29 landen bundelen krachten in de strijd tegen ziekenhuisinfecties

Ruim zestig hogescholen, universiteiten, onderzoeksinstituten en bedrijven uit 29 Europese landen hebben de handen ineen geslagen om onderzoek te doen naar de impact van het gebruik van antimicrobiële (nano-)coatings op het voorkomen van infecties in zorginstellingen. Het is voor het eerst dat dit vraagstuk op een dergelijke omvangrijke en internationale schaal wordt aangepakt.

In het project zullen de voordelen van deze toepassing worden afgewogen tegen eventuele nadelige effecten. De partners hebben hun krachten gebundeld in het AMiCI-consortium (Anti-Microbial Coating Innovations to prevent infectious disease), dat wordt gesteund door COST (European Cooperation in Science and Technology). Op 16 november komt het AMiCI-consortium gedurende drie dagen bijeen in Heerlen om de stand van zaken rond dit onderwerp te bespreken en de strategie van dit grootschalige project verder uit te zetten. Het project heeft een initiële looptijd van vier jaar.

Nieuwe methodes essentieel
Volgens het Europese Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) lopen er jaarlijks naar schatting meer dan vier miljoen mensen een zorg gerelateerde infectie op. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de volksgezondheid, maar brengt ook hoge zorgkosten met zich mee. “Infecties en infectieziektes vormen een permanente bedreiging voor de volksgezondheid. Daarom is het essentieel dat nieuwe methodes – als aanvulling op of als alternatief voor het gebruik van desinfecterende middelen en antibiotica – grondig worden onderzocht om de microbiële activiteit, daaraan gerelateerde infecties en de toename van de antimicrobiële resistentie terug te dringen”, aldus dr. Francy Crijns, voorzitter van het AMiCI-consortium en senior docent-onderzoeker bij Zuyd Hogeschool in Heerlen. “Multidisciplinaire en internationale samenwerking zijn daarbij essentieel.”

Veelbelovend
Antimicrobiële (nano-)coatings (AMC) zijn een nieuw veelbelovend wapen in de strijd tegen bacteriële groei en de ontwikkeling van multiresistente bacteriën. Deze coatings bevatten ingrediënten die het aantal micro-organismen op gecoate oppervlakken verminderen of zelfs helemaal elimineren. Het centrale doel is om te evalueren welke impact (de introductie van) AMC in de gezondheidszorg heeft op het verspreiden van infecties en in hoeverre AMC kan worden ingezet voor het terugdringen van zorginfecties en bacteriële resistentie. Hiertoe verenigt AMiCI stakeholders uit verschillende landen en vakgebieden, waaronder kennisinstituten, producenten en verwerkers van AMC, en organisaties die betrokken zijn bij de naleving van internationale normen inzake hygiëne. Het AMiCI-consortium wordt gedurende vier jaar gesteund door COST, maar naar verwachting zullen uit dit consortium langdurige gezamenlijke onderzoekinitiatieven op dit gebied voortvloeien.

Doel
Om het centrale doel te bereiken – evalueren welke impact (de introductie van) AMC in de gezondheidszorg heeft op het verspreiden van infecties en in hoeverre AMC kan worden ingezet voor het terugdringen van zorginfecties en bacteriële resistentie voor de huidige antibiotica – heeft het AMiCI-consortium vijf werkgroepen opgezet met elk zijn eigen subdoelen. De werkgroepen zijn gericht op het ontwikkelen van antimicrobiële materialen, het onderzoeken van de effectiviteit, de risico’s die verbonden zijn aan de toepassing van deze coatings, alsook onderhoud en reiniging. Een vijfde werkgroep legt zich toe op communicatie en disseminatie van de resultaten.

Doorbraak
Het AMiCI-onderzoek sluit naadloos aan bij diverse lectoraten en twee van de vier zwaartepunten van Zuyd Hogeschool ‒ Innovatieve zorg en technologie, en Life sciences and materials ‒ en is een nieuw succes voor het team dat onderzoek doet naar antimicrobiële coatings. Zo is januari 2016 onder leiding van dr. Francy Crijns het project ‘Implementatie van Antimicrobiële Coatings in de gezondheidszorg. Naar betere hygiëne en minder infecties door coatings’ van start gegaan met steun van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. Deelnemers aan dit baanbrekend onderzoek dat in een drietal ziekenhuizen uitgevoerd wordt, zijn Zuyd Hogeschool, Chemelot Innovation and Learning Labs (CHILL), Expertisecentrum Innovatieve Zorg en Technologie (EIZT), Maastricht Universitair Medisch Centrum, Saxion en enkele zorginstellingen.

Ook binnen het grootschalig ontwikkelingsprogramma op het gebied van meten in de zorg, LIME, hebben apparaten om de effectiviteit van antimicrobiële coatings te meten een prominente rol. Zo wordt nieuwe diagnostiek op basis van de Heat-Transfer Methodologie (HTM) ontwikkeld en geïmplementeerd. De mogelijkheid om antibioticaresistente bacteriën zoals MRSA te detecteren en vervolgens binnen enkele minuten vast te stellen of een patiënt of oppervlak besmet is met een dergelijke bacterie, zou een significante medische en technologische doorbraak betekenen.

Werknemers in zorg ervaren hoge werkdruk

zusterWerknemers in de gezondheids- en welzijnszorg ervaren een bovengemiddeld hoge werkdruk. Daarnaast geven zij aan dat ze minder ruimte hebben om hun werkzaamheden naar eigen inzicht in te richten. Ook is de emotionele belasting er hoger dan gemiddeld. Dit blijkt uit de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van CBS en TNO.
In 2015 zei ruim de helft van de werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg vaak heel veel werk te moeten verzetten. Verder zei 43 procent vaak erg snel te moeten werken en 35 procent moest vaak extra hard werken. Onder alle werknemers samen liggen deze percentages een stuk lager. De werkdruk is het hoogst in de gezondheidszorg, maar ook in de verzorging en welzijn ligt de werkdruk boven het gemiddelde.
De gezondheids- en welzijnszorg telt bijna 1,2 miljoen werknemers. Van hen zijn 480 duizend actief in de gezondheidszorg, onder meer in ziekenhuizen, de geestelijke gezondheidszorg en huisartspraktijken. In de verzorging en welzijn, zoals in verpleeg- en verzorgingshuizen, de thuiszorg en de kinderopvang, zijn 680 duizend mensen in dienst. Het is een echte vrouwensector: 83 procent van de werknemers is een vrouw.

Weinig autonomie

Een hoge werkdruk kan tot lichamelijke of psychische klachten leiden en daarmee tot verzuim. Dat hoeft echter niet. Een belangrijke factor hierbij is of men zelfstandig en naar eigen inzicht het werk kan inrichten. In de gezondheids- en welzijnszorg is de mate van autonomie betrekkelijk laag. Vooral het aandeel werknemers dat aangeeft zelf het eigen werktempo te kunnen bepalen, is met 46 procent een stuk kleiner dan bij alle werknemers samen: 57 procent. Ook zeggen werknemers er minder vaak zelf beslissingen te kunnen nemen en de volgorde van hun werkzaamheden te kunnen bepalen. In de gezondheidszorg geldt dat nog sterker dan in de verzorging en welzijn.
Ook steun van leidinggevenden en collega’s kan werknemers helpen om te gaan met de eisen die het werk stelt. De leidinggevenden hebben dan oog voor het welzijn van de medewerkers en de collega’s tonen belangstelling. Sociale steun ervaren werknemers in de gezondheids- en welzijnszorg even veel als gemiddeld.

Emotioneel zwaar werk

Werk kan niet alleen veel vergen doordat er vaak heel snel, veel of hard gewerkt moet worden, maar ook omdat het emotioneel zwaar is. In de gezondheids- en welzijnszorg is de emotionele belasting het hoogst van alle bedrijfstakken. Meer dan een kwart van de werknemers noemt het werk emotioneel veeleisend, ruim twee keer zo vaak als gemiddeld. Ook het aandeel dat spreekt van emotioneel moeilijke werksituaties is met 16 procent ruim twee keer zo groot. Deze percentages zijn in de gezondheidszorg hoger dan in de verzorging en welzijn. De mate van emotionele betrokkenheid bij het werk is juist hoger in de verzorging en welzijn.

Voorkomen ziekteverzuim kan door inzet Professional Organizer

hooikoortsZiekteverzuim door infostress neemt drastisch toe, maar kan in veel gevallen worden voorkomen door tijdige inzet van een Profesisonal Organizer, zo blijkt uit het effectiviteitsonderzoek van de Nederlandse Beroepsvereniging van Professional Organizers. Veel werknemers hebben door de 24-uurs economie en alle moderne communicatiemiddelen last van infostress. De geboden informatiestromen kunnen niet snel genoeg verwerkt worden, en in combinatie met andere stressfactoren kan dit leiden tot een structurele stresssituatie, met verzuim tot gevolg. Professional organizing blijkt een positief effect te hebben op infostress.

De problemen met onder andere een overvolle e-mailbox en de onoverzichtelijke werkvoorraad nemen fors af door de begeleiding van een Professional Organizer. Dat blijkt uit onderzoek* naar de effectiviteit van de dienstverlening van Professional Organizers door de Nederlandse Beroepsvereniging van Professional Organizers (NBPO). Werkstress is beroepsziekte nummer 1. Gemiddeld heeft 1 op de 7 werkenden last van werkstress. En als stress de verzuimoorzaak is, zitten medewerkers gemiddeld 180 dagen thuis (ArboNeD, 2014).

Er zijn veel oorzaken van werkstress zoals psychische werkstress, disbalans tussen werk en privé, teveel werk in combinatie met privéproblemen, baanonzekerheid door de flexibilisering van de arbeidsmarkt en inefficiënte werkgewoontes. Moderne communicatiemiddelen en niet te vergeten onze 24-uurs economie zijn daar het afgelopen decennium nog als belangrijke factoren van werkstress bijgekomen.

Niet iedereen kan voldoende structureren en organiseren, en voor een door stress geplaagde medewerker kan het gebrek aan overzicht de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Toch is er organisaties veel aan gelegen ervoor te zorgen dat medewerkers niet langdurig uitvallen door overspannenheid of een burn-out, en te werken aan duurzame inzetbaarheid. Helemaal nu er in de afgelopen tijd door ontslagen en reorganisaties veel minder mensen dan voorheen, dezelfde werkzaamheden moeten uitvoeren.

Maar hoe geef je een medewerker die structuur en overzicht mist, de begeleiding die hij of zij nodig heeft? Het effectiviteitsonderzoek van de Nederlandse Beroepsvereniging van Professional Organizers* (NBPO) geeft de sterke indicatie dat respondenten na begeleiding door een Professional Organizer, hun werk een stuk beter georganiseerd hebben. Ze hebben meer overzicht en hebben efficiënter en effectiever leren werken. Uit hetzelfde effectiviteitsonderzoek blijkt dat het ziekteverzuim onder de respondenten die begeleid zijn door een lid van de NBPO, in twee jaar tijd met 20 % is afgenomen. Professional Organizers kunnen de rust, ruimte en het overzicht creëren waar het een gestresste medewerker aan ontbreekt.

Anke Algera, voorzitter van de NPBO: “Werkgevers verwachten dat iedereen zijn/haar werk wel kan organiseren, maar niet iedereen heeft voldoende kennis en vaardigheden op zak om structuur te scheppen in een overvolle mailbox of de baas te worden over de waan van de dag. Als de juiste vaardigheden worden aangeleerd, kan een deel van de infostress-gerelateerde problemen voorkomen worden.”

Investeringen in stress-preventie leveren uw bedrijf veel op: lager ziekteverzuim, hogere effectiviteit en betrokken medewerkers. Kortom, een betere duurzame inzetbaarheid van uw medewerkers.

* http://www.nbpo.nl/professional+organizer+zakelijk/effectiviteitsonderzoek

* Het onderzoek is in de periode oktober 2012 tot oktober 2014 uitgevoerd door Research2Evolve onder klanten van NBPO