Rotterdamse senioren gaan digitaal vitaler

Als ouderen gezond blijven, kunnen zij langer zelfstandig blijven wonen. Om de zelfredzaamheid van senioren te vergoten heeft de EU-Commissie in het kader van het ICT-PSP het project ReAAL opgezet. Dit project stimuleert voorzieningen voor ouderen op het gebied van zorg door de nieuwste technologieën toe te passen met als doel om de zelfredzaamheid te vergroten. Slimme applicaties die gebruik maken van bijvoorbeeld, sensortechnologie, die ouderen en hun naasten kunnen helpen om veiligheid, gezondheid en welzijn in de thuissituatie te bevorderen. Nederland start hiermee in regio Rotterdam.

Het doel in de regio Rijnmond is om bij minimaal 1700 burgers de zelfredzaamheid te vergroten door middel van het toepassen van diverse eHealth toepassingen die alle nodige informatie van patiënten verzameld in online-data.

Deze diensten moeten
– de afstand tussen de cliënt en de zorgverlener verkleinen d.m.v. online gedeelde informatie (mits betreffende partij daar geen toestemming voor geeft).
– dienen voor makkelijke communicatie tussen zorgverlener en burger. (Burger kan zijn patiënt, cliënt of een persoon welke nog niet in het formele zorgcircuit zit maar aandacht wil besteden aan bv preventie.)

De leiding van het project is onder Stichting RijnmondNet / Zorgportaal Rijnmond. De technische partner is kenniscentrum Smart Homes, en de evaluatiepartner het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

In Nederland worden zes toepassingen uitgerold door verschillende leveranciers met diverse functionaliteiten:
– NetMedical: Monitoring van gezondheid in thuissituatie door middel van allerlei meters zoals weegschalen, bloeddrukmeters en bloedglucosemeters.
– Curavista: Monitoring van (chronische) ziekten in de thuissituatie met behulp van dagboeken.
– MiBida: Beeldcommunicatie voor ouderen.
– MindDistrict: Online zelfhulp binnen de Geestelijke Gezondheidszorg.
– Medicine Men: Medicatiemanagement met behulp van smartwatch technologie.
– Almende: vitAAL app voor de smartphone voor monitoring van bijvoorbeeld fysieke activiteit, coaching en valdetectie.

Het ReAAL project is in 2013 van start gegaan in 7 Europese landen en eindigt in 2016. Over deze 7 landen zijn 5000 gebruikers en diensten verdeeld (voor ouderen, naasten en zorgverleners). De eerste exemplaren/toepassingen zijn afgenomen door verschillende zorginstellingen en/of cliënten en diens naasten. Thuiszorg IZAH is tot zover de eerste grootste aanbieder van bovengenoemde toepassingen. Inmiddels zijn 800 gebruikers actief binnen het project ReAAL.

Officiële erkenning effectiviteit OU-beweegprogramma 50-plussers

Het beweegprogramma Actief Plus, ontwikkeld door de vakgroep Gezondheidspsychologie van de Open Universiteit, is door de erkenningscommissie Sport & Bewegen erkend als een effectieve interventie, met goede aanwijzingen. Actief Plus heeft tot doel het beweeggedrag van 50-plussers te bevorderen. Het is de eerste keer dat deze commissie, opgericht in 2013 door het Nederlands Instituut voor Sport en Beweging, een sport- en beweeginterventie als effectief heeft beoordeeld.

Laagdrempelig en effectief
Actief Plus maakt 50-plussers met een persoonlijk advies-op-maat bewust van hun beweeggedrag en motiveert hen om meer te bewegen. Het gaat daarbij niet alleen om sporten maar ook om meer bewegen in het gewone dagelijkse leven, zoals op de fiets naar het werk gaan, meer wandelen en tuinieren. Naast een schriftelijke variant (waarbij de deelnemer de adviezen per post ontvangt) is ook een online variant ontwikkeld. Actief Plus kreeg de erkenning vanwege de laagdrempeligheid, de toepasbaarheid in het dagelijks leven, de planmatige opzet en de bewezen effectiviteit in het verbeteren van beweeggedrag, ook na 12 maanden.

Meer bewegen en minder chronische ziektes
De Open Universiteit is al sinds 2005 bezig met de ontwikkeling en evaluatie van Actief Plus. In de laatste onderzoeksfase zijn de effecten van Actief Plus onderzocht onder 2000 inwoners ouder dan 50 jaar. Daaruit blijkt dat deelnemers aan Actief Plus na 6 maanden, 3 uur per week meer bewegen. Onder de deelnemers waren zowel sporters als niet-sporters. In samenwerking met het Rijksinstituut van Volksgezondheid en Milieu is ook het effect van het programma op chronische ziektes onderzocht. Daaruit blijkt dat de interventie niet alleen het beweeggedrag bevordert, ze voorkomt ook chronische aandoeningen zoals diabetes, kanker en hart- en vaatziekten. Tegen geringe interventiekosten, betekent dat een forse besparing op de gezondheidszorgkosten.

Aangepaste versie voor kankerpatiënten
Met steun van de Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie (ZonMW) wordt Actief Plus momenteel klaargemaakt voor implementatie via GGD’s, sportorganisaties, zorgverzekeraars en andere mogelijke organisaties. Deze kunnen Actief Plus waar nodig aanvullen met informatie over lokale sport- en beweegmogelijkheden. Daarnaast is, met subsidie van KWF kankerbestrijding, een aangepast beweegprogramma ontwikkeld voor de behoeften van kankerpatiënten. Dit aangepaste programma is in februari 2015 beschikbaar gekomen onder de naam ONCO-Actief. Ruim 400 (voormalige) patiënten nemen eraan deel. In 2016 worden de eerste resultaten van het onderzoek de effectiviteit verwacht.

Landelijke erkenning
De erkenning betekent dat Actief Plus is beoordeeld en erkend volgens de landelijke systematiek voor het beoordelen van interventies. De interventie krijgt daarmee ook een plaats in de interventiedatabases op loketgezondleven.nl en effectiefactief.nl.

Medisch onderzoek in Nederland loopt vast

Het medisch onderzoek in Nederland dreigt vast te lopen. Dat blijkt uit een serie groepsinterviews die het Rathenau Instituut hield onder medisch onderzoekers in alle fasen van hun carrière. Vooral de ongeschreven regel dat promovendi minimaal vier artikelen moeten publiceren, zorgt voor grote druk bij alle betrokkenen. Er is amper tijd om de opgedane kennis toe te passen in de kliniek.

Het Rathenau Instituut hield twaalf groepsgesprekken over publicatiedruk met in totaal 78 promovendi, postdocs, docenten en hoogleraren van vier Nederlandse universitair medische centra. Alle ondervraagden verzuchtten dat er naast het opstellen, reviewen en citeren van artikelen steeds minder ruimte is om artikelen te lezen en opgedane kennis in te zetten voor het klinische werk. De druk om te publiceren leidt tot ongewenste neveneffecten. Wetenschappers knippen bevindingen op in meerdere artikelen en hebben nauwelijks tijd om te toetsen of resultaten reproduceerbaar zijn. De kwaliteit van wetenschap is daarmee in het geding.

De ondervraagden voelen zich niet bij machte om iets te veranderen aan het systeem. Maar volgens het Rathenau Instituut ligt de oplossing voor in ieder geval een deel van het probleem wel in handen van de Nederlandse medische wetenschappers. De hoogleraren van de medische faculteiten kunnen bijvoorbeeld de ongeschreven regel van minimaal vier publicaties voor promovendi afschaffen. Dan komt er meer lucht in het systeem en komt de beoordeling van het promotietraject weer bij de promotoren te liggen in plaats van bij de redacties van de medische tijdschriften.