Koppeling patiëntendossiers zorgt voor grote problemen

JBp20150625-4610Het koppelen van belangrijke medische informatie uit patiëntendossiers in verschillende Huisartsen Informatie Systemen (HIS) is problematisch. Dit blijkt uit een in april gehouden ledenenquête van de NVDA, de beroepsvereniging van doktersassistenten. Bijna driekwart van de 777 respondenten geeft aan dat er veel handmatige handelingen, extra controles en correcties nodig zijn.

De doktersassistent ziet de werkdruk toenemen en is bang dat er fouten optreden. De patiënt is uiteindelijk de dupe, want dit kan een risico betekenen voor de patiëntveiligheid. NVDA-voorzitter Kees Gillis: “Een allergie voor antibiotica of een specialistenbrief over een longcarcinoom. Je moet er niet aan denken dat deze informatie verloren zou gaan of op een verkeerde plek terecht komt omdat technisch gezien de systemen niet op elkaar aansluiten. Dat kan niet.”

In meer dan de helft van de gevallen veroorzaakt het uploaden van dossierbestanden naar het HIS problemen. Vaak kan het ZIP-bestand niet worden gekoppeld en komt informatie zoals specialistenbrieven, labwaarden en medicatie niet onder de juiste episode in het HIS terecht. Gillis: “Doktersassistenten moeten allerlei creatieve oplossingen en aanpassingen bedenken om de informatie te koppelen. Dat kost te veel tijd en geld.”

In de huisartsenzorg wordt gebruik gemaakt van meerdere Huisartsen Informatie Systemen. Het liefst zouden doktersassistenten voor de hele branche een systeem zien. Gillis: “initiatieven om alle HIS-en compatibel te maken, duren te lang. Zo werden de problemen van het koppelen al meerdere malen gesignaleerd en de problemen zijn bekend. Dit heeft geleid tot verbeteringen, maar die zijn onvoldoende.”

Oogfonds roept Nederland op om blind voor één dag te gaan

Woensdag 21 juni, de langste dag van het jaar, vindt voor het eerst Blind voor 1 Dag plaats. Deze bijzondere actie van het Oogfonds laat Nederland ervaren hoe het is om een oogaandoening te hebben of zelfs helemaal blind te zijn. Samen wordt zo veel mogelijk geld opgehaald voor onderzoek naar oogziektes.

Blinden en slechtzienden zielig? Zeker niet! Wat het Oogfonds met Blind voor 1 dag wél wil bereiken is dat iedereen zich bewust wordt van de obstakels die mensen met een visuele beperkingen iedere dag moeten overwinnen om mee te kunnen doen in de maatschappij. Dit leidt tot meer begrip en tot een meer toegankelijke maatschappij voor mensen met een visuele beperking.

Oogonderzoek
Hoofddoel van de actie is om zoveel mogelijk geld ophalen voor oogonderzoek. Voor veel oogziektes bestaat nog geen goede behandeling en steeds meer Nederlanders worden slechtziend of blind. Door te investeren in wetenschappelijk onderzoek wil het Oogfonds de medische wetenschap een impuls geven.

Goed voorbeeld
Ook Oogfonds-directeur Edith Mulder gaat blind op 21 juni: ‘Natuurlijk doe ik ook mee. Ik zal minimaal acht uur aan den lijve ondervinden welke obstakels mensen met een visuele beperking dagelijks moeten overwinnen. Naast mij hebben al tientallen mensen en bedrijven stuk voor stuk prachtige acties aangemaakt. Met wetenschappelijk onderzoek is veel geld gemoeid, dus ik hoop natuurlijk dat er nog veel meer bijkomen.’

Deelname
Iedereen kan op zijn eigen manier meedoen door een actie te starten op www.blindvoor1dag.nl. Deelnemers kunnen meedoen voor 2, 4 of 8 uur en krijgen een pakket toegestuurd met een bril naar keuze. Daarmee ervaren ze hoe het is om blind te zijn of om maculadegeneratie (MD), glaucoom of diabetische retinopathie te hebben. Op hun persoonlijke actiepagina kunnen familie, vrienden en kennissen hun actie sponsoren. Ook bedrijven en organisaties zijn van harte welkom om mee te doen.

Eerste golf NIPT’s verwerkt door Erasmus MC

NIPT-test voor zwangere vrouwenIn de weken na de invoering van de NIPT-test voor zwangere vrouwen, kwamen bij het Erasmus MC al 1.200
aanvragen binnen.

NIPT betekent niet-invasieve prenatale test. Hiermee wordt, via het bloed van de moeder, het nog ongeboren kind gecontroleerd op het syndroom van Down en andere chromosoomafwijkingen. NIPT is betrouwbaarder dan de combinatietest, die tot nu toe gangbaar is. Voorheen kregen uitsluitend vrouwen met een verhoogde kans op een kind met een chromosoomafwijking een NIPT. Sinds april 2017 kunnen alle zwangere vrouwen die dat willen deze test ondergaan. Renée te Poele-Akkermans van de afdeling Klinische Genetica beantwoordde, samen met haar collega’s, onderstaande vragen.

Hoeveel zwangere vrouwen willen een NIPT?
“Verwacht werd dat de helft van de zwangeren voor de test zou kiezen. Dit ging resulteren, zo is berekend, in landelijk gemiddeld 360 tests per dag. In de praktijk lijkt dit aardig overeen te komen.”

Hoeveel NIPT’s zijn al uitgevoerd?
“In de eerste drie weken zijn er landelijk ruim 6.000 aanvragen binnengekomen, waarvan zo’n 1.200 bij het Erasmus MC. Daar worden dus zo’n 80 tests per dag ontvangen. Voor meer dan de helft van de aanvragen hebben we de NIPT-tests al uitgevoerd en de resultaten teruggekoppeld.”

Wat moeten deze vrouwen betalen?
“Een eigen bijdrage van 175 euro. Dat is ongeveer even veel als voor de combinatietest.”

Naar welke ziektes zoeken jullie?
“We onderzoeken op trisomie 21 (Downsyndroom), trisomie 18 (Edwardssyndroom) en trisomie 13 (Patausyndroom). Als er van een van deze chromosomen te veel DNA wordt gevonden, is dat een sterke aanwijzing voor deze aandoening bij het kind.”

Hoe lang duurt het krijgen van de uitslag?
“We streven naar uiterlijk tien werkdagen. In de eerste maanden hielden we wegens opstartperikelen nog een slag om de arm, met twintig werkdagen. Maar ook toen is de termijn van tien werkdagen gehaald. We kijken nu of het nog sneller kan.”

Hoe betrouwbaar is de uitslag?
“Zeer betrouwbaar bij een voor moeder en kind gunstige NIPT-uitslag, waarmee wordt bedoeld: geen afwijking, ook wel ‘negatief voorspellende waarde’ genoemd. Minder dan een op duizend zwangeren blijkt dan toch zwanger te zijn van een kind met Down-, Edwards- of Patausyndroom. Bij een gunstige NIPT-uitslag is er daarom geen aanleiding voor vervolgonderzoek.”
“Een afwijkende uitslag (ook wel ‘positief voorspellende waarde’ genoemd), blijkt bij de NIPT voor 75% correct. Bij de overige 25% is er bijvoorbeeld een afwijking in de placenta, maar niet in het kind. Die 75% is veel nauwkeuriger dan de combinatietest. Daarbij was bij slechts 5% van de zwangeren ook daadwerkelijk zwanger van een kind met Downsyndroom. De NIPT voorspelt dus veel beter dan de combinatietest en leidt tot veel minder onnodige ongerustheid.”
“Tot slot heeft de NIPT ook een hogere sensitiviteit dan de combinatietest. Van alle ongeboren kinderen met Downsyndroom wordt met NIPT meer dan 95% vastgesteld. Met de combinatietest is dat 85%.”

Zijn er ziekten ontdekt?

“Bij de eerste in het Erasmus MC geteste bloedmonsters zijn inderdaad aanwijzingen gevonden voor een trisomie 21-afwijking.”

Zijn er vrouwen doorgestuurd voor vervolgonderzoek?
“Ja. Als er aanwijzingen zijn voor een chromosoomafwijking is vervolgonderzoek nodig, omdat de NIPT een afwijkende uitslag kan geven, terwijl het ongeboren kind geen aandoening heeft. Er moet dus om zekerheid te krijgen altijd nog een vlokkentest of vruchtwaterpunctie worden gedaan.”

Zijn er ‘nevenbevindingen’?
“Met de NIPT kunnen we ook andere chromosoomafwijkingen vinden bij het kind, in de placenta en soms bij de aanstaande moeder. Dat noemen we nevenbevindingen. Bij de NIPT is het zo dat de zwangere vrouw zelf bepaalt of zij eventuele nevenbevindingen wil weten. In de eerste geteste bloedmonsters in het Erasmus MC waren inderdaad ook nevenbevindingen. Er is toen contact opgenomen met de zwangere vrouw, voor een consult op de poli Klinische Genetica.”