Patiënten steeds meer bereid om robots toe te laten

Gerelateerde afbeeldingGaan artsen de komende jaren plaatsmaken voor robots? Zo ver is het nog niet, maar de gezondheidszorg adopteert technische ontwikkelingen in hoog tempo en de patiënten zijn er klaar voor. Volgens nieuw onderzoek van accountants – en adviesbureau PwC is een meerderheid van de respondenten bereid om deze geavanceerde technologieën toe te laten om zo de kwaliteit van de geleverde zorg naar een hoger niveau te tillen. Aan het wereldwijde onderzoek van PwC deden meer dan 11.000 mensen uit 12 landen mee.

Volgens Sander Visser, leider van de health care praktijk van PwC, is de bereidheid in Nederland ook toegenomen. “Meer dan de helft verwelkomt robots en kunstmatige intelligentie in de gezondheidszorg, tegenover 39 procent die dat niet wenst. De Nederlandse respondenten geven aan hiervoor open te staan als diagnoses en testen daardoor beter en sneller worden uitgevoerd. Daarnaast blijkt uit het onderzoek dat een hogere toegankelijkheid door deze technologische ontwikkelingen ook wordt toegejuicht. Maar we zijn ook bang dat typisch menselijke waarden als vertrouwen en een persoonlijke benadering hierdoor verloren gaan. Daar zit nog de achilleshiel.”

Uit het PwC onderzoek blijkt tevens dat de bereidheid om deze technieken in de gezondheidszorg toe te laten in opkomende economieën fors hoger ligt dan in West-Europa. “De gezondheidszorg in opkomende economieën is nog meer in ontwikkeling en kent daarom meer flexibiliteit. De bereidheid om nieuwe ontwikkelingen sneller op te nemen, ligt daar hoger. In landen als Nederland en België is dat minder het geval”, zegt Visser.

Bij kleine operaties ziet een meerderheid geen bezwaar als een robot deze operatie uitvoert. In Nigeria, Turkije en Zuid-Afrika ligt dit percentage het hoogst (73%, 66% en 62%) en in het Verenigd Koninkrijk het laagst, namelijk 36%. Dit beeld verandert echter als het gaat om ingrijpende operaties zoals heupoperaties, het verwijderen van een tumor of een hartoperatie. Toch geeft 40 procent van de respondenten in Nederland dan nog aan hiervoor open te staan.

Visser: “Uiteindelijk zet deze trend in de gezondheidszorg door. We zullen in de komende decennia te maken krijgen met een toenemende krapte op de arbeidsmarkt. Kunstmatige intelligentie en robots worden daarom een belangrijk hulpmiddel.”

Eindelijk een veilige sleutelkluis om de zorg toegang te geven

Onveilige sleutelkastjes komen regelmatig in het nieuws, omdat inbrekers ze makkelijk open kunnen krijgen. En dat is groot probleem omdat steeds meer ouderen in Nederland een sleutelkluisje bij de voordeur hebben hangen, om zorgverleners en mantelzorgers toegang te geven tot hun woning. Een bekend probleem van vrijwel alle betaalbare systemen is dat inbrekers deze makkelijk open krijgen. Met cKey Pin zegt FocusCura een einde aan dit probleem te maken.

150.000 onveilige sleutelkluizen
In 2014 stelde ouderenbond KBO-PCOB al dat er in Nederland 150.000 onveilige sleutelkluizen aan de gevels hangen. En onlangs besteedde het VARA-programma Kassa nog uitgebreid aandacht aan het onderwerp.

‘Bestand tegen inbraak en vandalisme’
“Volledige inbraakwerende garantie kunnen we natuurlijk nooit geven, maar we hebben cKey Pin ontwikkeld in samenwerking met een bedrijf dat gespecialiseerd is in het maken van bankkluizen”, vertelt product manager Stijn van der Heijden van FocusCura. “Daardoor is het veel beter bestand tegen inbraak en vandalisme.”

Gecertificeerd systeem
cKey Pin draagt een Sold Secure Bronze certificering. Sold Secure is een toonaangevend Brits testinstituut dat zich toelegt op het beoordelen en classificeren van beveiligingsproducten. Daarmee voldoet het systeem aan de Europese veiligheidsvoorschriften.

Kluisje met pincode
De cKey Pin sleutelkluis wordt op de buitenmuur gemonteerd en is beveiligd met een pincode, legt Van der Heijden uit: “Je beslist zelf aan wie je de toegangscode geeft en je kunt de code ook altijd wijzigen. Zo weet je precies wie er je huis in kan. En dat is wel zo veilig”.

Nieuwe techniek geeft biomoleculen in weefsels kleur

​​​​​Een extra detector op een elektronenmicroscoop kan helpen om te bepalen welke moleculen er op specifieke plekken in een cel voorkomen. Dat schrijven wetenschappers van het UMCG en de TU Delft afgelopen week in het tijdschrift Scientific Reports. “Met deze detector kunnen we elk molecuul in een cel een eigen kleurtje geven,” zegt Ben Giepmans, de onderzoeksleider uit Groningen. Kleurenelektronenmicroscopie is een nieuwe toevoeging voor medisch onderzoek, dat tot interessante resultaten kan leiden.”

Elektronenmicroscopen kunnen heel ver inzoomen, en daarmee elke kleine structuur in de cel zichtbaar maken. Daardoor zijn ze veel nauwkeuriger dan lichtmicroscopen, die al veel langer gebruikt worden. “Maar een elektronenmicroscoop toont beelden altijd in grijstinten,” legt Giepmans uit. “Wij hebben nu laten zien dat het met behulp van deze detector mogelijk is om kleuren aan te brengen. Je kunt het vergelijken met Google Earth: met behulp van satellietbeelden zie je aardig hoe een stukje van de aarde eruit ziet, maar als je wegen en steden inkleurt, kun je je veel beter oriënteren. Zo kun je door het kleuren van moleculen beter laten zien naar welke biologische structuren je precies kijkt.”

Elementen i​​n beeld brengen

De onderzoekers hebben gebruik gemaakt van een detector die ontwikkeld is voor materiaalkunde. De Delftse teamleider Jacob Hoogenboom: “Wij hadden deze detector aangeschaft om heel kleine structuren voor de halfgeleider-industrie te onderzoeken. Voor andere projecten werkten we al samen met het UMCG. Daar had men gewerkt met soortgelijke technieken om biologische preparaten in te kleuren, wat echter maar twee kleuren opleverde. Zo is het idee ontstaan om dat ook met deze detector te onderzoeken.” De detector is in staat om elk bouwblokje van moleculen apart te detecteren, zoals stikstof, fosfor of zwavel, maar ook ijzer en andere metalen. Giepmans: “DNA bevat bijvoorbeeld veel fosfor. Als we de fosfor in een cel een kleurtje geven, kunnen we precies zien waar het DNA ligt.”

​​​​Toepassing

De onderzoekers pasten de techniek toe op hun eigen onderzoeksgebied: type 1 diabetes. “We hebben gekeken naar cellen van de alvleesklier van een rat die gevoelig is voor type 1 diabetes. Daarin konden we heel duidelijk de verschillende soorten cellen in de alvleesklier laten zien: insuline-producerende cellen krijgen een kleur door de zwavel, want dat zit veel in insuline, terwijl cellen die glucagon produceren een andere kleur krijgen, omdat dat hormoon weer andere elementen bevat.” Weefsel werd in kaart gebracht in Groningen, opgestuurd naar Delft en vervolgens met de nieuwe detector op bepaalde plekken verder geanalyseerd. Dat leidde tot opvallende waarnemingen. “We konden zien dat er bij deze rat stoffen zaten op plekken in de alvleesklier waar ze normaal niet zitten,” legt Giepmans uit. “Met subsidie vanuit Europa gaan we de komende tijd verder onderzoeken of dit iets te maken heeft met diabetes. Zo zie je dat de techniek in de praktijk nu al bijdraagt aan wetenschappelijke kennis”. Het UMCG heeft inmiddels ook een eigen detector voor ‘kleurenEM’ en Giepmans krijgt uit binnen- en buitenland ook al celmateriaal toegestuurd om met deze nieuwe techniek te testen.

​Een techniek voor iedereen

De onderzoekers zijn niet de eersten die elementen kleurden in een elektronenmicroscoop. “In eerder onderzoek konden ze maar twee stoffen kleuren. Wij kunnen nu heel veel verschillende elementen tegelijkertijd meten en kleuren.” Giepmans had de droom al langer. “Ik wist dat het mogelijk moest zijn, ik droomde hier al lang van. Maar het kwam pas van de grond toen we gingen samenwerken met Delft en hun detector op onze weefsels toepasten.

Een interdisciplinaire samenwerking dus, die tot concrete resultaten heeft geleid. “Wat misschien nog wel het mooiste is van deze techniek, is dat het betaalbaar is. Het is echt een nieuwe tool voor microscopie die we nu al voor veel onderzoeksgroepen toepassen.”