Radboudumc en Sint Maartenskliniek intensiveren specialistische samenwerking

Op maandag 5 november tekenden bestuursvoorzitters Leon Van Halder (Radboudumc) en Mark Van Houdenhoven (Sint Maartenskliniek) voor een intensievere samenwerking. De Sint Maartenskliniek en Radboudumc hebben de gezamenlijke ambitie om een Europese topspeler te worden op het gebied van orthopedie, reumatologie, revalidatiegeneeskunde, pijnbestrijding en apotheek/farmacie.

Daarvoor verbreden en verdiepen de partijen hun samenwerking in een netwerk voor Houding en Beweging op het terrein van patiëntenzorg, onderzoek, innovatie en onderwijs waarbij nadrukkelijk de samenwerking met andere zorgaanbieders, zorgverzekeraars, patiëntenverenigingen en industrie wordt gezocht.

‘Met de intensivering van onze samenwerking hebben we ook de ambitie om voor patiënten buiten Nederland hét netwerk van Houding en Beweging te zijn,’ aldus bestuursvoorzitter van de Sint Maartenskliniek Mark Van Houdenhoven.

De Sint Maartenskliniek en het Radboudumc werken al jaren nauw samen. De kracht van de samenwerking zit zowel in de overeenkomsten als de verschillen van de organisaties. Beide partijen leveren hoogcomplexe zorg, lopen voorop met innovaties en geloven in de kracht van samenwerking met andere zorgverleners en het bedrijfsleven. In omvang, specialisatie, onderzoekslijnen en patiëntenpopulatie zijn de partijen juist verschillend en vullen zij elkaar aan.

‘We willen gezien en gekend worden als hét Europese netwerk voor Houding en Beweging. Dankzij onze overeenkomsten maar vooral ook door de verschillen in profiel versterken we onze innovatiekracht en bieden we de toegevoegde waarde om dat ook voor onze patiënten waar te maken. ‘, aldus Leon van Halder, bestuursvoorzitter Radboudumc.

Door elkaars expertise in te zetten, onze werkwijze te vergelijken en op elkaar af te stemmen, uitkomsten te vergelijken en best practices van elkaar over te nemen en innovaties te delen willen het Radboudumc en de Sint Maartenskliniek de kwaliteit van de patiëntenzorg verder verhogen. Een mooi voorbeeld hiervan is de samenwerking binnen reumatologie: de combinatie van onderzoeksfaciliteiten in het Radboudumc en de omvang van de medische staf en patiëntenpopulatie van de Sint Maartenskliniek zijn in Nederland uniek.

Nieuwe unit voor longziekten bij Erasmus MC

Opening Longtransplantatie-UnitDe afdeling Longziekten heeft een nieuwe unit ingericht voor patiënten die een longtransplantatie hebben ondergaan.

Bedden
“Voorheen waren patiënten na een longtransplantatie verspreid over alle bedden op de afdeling. Dat is nu niet meer zo. Voortaan wordt voor deze groep zorg geboden op onze longtransplantatie-unit”, zegt dr. Merel Hellemons.

Zorg
De unit in gebouw Nd-8 is er voor vier verschillende groepen. Hellemons: “Natuurlijk voor diegenen die recent een longtransplantatie hebben ondergaan. Maar ook voor patiënten die na een transplantatie langer zorg nodig hebben. En verder voor de mensen de gescreend worden voor een eventuele transplantatie, en zij die erop moeten wachten.”

Dagelijks
Bij deze specifieke groepen zijn dagelijks verpleegkundige specialisten, artsen, fysiotherapeuten, apothekers, diëtisten, psychologen en maatschappelijk werkers aanwezig. “Het is dus gewenst dat de patiënten dichtbij elkaar zijn, zodat alle betrokkenen intensiever kunnen samenwerken. De zorg wordt op deze manier dichter naar de patiënten gebracht.”

Kleine hartlongmachine redt levens bij AMC

Bij patiënten die in shock zijn of die worden gereanimeerd, kan de zuurstoftoevoer naar de hersenen in gevaar komen. En daarmee hun leven. Amsterdam UMC zet nu een hartlongmachine in die zuurstofrijk bloed naar het brein brengt.

Wanneer het hart onverhoeds tot stilstand komt, krijgen de hersenen geen zuurstof meer. Iemand krijgt dan als eerste hartmassage of een shock van een defibrillator (AED). Wanneer dat niet tot herstel van de bloedsomloop leidt, is er nu een opmerkelijke nieuwe methode om levens te redden. Op de AMC-locatie wordt een kleine hartlongmachine ingezet die tijdelijk de functie van het hart en de longen kan overnemen tot de oorzaak van de hartstilstand is opgelost. Deze methode wordt sinds enige tijd wereldwijd door enkele centra toegepast.

Al langer worden patiënten met ernstig longfalen op de IC met een longmachine behandeld. Deze kan echter alleen worden ingezet zolang het hart van de patiënt voldoende werkt. Dankzij technologische ontwikkelingen kan, behalve de longfunctie, nu ook die van het hart ondersteund worden. Dat de AMC-locatie deze behandeling kan uitvoeren, is te danken aan toekenning van innovatiegeld door het ziekenhuis aan de intensive care. Daarmee is het apparaat aangeschaft.

“We houden de patiënt in leven terwijl we de kans krijgen de oorzaak van het probleem op te lossen”

Bij het toepassen van de kleine hartlongmachine werken collega’s van diverse afdelingen zeer intensief samen: Spoedeisende Hulp, Intensive Care, Hartchirurgie, Perfusie, Cardiologie, Anesthesie, Longziekten, het reanimatieteam en het OK-personeel.

De hartchirurg legt de machine aan bij een patiënt die in shock is of een hartstilstand heeft. Intensivist Alexander Vlaar geeft tekst en uitleg. “We zuigen bloed aan de veneuze (ader) kant weg, met vier à vijf liter per minuut. Dat gaat door de machine heen, door een membraan; dat bestaat uit kleine buisjes met een hoge concentratie zuurstof erin. Het CO2 (koolstofdioxide) wordt uit het bloed gehaald en we pompen zuurstofrijk bloed terug aan de arteriële kant, dus de slagader in.” Een stevige ingreep, want het bloed wordt tegen de normale richting in gepompt. Hij wordt daarom alleen uitgevoerd als het hart, of hart én longen niet functioneren. De behandelde patiënten zijn mensen die worden binnengebracht terwijl ze worden gereanimeerd of in shock zijn, of personen bij wie tijdens een operatie complicaties optreden.

Strikte voorwaarden

De behandeling wordt alleen in specifieke gevallen en onder strikte voorwaarden toegepast. “Wanneer de lage bloeddruk, danwel een hartstilstand niet meer te behandelen is met medicijnen. Of als de beademingsmachine zo veel schade aanricht dat de hartlongmachine een betere optie is. Daarbij moet er wel een reële kans zijn op herstel, op transplantatie of een permanent hulpmiddel, waardoor de overlevingskansen redelijk zijn.”
Niet alle patiënten komen voor deze aanpak in aanmerking. De behandeling is zwaar en het gevaar is dat er ernstige complicaties optreden. Leeftijd is de belangrijkste factor: de patiënt moet redelijk jong en relatief gezond zijn. Er mogen geen andere ernstige aandoeningen zijn waardoor de behandeling op voorhand geen kans van slagen heeft. “Een team van artsen neemt op grond van deze factoren een beslissing om de behandeling al dan niet toe te passen.”

“Door de hartlongmachine in te zetten, kopen we tijd: we houden de patiënt in leven terwijl we de kans krijgen de oorzaak van het probleem op te lossen.” De machine neemt de functie van hart en longen gemiddeld vijf tot zeven dagen over. Maar in bijzondere gevallen, als er bijvoorbeeld sprake is van een ernstige longaandoening of een virale infectie van het hart, blijft de patiënt een maand of langer met de machine verbonden.

De resultaten zijn bevredigend. Vlaar: “We doen nu veertig tot zestig van deze behandelingen per jaar en de overlevingskans is dertig tot vijftig procent. Daarmee doen we het goed, internationaal gezien.” Je kunt stellen dat de hartlongmachine levens redt: deze mensen zouden zonder de ingreep allemaal overleden zijn. “Om dat zeker te weten en om te zien of de behandeling kosteneffectief is, doen we onderzoek. We zijn aangesloten bij studiegroepen in binnen- en buitenland om hierover meer duidelijkheid te krijgen.”