Onderhandelaarsakkoord medisch-specialistische zorg 2018

De totale uitgaven in de medisch-specialistische zorg mogen in 2018 landelijk met 1,6% groeien. De afgesproken groei is 1,6%, maar met inachtneming van nog openstaande taakstellingen uit het verleden komt die neer op effectief 1,4%.

Dit is de uitkomst van een onderhandelaarsakkoord tussen het ministerie van VWS en partijen in de medisch-specialistische zorg. Staatssecretaris Martin van Rijn heeft dit akkoord gesloten namens minister Edith Schippers. Van Rijn neemt Schippers’ taken waar zolang zij als informateur bij de kabinetsformatie is betrokken.

Behalve financiële afspraken zijn inhoudelijke afspraken gemaakt die de medisch-specialistische zorg verder verbeteren. Betrokken partijen leggen het onderhandelaarsakkoord nu met een positief advies aan hun achterbannen voor.

De afspraken zijn gemaakt tussen het ministerie van VWS, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU), Patiëntenfederatie Nederland, Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN), Federatie Medisch Specialisten (FMS), Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland (V&VN).

Nieuwe behandeling herseninfarct in basisverzekering

Afbeeldingsresultaat voor herseninfarctEen nieuwe methode voor de behandeling van een herseninfarct is opgenomen in de basisverzekering. Het gaat om een ingreep waarbij een bloedstolsel uit een bloedvat in de hersenen wordt gehaald met een katheter; enigszins vergelijkbaar met dotteren. AMC-onderzoek dat op 6 april werd gepubliceerd in the New England Journal of Medicine bewijst hoe effectief de behandeling is op de lange termijn.

Mede dankzij onderzoek van AMC-promovendus Lucie van den Berg en neuroloog prof. dr. Yvo Roos nam Minister Schippers deze nieuwe behandeling van een herseninfarct op in de basisverzekering. De onderzoekers toonden aan dat de innovatieve methode ook na twee jaar nog steeds gezondheidsvoordelen oplevert voor de patient. De onderzoeksresultaten werden eind 2016 al vertrouwelijk aan minister Schippers gepresenteerd, waarna de behandeling per 1 januari 2017 werd opgenomen in de basisverzekering.

Revolutionaire behandeling
Eind 2014 brak er een kleine revolutie uit in de wereld van artsen die herseninfarcten behandelen. Wat bij problemen in de bloedvaten bij het hart al jarenlang gemeengoed is, dotteren, bleek ook bij verstopte slagaders in de hersenen grote voordelen te hebben. De arts stuurt een dunne holle buis (katheter) via de bloedvaten naar het propje, klapt een stent uit in het propje en trekt het eruit. Ongeveer zoals een cardioloog een vernauwd bloedvat bij het hart te lijf gaat.

Deze MR CLEAN-studie, waaraan zeventien Nederlandse ziekenhuizen hebben meegedaan, liet zien dat deze nieuwe behandelmethode goed uitpakt. De resultaten van de MR CLEAN-studie werden in 2015 gepubliceerd in het wetenschappelijke vakblad de New England Journal of Medicine en vormden het begin van een nieuwe behandelstrategie voor patiënten met een herseninfarct. Onlangs ontvingen de onderzoekers voor dit baanbrekende onderzoek de Wetenschaps- en Innovatieprijs 2017 van de Federatie Medisch Specialisten.

Zorgverzekering
Maar bewijs leveren dat iets werkt, is niet hetzelfde als de behandeling opgenomen krijgen in de zorgverzekering. Daarvoor zijn lange termijn resultaten nodig, concludeerde het Zorginstituut Nederland, dat advies uitbrengt aan het ministerie van Volksgezondheid over vergoedingen van behandelingen.

Het AMC heeft, in samenwerking met Erasmus MC en Maastricht UMC+, nu die bewijzen geleverd. Ook na twee jaar blijkt de nieuwe behandeling grote gezondheidsvoordelen te geven ten opzichte van de standaardbehandeling. Patiënten die de ingreep ondergingen, hebben nog steeds minder neurologische klachten en functioneren beter in het dagelijks leven na een herseninfarct.

Aanzienlijke ziektelast door complicaties bij chronische Q-koorts

Patiënten met chronische Q-koorts hebben een relatief grote kans op ernstige complicaties, blijkt uit de eerste analyses uitgevoerd in de nationale Q-koorts database.

Volgens de onderzoekers krijgt ongeveer zestig procent van de mensen met bewezen chronische Q-koorts vroeg of laat te maken met ernstige klachten, die hun kwaliteit van leven kan aantasten. “Dan heb je het over complicaties als fistels in de bloedvaten in de buik, buikabcessen, ontsteking van de aorta of een lekkende hartklep”, zegt internist-infectioloog dr. Jan Jelrik Oosterheert van het UMC Utrecht.

Volgens Oosterheert is er voor mensen met chronische Q-koorts echter geen reden voor paniek. Oosterheert: “Het is niet zo dat deze patiënten acuut gevaar lopen. Maar hun gezondheid is wel aantoonbaar minder. Er is een kans dat zij eerder overlijden dan zonder chronische Q-koorts het geval was geweest, bijvoorbeeld door hartfalen.”

Nationale database
In de nationale Q-koorts database, die wordt beheerd door het UMC Utrecht in samenwerking met Radboudumc en het Jeroen Bosch Ziekenhuis in Den Bosch, zijn op anonieme basis de gegevens van 444 patiënten met de chronische vorm van de ziekte opgenomen. Zij zijn gesplitst in drie groepen: bewezen (253 patiënten), waarschijnlijk (74) of mogelijk (117) chronische Q-koorts. De patiënten met ernstige complicaties zitten in de eerste twee categorieën.

Een deel van hen is al overleden. Vorig jaar werd bekend dat chronische Q-koorts tot op dat moment 65 dodelijke slachtoffers had geëist. Daarnaast waren nog eens negen mensen overleden aan acute Q-koorts, wat het totaal op 74 brengt. Volgens de onderzoekers van de database is Q-koorts met afstand de zoönose (ziekte overdraagbaar van dier op mens) met de meeste impact op patiënten in de recente Nederlandse geschiedenis.

Meer bekendheid
De nieuwe resultaten zullen zeker bijdragen aan een grotere bekendheid met Q-koorts en de gevolgen ervan. De onderzoekers hopen dat hun werk ook de kennis onder het algemene publiek over zoönosen (infectieziekten die van dier op mens kunnen worden overgedragen) zal vergroten. Oosterheert: “Bij een uitbraak van zoönose zaten artsen, dierenartsen en de overheid voorheen ieder op hun eigen eiland. Door de Q-koorts is dat wel veranderd, de drempels om elkaar op te zoeken zijn lager geworden en de infrastructuur ten aanzien van onderzoek en patiëntenzorg is beter.”

Q-koorts uitbraak
Q-koorts wordt veroorzaakt door infectie met de bacterie Coxiella burnetii. De uitbraak in Nederland – Q-koorts verspreidde zich vanaf 2007 tot 2010 via een geitenboerderij in Herpen (Noord-Brabant) door heel het land – was wereldwijd de grootste ooit. Q-koorts blijft her en der ook op andere plekken in de wereld de kop op steken.