicatie kwijt raken met uiteindelijk negatieve gevolgen voor hun gezondheid.”

Nu, bijna drie jaar later, is er nog niets in het beleid veranderd.
Woensdagmiddag heeft minister Schippers een opening gemaakt: Zij nodigt alle beroepsgroepen uit de Eerstelijnszorg uit om met een lijst van regels te komen, die kunnen worden geschrapt “om de regeldruk kleiner te maken en daarmee het werkplezier weer terug te brengen bij de professional”, aldus de minister. Napco neemt die handschoen meteen op door nu zo’n lijst van overbodige regelingen op te stellen. De minister hoopt dat de betrokken beroepsgroepen “er vol ingaan”. Napco neemt onmiddellijk actie hiertoe.

Alternatief voor handen
Wij willen alternatieven bieden voor het huidig preferentiebeleid (zoals o.a. een laagste prijzen garantie systeem) waarbij de kosten onder controle blijven en waarbij de apotheker weer op basis van een open relatie met zijn patiënten échte farmaceutische zorg kan verlenen.

KNMP: ‘Medicijntekort maatschappelijk onverantwoord’

De KNMP reageert geschokt op de mededeling dat het voor schildklierpatiënten bestemde medicijn Thyrax Duotab (levothyroxine) binnenkort niet leverbaar is. Fabrikant Aspen Pharma Trading Ltd maakte vandaag bekend dat vanaf februari de 0,025 mg tabletten niet meer beschikbaar zijn in verband met de overgang naar een nieuwe productielocatie. Voorzitter Gerben Klein Nulent van de KNMP spreekt van ‘maatschappelijk onverantwoord gedrag’. 350.000 Nederlanders gebruiken dagelijks dit merkmedicijn voor schildklierklachten. De helft hiervan ondervindt al komende maand de gevolgen. ‘Apothekers zijn juist bij het omzetten van dit middel uiterst terughoudend. Dit zorgt voor onrust bij deze patiëntengroep.’

‘Veel patiënten zullen er in hun dagelijks leven hinder van ondervinden’, aldus Klein Nulent. ‘Het inregelen van dit medicijn luistert nauw. Ik ben ervan overtuigd dat de huisarts en de apotheker het proces kundig begeleiden. Maar dit is geen sinecure. Dit alles leidt tot extra onderzoek in het laboratorium. Het brengt bovendien allerlei maatschappelijke kosten met zich mee om de mensen over te zetten naar een alternatief. De reden die de fabrikant aanvoert is van logistieke aard. Dat is moeilijk te bevatten, je zou verwachten dat er voorzorgsmaatregelen zouden zijn getroffen om beschikbaarheidsproblemen te vermijden.’

Levothyroxineproducten niet onderling uitwisselbaar
Thyrax Duobtab 0,025 mg is vanaf februari niet meer beschikbaar. De 0,100 mg en 0,150 mg zijn op voorraad tot medio 2016. De fabrikant verwacht pas later dit jaar weer te kunnen leveren. Bijna een half miljoen mensen ging in 2015 naar de apotheek voor het schildklierhormoon levothyroxine. Ruim zeventig procent van de schildklierpatiënten in Nederland gebruikt Thyrax Duotab. De levothyroxineproducten zijn niet onderling uitwisselbaar. De behandelend arts dient bij overzetten een controle uit te voeren, met mogelijk een andere dosering als gevolg.

Een recente publicatie in de media als zouden apothekers massaal mensen overzetten naar eigen merken of merkloze varianten blijkt niet op cijfers gebaseerd. ‘In de tweede helft van 2015 is dat in slechts 0,3 procent van de verstrekkingen gebeurd’, stelt Klein Nulent. ‘De apotheker weet heel goed hoe gevoelig het ligt bij dit middel.’ Negentig procent van het gebruik is op basis van voorschrift door de huisarts.

Toename geneesmiddeltekorten
Het is niet voor het eerst dat de KNMP zich kritisch uitlaat over tekorten. Op jaarbasis komt het ongeveer vijfhonderd keer voor dat fabrikanten (tijdelijk) niet kunnen niet leveren. Dit zorgt hoe dan ook voor onrust aan de balie van de apotheker. De KNMP ziet door de jaren heen een toename in de aantallen, duur en ernst van geneesmiddeltekorten.

NVZ: Kwaliteitsmetingen kosten ziekenhuizen jaarlijks € 80 miljoen

Uit het vandaag verschenen rapport van KPMG Plexus (onderzoek kosten kwaliteitsmetingen), dat in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ) werd opgesteld, blijkt dat elk ziekenhuis ongeveer Euro 1,3 miljoen kwijt is aan kwaliteitsmetingen. Voor alle ziekenhuizen komt dit neer op zo’n Euro 80 miljoen per jaar. Dit bedrag gaat ten koste van het leveren van zorg.
‘De NVZ dringt namens haar leden al langer aan om de registratielast aanzienlijk terug te dringen dit rapport benadrukt de noodzaak hiervan,’ aldus NVZ directeur Margot van der Starre.

Toenemende registratielast
Om de beste zorg aan de patiënt te kunnen blijven bieden, is inzicht in kwaliteit nodig. Daarom nemen ziekenhuizen dan ook deel aan kwaliteitsmetingen. Het meten van kwaliteit brengt zowel externe kosten als interne kosten, zoals registratietijd en systeemaanpassingen met zich mee. Van der Starre: ‘Deze kosten komen vaak bij het ziekenhuis terecht. De kwaliteitsregistraties zijn echt doorgeslagen naar de verkeerde kant. Registraties zijn ooit bedacht om patiëntenzorg te verbeteren. Maar daar komen de ziekenhuizen bijna niet meer aan toe door de registratielast .’

Beschikbare middelen onder druk
Er is steeds meer vraag naar kwaliteitsgegevens. Dit betekent dat ziekenhuizen de afgelopen jaren steeds meer zijn gaan registreren waardoor de beschikbare middelen onder druk komen te staan. Gemiddeld neemt een ziekenhuis deel aan 45 kwaliteitsregistraties, 19 keurmerken en 7 patiënt-ervaringsregistraties. De toegevoegde waarde van al deze registraties en metingen weegt allang niet meer op tegen de kosten en de registratielast.

Terugdringen registraties door landelijke afspraken
De uitkomsten van het onderzoek onderstrepen de reeds door de NVZ ingezette lijn om afspraken te maken over het toetsen van kwaliteitsregistraties op effectiviteit en doelmatigheid, bijvoorbeeld door eenmalige registratie aan de bron door te zetten. Hierdoor worden gegevens één keer verzameld en kunnen ze op meerdere plekken worden gebruikt. Ook is er winst te behalen door de uitkomsten van behandelingen te meten waardoor veel structuur- en procesindicatoren kunnen vervallen. Van der Starre: ‘ Het is ook belangrijk landelijke afspraken te maken over een beperkte indicatorenset voor een maximaal aantal aandoeningen. We hebben er nu gewoon teveel. Het systeem in ontspoort terwijl de basisgedachte – het verbeteren van zorg – waardevol is.’