Nieuwe Schijf van Vijf toepassen voor veel mensen lastig

Bijna een jaar na de introductie van de Nieuwe Schijf van Vijf blijken niet alle aanpassingen even goed te zijn doorgekomen. Zo plaatst 63% peulvruchten in het verkeerde vak en is maar 42% op de hoogte van het nieuwe advies omtrent vis. Dit blijkt uit de resultaten van een enquête uitgevoerd door Flinndal onder 1150 klanten.

Het merendeel van de klanten is wel op de hoogte van de introductie van de nieuwe Schijf van Vijf (92%), maar de adviezen toepassen in het dagelijks leven blijkt voor veel mensen lastig. Zo geeft 13% van de respondenten aan de Schijf van Vijf niet goed genoeg te kennen om het te gebruiken en heeft 10% hier gewoon geen behoefte aan. Dat komt neer op bijna 25% van alle ondervraagden. Verder geeft 29% aan wel te proberen te eten volgens de Schijf van Vijf maar dat dit niet elke dag lukt.

Voldoende kennis over inhoud ontbreekt
Voldoende kennis over de inhoud van de Schijf van Vijf ontbreekt bij veel respondenten. Opvallend hierbij is dat het advies over de dagelijkse hoeveelheid groenten en fruit bij veel mensen niet bekend is. Zo weet 38% niet dat er wordt geadviseerd 200 gram (2 stuks) fruit per dag te eten en weet 51% niet dat het advies is om 250 gram groenten per dag te eten. Inge Hendriks, voedingsdeskundige bij Flinndal: ‘Dit resultaat laat zien dat er nog veel werk te doen is op het gebied van voorlichting. Groenten en fruit vormen de basis van een gezonde leefstijl en kennis over de dagelijkse aanbevelingen is hierbij belangrijk’.

Verder wist 63% van de ondervraagden niet dat peulvruchten horen bij vlees, vis en eieren en was 58% niet op de hoogte van het nieuwe advies omtrent het eten van vis.

Positief is dat 88% van de respondenten op de hoogte is van het nieuwe advies omtrent het eten van dagelijks een handje noten (15 gram).

Gedragsverandering bij consument blijkt lastig te realiseren
Inge Hendriks: ‘Voorlichting alleen is niet genoeg, want meer kennis over gezonde voeding vertaalt zich niet altijd in de keuze voor gezonde(re) producten. We zullen dus meer moeten doen om een gedragsverandering bij de consument te realiseren. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat het bij kinderen juist averechts werkt om te zeggen dat groenten gezond zijn. Ook bij volwassen heeft gezonde voeding vaak nog een negatief imago; “als het zo gezond is, dan kan het haast niet lekker zijn’.

Vitamine D is Supplement van het Jaar

Gregory Sedoc maakte zondag op de Nationale Gezondheidsbeurs bekend dat vitamine D Supplement van het Jaar is geworden. Met ruim 20% van de stemmen is vitamine D volgens het publiek het meest favoriete voedingssupplement. Het was een spannende strijd, want vitamine D eindigde vlak voor magnesium. De afgelopen weken werden duizenden stemmen voor de verkiezing uitgebracht. Deelnemers konden online en op de beurs een stem uitbrengen op hun favoriete vitamine, mineraal of kruid. Multivitamine, visolie en probiotica werden ook veelvuldig gekozen. Curcuma werd als kruid het meest aangevinkt.

Voormalig topatleet Gregory Sedoc reageerde enthousiast op de uitslag: ‘Ik heb ook gestemd. Mijn favoriete supplement is probiotica. Ik heb deze gekozen omdat dit echt een onderschat supplement is voor je algehele gezondheid. Maar daarnaast is vooral voor donkere mensen vitamine D belangrijk. Wij mogen veel hoger zitten in de vitamine D en ik raad het vooral donkere mensen aan meer te gebruiken. Probiotica innemen in de ochtend is voor veel mensen belangrijk om de darmen goed te laten functioneren.”

Stemmers konden aangeven wat de reden is voor het gebruik van voedingssupplementen. 33% geeft ‘werken aan de algemene gezondheid’ aan, terwijl 20% een ‘betere weerstand’ nastreeft. 11% neemt een supplement met ‘een specifiek doel, zoals sterke botten, betere stoelgang of een beter geheugen’.
Dit is de Top 5 van de Supplement van het Jaar verkiezing

1 vitamine D (20%)
2 magnesium (17%)
3 multivitamine (11,5%)
4 visolie (11%)
5 probiotica (7%)

Over de winnaar: vitamine D
Het lichaam maakt vitamine D zelf aan door de invloed van het zonlicht. Niet iedereen is in staat om voldoende vitamine D aan te maken. De Gezondheidsraad adviseert daarom bepaalde groepen het hele jaar vitamine D suppletie te nemen. Dit geldt voor kinderen van 0-4 jaar, vrouwen ) 50 jaar, mannen ) 70 jaar, personen met een getinte huidskleur, zwangere vrouwen en mensen die onvoldoende aan zonlicht worden blootgesteld. Een voedingssupplement van 10 microgram (g) per dag is voldoende, maar voor vrouwen en mannen vanaf 70 jaar geldt als dagelijkse dosis 20 g.

Vitamine D verdient meer aandacht
Ondanks het advies van de Gezondheidsraad voor bepaalde groepen kan vitamine D meer aandacht gebruiken. Dat blijkt uit het in oktober vorig jaar gepubliceerde achtergrondrapport ‘de eerste 2 jaar van de voedselconsumptiepeiling 2012-2016’ van het RIVM. Vooral 50+ vrouwen en 70+ mannen volgen het advies nog beperkt op. Slechts 48% van de 50+ vrouwen neemt in de winter een vitamine-D-supplement en 38% in de zomer. Het aantal vrouwen dat vitamine-D-suppletie gebruikt is niet toegenomen in vergelijking met de voedselconsumptiepeiling 2007-2010. Bij de 70+ mannen liggen deze getallen nog lager. 20% van de 70+ mannen gebruikt in de winter een vitamine-D-supplement en 15% in de zomer. Van de kinderen van 1-3 jaar gebruikt 70% in de winter en 65% in de zomer een vitamine-D-supplement.

Gezondheidswinst behalen
Met vitamine D is veel gezondheidswinst te behalen. Ons lichaam heeft vitamine D nodig voor sterke botten en tanden, maar is ook belangrijk om de weerstand en de spierkracht op peil te houden. Ook voor mensen die een winterdipje hebben of wat neerslachtig zijn, kan extra vitamine D ondersteuning bieden.

Oogziekte keratoconus komt veel vaker voor dan gedacht

De progressieve oogaandoening keratoconus, waarbij het hoornvlies van vorm verandert waardoor patiënten steeds slechter gaan zien, komt in Nederland vijf keer zo vaak voor als tot dusver werd gedacht. Dit is één van de bevindingen van het promotieonderzoek door Daniel Godefrooij van het UMC Utrecht.

Tot recent werd – op basis van een Amerikaanse studie uit 1986 – aangenomen dat er in Nederland ruim 9.000 personen (54,5 per 100.000) zijn met de oogaandoening keratoconus. Uit de nieuwe studie blijkt dat het aantal patiënten in werkelijkheid ongeveer 45.000 bedraagt (265 per 100.000). Bovendien blijkt dat er jaarlijks ongeveer 2.200 nieuwe patiënten (13,3 per 100.000) bij komen en dat de gemiddelde leeftijd op het moment van diagnose 28,3 jaar is.

Gegevens verzekeraar

Godefrooij gebruikte voor zijn berekeningen geanonimiseerde gegevens uit het klantenbestand van de grootste Nederlandse zorgverzekeraar (Achmea). Hierdoor konden de gegevens worden geanalyseerd tussen  2011 en 2014 van 1.6 miljoen verzekerden in Nederland tussen 10 en 40 jaar, de leeftijd waarop de meeste patiënten last van de aandoening beginnen te krijgen. Op basis van het aantal bij de verzekeraar bekende ziektegevallen kon worden berekend hoeveel patiënten er in totaal zijn én hoeveel nieuwe patiënten er per jaar bijkomen.

Grotere ziektelast

Daniel Godefrooij zegt hierover: “Omdat we met dit onderzoek hebben laten zien dat keratoconus véél vaker voorkomt dan we dachten, wordt duidelijk dat de ziektelast door deze aandoening groot is. Gelukkig kan de ziekte worden geremd door middel van de crosslinking behandeling. Deze behandeling voorkomt dat keratoconus erger wordt en dat mensen slecht gaan zien en een hoornvliestransplantatie moeten ondergaan.”

De belangrijkste oorzaak voor het feit dat keratoconus nu véél vaker wordt vastgesteld dan voorheen is volgens Godefrooij waarschijnlijk de introductie van digitale diagnostische beeldvormingstechnieken die tegenwoordig worden gebruikt in de oogheelkunde.

UMC Utrecht grootste centrum

Het UMC Utrecht loopt voorop bij de diagnose en behandeling van keratoconus en is met meer dan 600 uitgevoerde crosslinking behandelingen het grootste centrum in Nederland. De afdeling Oogheelkunde van het ziekenhuis voert structureel onderzoek uit naar de verschillende behandelingen van keratoconus. Ook is er een team van hoornvliesspecialisten en gespecialiseerde optometristen dat maatwerk levert aan elke patiënt.

Keratoconus

Keratoconus is een progressieve oogaandoening waarbij het hoornvlies dunner wordt en kegelvormig wordt (in plaats van de normale bolvorm), waardoor het zicht wordt aantast. De aandoening kan bij het merendeel van de patiënten worden gecorrigeerd met harde contactlenzen of sclera lenzen. Een hoornvliestransplantatie is nodig als er littekens in het hoornvlies zijn of problemen ontstaan waardoor de contactlenzen of sclera lenzen niet meer voldoen.

Promotir

Daniel Godefrooij (Utrecht, 1987) promoveert op 2 februari 2017 in het Academiegebouw te Utrecht (promotor: prof. dr. Saskia Imhof; copromotoren: dr. Robert Wisse en dr. Ardine de Wit) op het proefschrift “Keratoconus: epidemiology, treatment effects and economic evaluation.” De resultaten over de incidentie en prevalentie van keratoconus in Nederland zijn vorige maand gepubliceerd in het American Journal of Ophthalmology. Daniel werkt als arts-onderzoeker op de afdeling Oogheelkunde van het UMC Utrecht.