Vrouwen minder positief over hun gezondheid dan mannen

Meer mannen dan vrouwen ervaren hun gezondheid als (zeer) goed. Nederlanders boven de 45 jaar voelen zich minder vaak gezond dan landgenoten die jonger zijn. 68 procent van de 45-plussers ervaart de eigen gezondheid als (zeer) goed, onder de 45 jaar is dat bijna 90 procent. Dat meldt CBS.

Van alle Nederlanders zegt 80 procent de eigen gezondheid als (zeer) goed te ervaren. Mannen (82 procent) geven dit vaker aan dan vrouwen (78 procent).
Onder 45- tot 65-jarige mannen en vrouwen is dit percentage lager. Zo zegt 75 procent van de mannen en 71 procent van de vrouwen in deze leeftijdscategorie zijn of haar gezondheid als (zeer) goed te waarderen. Vrouwen van deze leeftijden geven met 41 procent vaker aan één of meer langdurige aandoeningen te hebben. Van de mannen is dat 37 procent.

Hoger inkomen, dan vaker een goed ervaren gezondheid
Met het inkomen neemt ook de ervaren gezondheid toe. Zo meldt gemiddeld 86 procent van de Nederlanders in de twee hoogste inkomensgroepen een goede gezondheid te ervaren, tegenover bijna 73 procent in de twee laagste inkomensgroepen. Het verschil is het grootst onder de 45- tot 65 jarigen: op deze leeftijden zegt gemiddeld 56 procent in de twee laagste inkomensklassen zijn of haar gezondheid als goed te ervaren. Bij leeftijdsgenoten in de twee hoogste inkomensklassen is dat gemiddeld 80 procent. Of een hoger inkomen oorzaak is van een betere ervaren gezondheid, of dat het omgekeerde het geval is, dan wel dat beide het gevolg zijn van een andere factor, is niet onderzocht.

Nederlanders van niet-westerse herkomst ervaren minst vaak een goede gezondheid
Nederlanders met een allochtone herkomst ervaren hun gezondheid als minder goed dan autochtone Nederlanders. Iets meer dan drie kwart van de Nederlanders met een westerse of niet-westerse herkomst betitelt zijn of haar gezondheid als (zeer) goed. Van de autochtone Nederlanders is dit 81 procent. In de leeftijdsgroep tussen 45 en 65 jaar zijn de verschillen groter: 75 procent van de autochtonen geeft aan een (zeer) goede gezondheid te ervaren, ten opzichte van 72 procent en 57 procent van de mensen met een westerse en niet-westerse herkomst.
Niet-westers allochtone vrouwen voelen zich het minst gezond. Onder de 45- tot 65-jarigen waardeert 49 procent van de vrouwen met een niet-westerse herkomst de gezondheid als (zeer) goed. Onder autochtone en westers allochtone vrouwen in dezelfde leeftijdscategorie is dat ruim 70 procent.

Grote verschillen in ervaren gezondheid in Europa
In 2014 gaf 67 procent van de Europeanen van 16 jaar of ouder aan de gezondheid als (zeer) goed te ervaren. In Nederland, Zweden, Ierland en Zwitserland is dit ongeveer 80 procent. In Portugal, Litouwen en Letland ervaart minder dan 50 procent van de volwassenen de gezondheid als (zeer) goed.

Record aantal deelnemers lopen Nijmeegse Vierdaagse voor Parkinson

Van 19 t/m 22 juli is het weer zover: dan vindt de Nijmeegse Vierdaagse plaats. Voor de Parkinson Vereniging heeft deze 100ste editie nu al een gouden randje. Nooit eerder liepen er zoveel mensen mee voor Parkinson als deze keer.

Net als eerdere jaren wordt er tijdens de Nijmeegse Vierdaagse voor verschillende goede doelen gelopen. De Parkinson Vereniging is daar één van. Tot nu toe hebben al 21 deelnemers toegezegd om zich tijdens het wandelevenement voor de vereniging in te zetten. Dat is meer dan ooit tevoren. Samen hebben zij nu al bijna Euro 15.000 opgehaald.

Aandacht vragen voor Parkinson
Het doel van de sponsorlopers is hetzelfde: aandacht vragen voor mensen met Parkinson(isme). Dit wordt op meerdere manieren gedaan. Naast meelopen, wordt er op 18 juli door onze ambassadeur Olga Commandeur op de Wedren in Nijmegen een warming-up gegeven voor onze en alle andere wandelaars.

Geld ophalen
Een ander belangrijk doel van deze sponsorloop is om zoveel mogelijk geld op te halen voor de Parkinson Vereniging. Geld dat gebruikt wordt om Parkinson(isme) beter op de kaart te zetten, bijvoorbeeld door het vernieuwen van voorlichtings- en cursusmateriaal. “En ik vind het belangrijk dat er onderzoek gedaan wordt om het ziekteproces te kunnen vertragen of helemaal te stoppen”, aldus deelnemer Ellen Weteringe uit Almere.

Daarnaast hebben onze lopers vaak ook een persoonlijke reden om zich voor de vereniging in te zetten. Zoals Geraldine Bosveld uit Heteren wiens man al ruim 14 jaar aan Parkinson lijdt. “Op die manier laat ik hem zien hoezeer ik hem bewonder in zijn strijd tegen de ziekte. Hij zou hetzelfde voor mij doen; we zijn zo met elkaar versmolten.”

Lopen met en voor Parkinson
Enkele anderen hebben zelf de ziekte van Parkinson. Eén van hen is Marina Klis (55) uit Sprang-Capelle. Zij merkte tijdens het trainen voor de Vierdaagse van 2014 dat het lopen steeds minder goed ging. “Ik kreeg een stijf been en echt zo’n ‘hobbelloopje’. Dus ben ik naar de huisarts gegaan. Niet veel later kreeg ik de diagnose Parkinson.”

Parkinsonisme
Naast Parkinson wordt er tijdens de Vierdaagse ook gelopen voor mensen met een Parkinsonisme. Een Parkinsonisme kan qua verloop het beste vergeleken worden met de spierziekte ALS. Het verschil is echter dat bij een Parkinsonisme je cognitieve vaardigheden snel achteruitgaan. Deelnemer Jo van Hattum (61) weet sinds kort dat hij hieraan lijdt. “Vijf jaar heb ik geleefd met de gedachte dat ik Parkinson had en hier best oud mee kon worden. Totdat de neuroloog mij vertelde dat het een Parkinsonisme was. Daarom ben ik extra gemotiveerd om geld op te halen voor de Parkinson Vereniging.”

Het sponsoren van onze lopers kan via www.devierdaagsesponsorloop.nl

Meer aandacht voor patiëntenzorg in universitaire opleiding apotheker

Studenten die de universitaire apothekersopleiding volgen, krijgen meer onderwijs gericht op patiëntenzorg. Zo zijn zij beter voorbereid op hun rol als zorgverlener. Dit blijkt uit het nieuwe Raamplan Farmacie 2016, dat de vereiste kennis en vaardigheden – eindtermen – van de basisapotheker beschrijft. Het raamplan wordt vandaag gepresenteerd op het eerste Landelijke Onderwijscongres Farmacie in Amersfoort.

Een deel van de apothekersopleiding vindt bij voorkeur gezamenlijk met geneeskundestudenten plaats. Dr. T. Schalekamp (oud-directeur School of Pharmacy aan de Universiteit Utrecht), die samen met prof. dr. H.J. Haisma (hoogleraar farmaceutische genmodulatie aan de Rijksuniversiteit Groningen) het raamplan optekende: “Het nieuwe raamplan onderstreept het belang van direct patiëntcontact. Dan is het van belang dat je als medezorgverleners elkaars taal leert spreken.”

Communicatie en samenwerking
De eindtermen in het raamplan zijn geformuleerd als competenties, volgens het internationaal veel toegepaste CanMEDS-model. Dit betekent dat er naast de centrale competentie ‘farmaceutische deskundigheid’ ook veel plaats is voor (deel)competenties als communicatie met de patiënt en samenwerking met andere zorgverleners.

De bachelor- en masteropleidingen Farmacie van Groningen, Leiden en Utrecht werkten samen bij het opstellen van het raamplan. Ook apothekers uit de praktijk waren betrokken. Apothekersvereniging KNMP speelde een faciliterende rol.

De universiteiten zijn verantwoordelijk voor de vertaling van de eindtermen naar concrete lesplannen. “Het raamplan is de grootste gemene deler, het gemeenschappelijk referentiekader. Zodat uiteindelijk de basisapotheker opgeleid in Leiden over dezelfde competenties beschikt als de basisapotheker opgeleid in Groningen”, aldus Schalekamp.

Nieuwe ontwikkeling precision medicine
Aanleiding voor het nieuwe Raamplan Farmacie 2016 was de wens van de universitaire opleidingen hun curriculum te vernieuwen vanwege de ontwikkelingen in het apothekersvak. Apothekers bereiden minder vaak zelf geneesmiddelen en zijn nog meer dan voorheen specialistische adviseurs van artsen en patiënten. Bijvoorbeeld door nieuwe ontwikkelingen als precision medicine, waarbij in de behandeling van de patiënt rekening wordt gehouden met zaken als genetische variaties en omgevings- en leefstijlfactoren. Deze trends in de Nederlandse farmacie zijn neergeschreven in het Domeinspecifiek referentiekader Farmacie, dat diende als vertrekpunt voor het raamplan.

De universitaire opleiding tot basisapotheker bestaat uit een driejarige bachelor en een driejarige master. Basisapothekers kunnen zich na afsluiting van hun master specialiseren tot ziekenhuis- of openbaar apotheker, of kiezen voor een loopbaan in een ander veld, zoals industrie of overheid.