Meeluisteroperatie toont effect CliniClowns

Vanaf vandaag zijn in heel Nederland zes radiodocumentaires te horen over het effect van het werk van CliniClowns. Onderzoek wijst uit dat de oprechte aandacht, samen met de verbeeldingskracht van CliniClowns, de behandeling van een ziek kind ten goede komt. In de bijzondere ‘Meeluisteroperatie’ kunnen luisteraars dit voor het eerst, van heel dichtbij, horen. Radio-documentairemaakster Stef Visjager – o.a. bekend van de 1Minuutjes voor Zapp – maakte de reeks in samenwerking met CliniClowns. Alle mini docu’s zijn te horen op cliniclowns.nl/meeluisteroperatie.

Rode neus wordt microfoon
In de radiodocumentaires staan de verhalen van zes kinderen in het ziekenhuis centraal. Zo luisteren we mee met Reyan die superkrachten krijgt om een zware operatie in te gaan. Of met Sara, van wie het zelfvertrouwen met danspassen vooruit gaat. En horen we hoe Bram de steun krijgt om weer een dag door te vechten.

Stef Visjager, radio-documentairemaakster: “Het bijzondere aan deze documentaire is de manier waarop we de verhalen hebben opgenomen. We hebben – eenmalig – van de rode neus van de clowns een microfoon gemaakt. Op die manier hebben we het oprechte contact, de verbeeldingskracht van de clowns én het effect nog realistischer kunnen vangen.”

Minder angst en stress
Er wordt vaak gedacht dat de inzet van CliniClowns is bedoeld voor afleiding en plezier alleen. Hoewel beide erg belangrijk zijn, reikt de toegevoegde waarde van CliniClowns verder. De verbeeldingskracht van de clowns en de oprechte aandacht voor het kind komt ook de behandeling ten goede. Een pijnlijke behandeling wordt draaglijker én kinderen ervaren minder angst en stress. Een patiëntje voelt zich letterlijk gesterkt en krijgt door het spel met de clown weer controle over de situatie. Ook voor ouders heeft dit een positief effect. Dit effect wordt onderbouwd vanuit verschillende internationale onderzoeken waaronder Vagnoli (2005), Bertini (2011) en Linge (2012).

Ines von Rosenstiel, kinderarts in het Slotervaartziekenhuis en medeoprichter van het Nationaal Informatie en Kenniscentrum Integrative Medicine: “CliniClowns zijn in staat om speelruimte te creëren, ruimte om letterlijk weer even kind te zijn. Door het rollenspel met de clowns krijgt het kind meer controle over zijn situatie, wordt letterlijk empowered. CliniClowns zorgen naast ontspanning, een lach en optimisme dan ook voor vermindering van angst-, pijn- en stressgevoelens. We zien daardoor dat kinderen zich weer kunnen uiten in emoties en stressvolle gebeurtenissen kunnen verwerken. En het geeft kracht om weer op jezelf te vertrouwen, controle te hebben. In mijn werk als kinderarts heb ik meerdere malen gedacht: ik zou willen dat ik nu een CliniClown kon voorschrijven.”

Toenemende aandacht voor het kind achter de patiënt
Stichting CliniClowns is onderdeel van een bredere ontwikkeling binnen de gezondheidszorg, waar in toenemende mate aandacht is voor de mens achter de patiënt. Zo wordt steeds meer aandacht besteed aan de inrichting van de medische omgeving en aan gelijkwaardige communicatie tussen ziekenhuis en patiënt. CliniClowns voegt daar oprechte aandacht en verbeeldingskracht aan toe, om kinderen zich vooral weer beter laten vóelen. Want aandacht voor zowel geestelijk welzijn als lichamelijke gezondheid is van belang bij herstel.

Vaccineer zwangere om jonge zuigeling tegen kinkhoest te beschermen

Bij het huidige inentingsbeleid, met de eerste prik rond de leeftijd van twee maanden, blijven de allerjongsten onbeschermd tegen kinkhoest. Tegelijkertijd zijn zij het meest kwetsbaar voor de ziekte en kunnen zij er zelfs aan sterven. De Gezondheidsraad vindt dat effectieve en veilige aanvullende bescherming kan komen van antistoffen via de moeder. Dat kan door haar in het derde trimester van de zwangerschap vaccinatie tegen kinkhoest aan te bieden.
De allerjongsten zijn onvoldoende beschermd

Kinkhoest kan op alle leeftijden voorkomen maar is het gevaarlijkst voor zuigelingen en jonge kinderen. Die moeten relatief vaak opgenomen worden in ziekenhuizen en zij kunnen er incidenteel aan sterven. Daarom is kinkhoest een van de ziekten waartegen kinderen via het Rijksvaccinatieprogramma sinds jaar en dag worden ingeënt. Vanaf de eerste dosis van het vaccin – rond de leeftijd van twee maanden – bouwt het kind geleidelijk afweer op tegen de ziekte, ondersteund door de volgende doses van het vaccin. Uit de continue registratie van ziektegevallen en ziekenhuisopnames blijkt dat kinderen tijdens de eerste levensmaanden nog niet afdoende beschermd zijn tegen kinkhoest.

Vaccinatie van zwangere vrouwen levert winst op
Volgens de Gezondheidsraad vormt vaccinatie tijdens de zwangerschap een voor de hand liggende, effectieve en veilige aanvulling op de bestaande vaccinatie van zuigelingen. Op basis van recente inzichten en gegevens is aannemelijk dat vaccinatie van de zwangere vrouw helpt om haar zuigeling te beschermen: het aantal ziekenhuisopnamen onder zuigelingen tot en met vijf maanden zal naar verwachting afnemen van gemiddeld meer dan honderd per jaar naar ongeveer twintig tot dertig per jaar. Ook de al zeer zeldzame sterfte onder zuigelingen kan hierdoor nog verder verminderen. Eén prik in het derde trimester volstaat.

Anticiperen op begrijpelijke weerstanden
Het standpunt om tijdens de zwangerschap zo min mogelijk interventies – bijvoorbeeld geneesmiddelengebruik – te ondergaan, wordt in onze samenleving breed gedragen. Op zich terecht, vindt de raad, maar voor dit specifieke doel lijkt een uitzondering gerechtvaardigd. Ook hier is immers het doel om gezondheidsschade bij het kind te voorkomen. Toch is het moeilijk te voorspellen hoe de houding van Nederlandse zwangere vrouwen in deze zal zijn. De raad adviseert de minister om dit eerst te onderzoeken. De gegevens kunnen ook helpen om de voorlichting en de publiekscommunicatie vorm te geven. Tot slot is monitoring belangrijk om te kunnen evalueren of het ook daadwerkelijk lukt om jonge zuigelingen beter te beschermen tegen kinkhoest.

Nederland organiseert grootste eHealth congres van Europa

Nederland organiseert in juni 2016 het grootste Europese congres op het gebied van eHealth. Minister Edith Schippers en staatssecretaris Martin van Rijn (beiden VWS) willen dat nieuwe innovaties in de zorg breed toepasbaar worden voor de mensen die daar baat bij hebben. Deze wens staat daarmee centraal op het driedaagse congres. Ook is er aandacht voor de veranderingen die dit voor zorgverleners met zich mee brengt. eHealth Week 2016 wordt georganiseerd in het kader van het voorzitterschap van Nederland van de Europese Unie.

Aan eHealth Week 2016 zullen naar verwachting 2500 mensen uit meer dan 30 landen deelnemen. Het congres wordt georganiseerd door de Europese Commissie, HIMMS Europe en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Daarmee biedt het niet alleen een uitstekende kans om te kijken naar goede voorbeelden over de grens. Het is ook een unieke kans voor Nederlandse bedrijven om zich te presenteren. Minister Edith Schippers: “Of het nu gaat om diabetes, e-mental health, gezond ouder worden, of apparatuur voor diagnostiek, Nederlandse bedrijven zijn wereldwijd actief, staan goed aangeschreven en kunnen veel betekenen voor de zorg en de patiënt.

In de Beurs van Berlage komen beleidsmakers, onderzoekers en de bedrijven vanuit de hele wereld samen. Een goed moment om duidelijk te maken waar innovatie in de zorg volgens VWS om moet gaan, meerwaarde creëren voor de gebruiker. Staatsecretaris Martin van Rijn: “Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in rap tempo op. Het is onze taak om te zorgen dat de nieuwe technieken leiden tot betere zorg, waarbij de mensen die ondersteuning en zorg nodig hebben centraal staan.”

Naast het driedaagse congres worden in dezelfde week ook twee nationale eHealth dagen georganiseerd. Maandag 6 juni staat in het teken van initiatieven uit verschillende Nederlandse regio’s, met aanbieders en gebruikers van eHealth. De ondersteuning en het opschalen van eHealth start-ups in Nederland is het thema van de bijeenkomst op 7 juni 2016.

Voor meer informatie over eHealth Week 2016: www.ehealthweek.org.