Aanpak antibioticaresistentie prioriteit Nederland én VS

Het Witte Huis lanceerde gisteren het actieplan van de regering Obama om multiresistente tuberculose (MDR-tbc) 1 nationaal en wereldwijd aan te pakken. Met dit plan geeft de VS prioriteit aan de aanpak van MDR-tbc als onderdeel haar bredere agenda om de dreiging van antibioticaresistentie voor mondiale volksgezondheid tegen te gaan.

Minister Schippers is een belangrijke bondgenoot van de Obama administratie bij de mondiale aanpak van antibioticaresistentie (AMR). Later dit jaar zal Nederland gastheer zijn voor de top van de Global Health Security Agenda (GHSA). Recent heeft Nederland One-Health maatregelen aangekondigd om AMR tegen te gaan. Tevens is AMR het prioritaire gezondheidsthema tijdens het huidige Nederlandse EU voorzitterschap. De aanpak van MDR-tbc maakt onderdeel uit van de Nederlandse antibioticaresistentie agenda.

Kitty van Weezenbeek, algemeen directeur van KNCV Tuberculosefonds, heeft gesproken bij de lancering van het actieplan tegen MDR-tbc in Washington. Het Nederlandse KNCV Tuberculosefonds geeft leiding aan Challenge TB, het mondiale project van United States Agency for International Development (USAID) voor tbc- en tbc/hiv-bestrijding. Challenge TB is actief in 21 landen in Azië en Afrika. Van Weezenbeek: “Het afgelopen jaar hebben wij in een twintigtal landen 53.000 MDR-tbc patiënten op behandeling kunnen zetten. Wij bereiken op dit moment een genezingspercentage van 68%, aanzienlijk hoger dan het wereldwijde gemiddelde van 50%. Het aantal MDR-tbc gevallen groeit. De komende jaren verwachten wij urgent benodigde vooruitgang te realiseren in het tijdig onderkennen van MDR-tbc en verdere verbetering van het genezingspercentage. Dit doen wij door innovaties effectief en versneld toe te passen en door goede zorg beter toegankelijk te maken”.

KNCV Tuberculosefonds juicht de aankondiging van het actieplan van het Witte Huis toe. MDR-tbc is één van de grotere mondiale uitdagingen op het gebied van de volksgezondheid. Het plan van Obama dringt aan op urgente actie op een aantal terreinen en door regeringen wereldwijd. Het plan vergroot de mogelijkheden van USAID om de strijd tegen deze wereldwijde bedreiging van de volksgezondheid uit te breiden en intensiveert de activiteiten van KNCV Tuberculosefonds en haar partners op het gebied van MDR-tbc. Van Weezenbeek: “Het leiderschap dat de VS toont is van cruciaal belang voor een doorbraak in de strijd tegen MDR-tbc, een ziekte die ons allen kan treffen. Ik juich ook het leiderschap van Minister Schippers toe voor een daadkrachtige aanpak van antibioticaresistentie, mondiaal en binnen de EU”.

1. Bij MDR-tbc is de ziekteverwekker ongevoelig voor de twee krachtigste medicijnen tegen tuberculose. Behandeling voor mdr- en extensief resistente tuberculose (xdr-tbc) duurt driemaal langer dan de behandeling van reguliere tuberculose, is honderden keren duurder en geeft meer, en ernstigere bijwerkingen. Een onbehandelde persoon met mdr- of xdr-tbc kan 10 tot 15 andere individuen besmetten per jaar.

ETZ zet nieuw laxeermiddel in voor darmonderzoek

Voor een kijkonderzoek van de dikke darm (coloscopie) is het belangrijk dat de darmen goed schoon zijn. Patiënten van Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (ETZ) krijgen voortaan voor het reinigen van hun spijsverteringskanaal het laxeermiddel Eziclen voorgeschreven. “Deze vloeistof is voor patiënten veel beter te verdragen”, licht MDL-arts Robbert Eichhorn de keuze toe.

Het ETZ is een van de eerste ziekenhuizen in Nederland dat kiest voor dit laxeermiddel. De keuze is gebaseerd op onderzoek bij driehonderd ETZ-patiënten. Uitkomst van deze studie is dat de patiënten de inname van Eziclen minder belastend vinden dan andere laxeermiddelen. “Bovendien zorgt het laxeermiddel voor schonere darmen”, stelt arts onderzoekster Sophie Giles. Zij heeft samen met de verpleegkundigen Marleen Wildhagen en Meike Broeren het onderzoek uitgevoerd. Bij het onderzoek is ook gekeken naar de patiëntenwaardering. “Iets meer mensen hadden last van buikkrampen, maar de nachtrust werd duidelijk minder verstoord. Conclusie is dat de patiënten het nieuwe middel beter waarderen.”

Zoeter
Door invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker worden steeds meer coloscopieën uitgevoerd. Het darmonderzoek vereist een zorgvuldige voorbereiding, door het grondig reinigen van de darmen. Daarvoor moeten normaal gesproken grote hoeveelheden laxeervloeistof worden gedronken. MDL-arts Eichhorn: “Patiënten moesten voorheen ongeveer vier liter laxeermiddel drinken voor het spoelen van de darmen, waarvan de zoute smaak als minder prettig wordt ervaren”. Het drinken van het laxeermiddel vinden patiënten vaak erger dan het darmonderzoek zelf. Het nieuwe laxeermiddel bestaat daarentegen uit twee kleine flesjes met vloeistof. Elk flesje moet met water worden aangevuld, tot twee keer een halve liter. Daarna kunnen patiënten een heldere drank naar keuze nemen, zoals bijvoorbeeld appelsap of bouillon. Een ander voordeel is dat het nieuwe laxeermiddel zoeter smaakt dan vergelijkbare middelen”.

Prettiger
Ook patiënt T. van Eeten (82) is zeer te spreken over het nieuwe middel: “Het nieuwe laxeermiddel is veel prettiger om in te nemen. De hoeveelheden zijn veel kleiner, ik hoef geen liters meer te slikken”. De heer Van Eeten heeft al drie keer een darmonderzoek in het ETZ gehad en kan dus het oude en nieuwe middel goed met elkaar vergelijken. “Tijdens mijn laatste onderzoek kon ik zelf op het beeldscherm zien dat mijn darmen veel schoner waren. Daardoor waren de darmpoliepen beter zichtbaar.”

Helft Nederlanders vindt kinderen verantwoordelijk voor zorg ouders

De helft van de Nederlanders vindt dat kinderen verantwoordelijk zijn voor de zorg voor hun ouders. Vooral jongeren zijn van mening dat volwassen kinderen voor hun ouders moeten zorgen als dat nodig is. Het zijn echter vooral 45-plussers die daadwerkelijk te maken krijgen met ouders of schoonouders die hulp nodig hebben, blijkt uit onderzoek van CBS.

Vooral jongeren vinden dat kinderen voor ouders moeten zorgen
In een vergrijzende samenleving zal het aantal ouderen dat zorg of steun nodig heeft toenemen. Deze hulp komt deels op de schouders van de kinderen. Van de jongeren tussen de 18 en 25 jaar vindt 80 procent dat volwassen kinderen voor hun ouders moeten zorgen als dat nodig is. Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt het aandeel dat die mening deelt af. Zo vindt 34 procent van de 55-plussers dat kinderen verantwoordelijk zijn voor de zorg van ouders.

Zorg voor ouders speelt vooral bij 45- tot 55-jarigen
Hoewel jongeren vaak vinden dat kinderen verantwoordelijk zijn voor de zorg van hun ouders, speelt dit op hun leeftijd nog niet zo vaak. Van de 18- tot 25-jarigen heeft 8 procent hun ouders of schoonouders geholpen bij huishoudelijke taken. Van de 45- tot 55-jarigen is dat 23 procent. Bij het geven van dagelijkse verzorging hebben respectievelijk 2 en 6 procent hun (schoon)ouders ondersteund. Deze verschillen hangen samen met de leeftijd van de ouders. Naarmate deze ouder zijn, is de kans op gezondheidsproblemen groter.

Ouderen met ouders helpen relatief vaak
De 65-plussers geven het minst vaak zorg. Hun ouders zijn meestal al overleden, waardoor er minder vaak een zorgvraag is. Leven de eigen ouders nog wel, dan heeft een naar verhouding groot deel hen geholpen bij huishoudelijke taken (40 procent) of bij de dagelijkse verzorging (9 procent). Van alle mensen die één of beide ouders nog hebben, heeft bijna 16 procent hun ouders bij huishoudelijke taken ondersteund, en ruim 3 procent bij de dagelijkse verzorging.