Arq Kenniscentrum Migratie: Sinbad-onderscheiding voor Knipscheer

Gisteravond, donderdag 15 juni jl., ontving Jeroen Knipscheer, senior onderzoeker en psychotherapeut bij Arq Psychotrauma Expert Groep, de Sinbad-onderscheiding van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP). Deze erkenning van zijn werk met betrekking tot diversiteit en interculturele psychologie valt samen met de oprichting van het Arq Kenniscentrum Migratie, waar Jeroen Knipscheer een belangrijke bijdrage aan levert.

Het Arq Kenniscentrum Migratie streeft naar optimale psychosociale ondersteuning van vluchtelingen, (ex-) asielzoekers en migranten. Daarom richt het kenniscentrum zich specifiek op het verbeteren van de kwaliteit en samenhang van de zorgketen, de inzet van preventieve interventies en vroeg signalering van psychische klachten. Verergering van psychische klachten kan worden voorkomen met goede eerste opvang en begeleiding en preventieve interventies.

Het kenniscentrum initieert projecten om de samenwerking in de zorgketen optimaliseren, de kwaliteit van psychosociale ondersteuning te verbeteren en om de continuïteit van zorg en begeleiding te bevorderen. De oprichting wordt gemarkeerd met de lancering van de website migratie.arq.org.

Sinbad-onderscheiding
De Sindbad-onderscheiding wordt sinds 2007 jaarlijks door het NIP uitgereikt aan een collega die op wetenschappelijk gebied en/of in het werkveld een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de interculturalisatie van de psychologie. De jury roemt Jeroen Knipscheer om zijn grote bijdrage in de afgelopen 20 jaar aan de interculturele psychologie en psychiatrie voor vluchtelingen en asielzoekers. Zijn focus op kennisoverdracht en maatschappelijke impact en het feit dat hij een inspiratie is voor professionals in de praktijk worden door de jury specifiek benoemd. Jeroen Knipscheer is naast zijn rol bij Arq, ook werkzaam als Universitair Docent bij de afdeling Klinische Psychologie van Universiteit Utrecht. Tevens is hij hoofdredacteur van Impact, magazine over psychosociale gevolgen van ingrijpende gebeurtenissen.

Uurtje sportschool verlaagt kans op metabool syndroom

Afbeeldingsresultaat voor krachttrainingMinder dan een uur krachttraining per week verlaagt de kans op metabool syndroom, een verzamelnaam voor symptomen als overgewicht, hoge bloeddruk en verhoogde bloedsuiker. Dit blijkt uit onderzoek bij meer dan 7.000 Amerikaanse proefpersonen. De gunstige effecten zijn onafhankelijk van andere sportactiviteiten, zoals hardlopen of fietsen. Een internationaal team van onderzoekers onder leiding van Esmée Bakker van het Radboudumc publiceren deze conclusies op 12 juni op de website van Mayo Clinic Proceedings.

Een beperkte hoeveelheid beweging is gunstig voor de gezondheid. Zo verlaagt een kwartier matig intensief bewegen per dag al de kans om vroegtijdig te overlijden aan hart- en vaatziekten. Onderzoek naar de gezondheidseffecten van beweging gaat doorgaans uit van duurtraining, zoals hardlopen en fietsen. Van krachttraining was al wel bekend dat het het riscio op bijvoorbeeld diabetes type 2 kan verlagen. Maar over de effecten daarvan op het ontwikkelen van metabool syndroom was nog niets bekend.

Metabool syndroom
Onderzoekers van het Radboudumc keken nu samen met Engelse, Spaanse en Amerikaanse collega’s naar de effecten van krachttraining bij 7.418 mannen en vrouwen van middelbare leeftijd die zich van 1987 tot 2006 preventief lieten onderzoek in een ziekenhuis in de Verenigde Staten. Bij de start van het onderzoek waren alle proefpersonen gezond. De onderzoekers keken naar het ontstaan van het metabool syndroom. De symptomen als overgewicht, hoge bloedruk en verhoogde bloedsuiker zijn een belangrijke veroorzaker van onder andere hart- en vaatziekten en diabetes type 2.

Uurtje sportschool
Gedurende het onderzoek ontwikkelde 15 procent van de groep metabool syndroom. Mensen die voldoen aan de richtlijnen voor krachttraining (twee of meer sessie per week), hadden gemiddeld 17 procent minder kans op het krijgen van metabool syndroom. Een tot zestig minuten krachttraining per week gaf zelfs al 29 procent minder kans. De invloed van ander goed gedrag, zoals niet roken en regelmatige duurtraining, telde niet mee in deze berekeningen. Intensiever sporten gaf geen extra voordeel. Ook maakt het weinig verschil of mensen de krachttraining alleen in het weekend deden, of uitsmeerden over de gehele week.

Doktersadviezen
Esmée Bakker, eerste auteur van het onderzoek: “Het effect van krachttraining is nog weinig onderzocht. En nog niet eerder op het gebied van metabool syndroom. Een kleine hoeveelheid krachttraining, bijvoorbeeld twee keer een half uurtje in het weekend, heeft het meest gunstige effect. Dit advies zou wat mij betreft standaard tot de doktersadviezen mogen behoren om metabool syndroom te voorkomen.”

Geslaagde prijsonderhandeling borstkankermiddel pertuzumab en longkankermiddel pembrolizumab

Minister Edith Schippers (VWS) en de leveranciers van pertuzumab (merknaam: Perjeta) voor de behandeling van borstkanker en pembrolizumab (merknaam: Keytruda) voor de behandeling van onder andere longkanker zijn het na intensieve onderhandelingen eens geworden over de prijs. Hierdoor kunnen de middelen vergoed worden uit het basispakket.

Het Zorginstituut Nederland oordeelde eerder dat deze middelen weliswaar goed werken, maar te veel kosten in relatie tot de werking en tevens een aanzienlijke impact op het zorgbudget hebben. Om deze middelen op te kunnen nemen dan wel te handhaven in het basispakket adviseerde het Zorginstituut daarom te onderhandelen over de prijs.

‘Het is goed dat deze leveranciers hun verantwoordelijkheid hebben genomen en deze middelen nu tegen een maatschappelijk aanvaardbare prijs aanbieden ‘ aldus Schippers. ‘Alleen zo kunnen we dure geneesmiddelen beschikbaar maken en houden voor alle patiënten.’

Pertuzumab (Perjeta)

Pertuzumab wordt sinds 2013 vergoed vanuit het basispakket voor de behandeling van een specifieke vorm van borstkanker in een gevorderd stadium en sinds 2015 voor een vroeger stadium van borstkanker voorafgaand aan een operatie. Nu financiële afspraken zijn gemaakt, zijn patiënten met borstkanker verzekerd van een blijvende vergoeding van dit middel. Pertuzumab geneest borstkanker niet, maar levert volgens het Zorginstituut voor de helft van de patiënten een overlevingswinst op van ten minste 15 maanden. Het Zorginstituut schatte de totale kosten voor pertuzumab eerder op € 40 miljoen per jaar.

Naast een openbare prijsverlaging van 17,5% zijn aanvullende, vertrouwelijke afspraken gemaakt. De afspraken gelden tot en met 2019 voor het gebruik van pertuzumab in beide geregistreerde toepassingen. Op basis van inschattingen van het Zorginstituut en de leverancier komen er in Nederland zo’n 800-1000 patiënten per jaar in aanmerking voor een behandeling met pertuzumab. Door de  financiële afspraken worden de totale uitgaven aan pertuzumab aanzienlijk verlaagd.

Pembrolizumab (Keytruda)

Pembrolizumab is vorig jaar vanwege de hoge prijs en de mogelijk grote impact op het zorgbudget in de zogenaamde ‘pakketsluis’ geplaatst voor de behandeling van longkanker. In april van dit jaar is de behandeling van Hodgkin-lymfoom hieraan toegevoegd. Dit houdt in dat pembrolizumab voor deze behandelingen vooralsnog niet werd vergoed. Gedurende de sluisperiode is het middel beoordeeld door het Zorginstituut en heeft minister Schippers met de leverancier onderhandeld over een prijsverlaging. Dankzij de prijsafspraak met de leverancier zal het middel vanaf 1 juli 2017 worden vergoed voor de start en- vervolgbehandeling van longkanker (niet-kleincellig longcarcinoom), klassiek Hodgkin-lymfoom en alle andere (toekomstige) bewezen effectieve indicaties waarvoor pembrolizumab beschikbaar komt. Het middel was al via het basispakket beschikbaar voor de behandeling van huidkanker.

Eind vorig jaar adviseerde het Zorginstituut om pembrolizumab als vervolgbehandeling bij longkanker niet op te nemen in het basispakket, tenzij door onderhandelingen de prijs omlaag kon worden gebracht en de impact op het zorgbudget kon worden gereduceerd. Het middel zorgt volgens het Zorginstituut bij een deel van deze longkankerpatiënten voor een overlevingswinst van ten minste 7 maanden. Door de prijsonderhandelingen worden de totale uitgaven aan pembrolizumab teruggebracht tot een maatschappelijk aanvaardbaar niveau. Het Zorginstituut gaf eerder aan dat zonder een prijsverlaging de uitgaven voor pembrolizumab kunnen oplopen tot € 140 miljoen per jaar voor de behandeling van longkanker alleen.

Het positieve onderhandelingsresultaat biedt op dit moment vooral voor ongeveer 1200 patiënten die in aanmerking komen voor pembrolizumab als startbehandeling bij longkanker een belangrijk behandelalternatief in plaats van chemotherapie.