Senioren dol op hun huisarts

Senioren dol op hun huisarts Nederlanders boven de 65 jaar zijn erg tevreden over hun huisarts. De artsen van nu krijgen hoge cijfers voor zowel sociale vaardigheden als vakkennis. In de afgelopen vijftig jaar is het vak sterk veranderd. Nieuwe technieken geven winst, maar ook risico’s. Dit blijkt uit onderzoek door KBO-PCOB, de grootste seniorenorganisatie van Nederland.

Zeventien jaar, zo lang komen senioren gemiddeld bij hun vaste huisarts. Zo’n vier keer per jaar komen ze op consult. Ze geven hem of haar het rapportcijfer 8,1 voor sociale vaardigheden en vakkennis. De arts verwijst goed door volgens 95% van de respondenten en 91% vindt de praktijk goed bereikbaar.

Manon Vanderkaa, directeur KBO-PCOB: “Het vak van huisarts is onmiskenbaar veranderd in de afgelopen decennia. De huisarts van nu is minder afstandelijk en autoritair; hij luistert beter, is gemakkelijker benaderbaar en meer betrokken. Onze leden geven aan dit prettig te vinden.”

Een consult duurt gemiddeld 11 minuten; acht van de tien senioren vinden dat voldoende. Na afloop heeft 85% van hen het gevoel een volledig antwoord te hebben gekregen op hun vragen. Toch is er ook ruimte voor verbetering. Senioren betreuren het dat artsen minder dan vroeger aan huisbezoeken doen en door de hogere werkdruk minder tijd hebben voor hun patiënten.

Internet en nieuwe techniek
Een kwart van de senioren zoekt online naar gezondheidsinformatie. De meesten gebruiken Google, of ze zoeken op sites als Thuisarts, Gezondheidsnet en -plein, de Apotheker, huisarts.nl, Wikipedia en sites van ziekenhuizen en zorgverzekeraars.

Meer uitkomsten over ouderen en digitale techniek vanuit dit onderzoek, zijn:
– 60% zoekt na afloop van een consult online informatie over wat er besproken is.
– 30% wil best ‘beeldbellen’ met hun arts, om niet langs te hoeven gaan.
– 12% kreeg een gezondheidsvraag via internet beantwoord, zodat een gesprek met de huisarts niet meer nodig was.

“Internet en nieuwe technieken geven onmiskenbaar kansen voor artsen en senioren. Toch zijn er ook risico’s, want veel ouderen zijn nog niet online. Deze cijfers wijzen uit dat praktijkconsulten niet zomaar vervangen kunnen worden door digitale consulten”, aldus Manon Vanderkaa.

Groeiend aantal gezondheidsministers: samenwerken op medicijnbeleid

Beeld: ©Ministerie VWS

Het huidige systeem van medicijnontwikkeling is niet duurzaam. De betaalbaarheid van nieuwe medicijnen komt steeds verder onder druk als we niets veranderen. De aanwezige landen vandaag in Parijs hebben de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) gevraagd ondersteuning te bieden bij de noodzakelijke veranderingen. Namens Nederland was minister Edith Schippers (VWS) aanwezig bij deze mondiale bijeenkomst.

Samen optrekken moet ervoor zorgen dat nieuwe innovatieve medicijnen wereldwijd sneller beschikbaar worden voor de patient, tegen lagere en aanvaardbare prijzen, beter inzichtelijk is welke nieuwe medicijnen eraan komen en nieuwe businessmodellen worden ontwikkeld. Binnen de OESO is een platform dat zich hierover buigt, waar Nederland aan deelneemt.

“De internationale wind is echt aan het veranderen, het aantal landen dat aandringt op verandering groeit snel”, aldus Schippers. “Dat heb ik ook hier vandaag in Parijs gemerkt”.

Naast de aanwezige Europese landen steunden onder andere ook Canada, Chili, Australië, Israel, Zuid-Korea en Japan het idee om samen op te trekken.

29 miljoen euro subsidie voor onderzoek naar virale longontsteking

Een internationaal onderzoeksconsortium, waaronder het UMC Utrecht, heeft een Europese subsidie ontvangen van € 29 miljoen voor onderzoek naar ernstige longaandoeningen veroorzaakt door het respiratoir syncytieel virus (RSV). Deze infectie komt vooral voor bij baby’s en ouderen en recentelijk nog lagen overal in Nederland de kinder-IC’s vol door de jaarlijkse RSV epidemie.

Onder leiding van de Universiteit van Edinburgh streeft het RSV Consortium in Europe (RESCEU) ernaar beter inzicht in en behandeling van RSV. Internationale teams gaan de totale omvang van het probleem in Europa vaststellen, iets wat op dit moment nog onbekend is. Onderzoekers van 18 universiteiten, gezondheidsinstituten (waaronder het UMC Utrecht, UMC Groningen en het RIVM) en farmaceutische bedrijven zullen in samenwerking statistieken verzamelen van het jaarlijkse aantal RSV-gevallen in Europa. Tenslotte bestuderen de onderzoekers de economische gevolgen en de druk die deze aandoening legt op de gezondheidszorg.

Hiermee zal de groep ‘best-practice’-richtlijnen opstellen om de wijze waarop de met RSV gepaard gaande ziekte in Europa in beeld wordt gebracht te verbeteren en advies te geven over toekomstige vaccinatieprogramma’s. Dit consortium wil ervoor zorgen dat beslissingen over preventie van en behandelbeleid voor RSV gebaseerd worden op duidelijk bewijs en zonder onnodige vertraging genomen kunnen worden. De groep wil daarnaast een kader opstellen voor studies in heel Europa naar nieuwe medicijnen en vaccins om de ziekte beter te kunnen behandelen en zelfs voorkomen.

Bijdrage UMC Utrecht

Van het totale budget van € 29 miljoen gaat € 2,5 miljoen naar het UMC Utrecht. Hiermee zullen onder leiding van kinderinfectioloog prof. dr. Louis Bont een drietal internationale epidemiologische studies worden uitgevoerd naar de ziektelast door RSV in diverse populaties. Het betreft hier studies bij baby’s (hiervoor zullen 10,000 baby’s met RSV-infectie worden gevolgd), ouderen (1000 patiënten) en patiënten met longemfyseem (500 patiënten). Tenslotte zal het UMC Utrecht een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van biomarkers, waarmee het beloop van de infectie beter kan worden gevolgd.

Louis Bont: “Nu is het moment om een tandje bij te zetten in onze strijd tegen RSV-infectie. Met meer dan 60 kandidaat-vaccins in klinische ontwikkeling is de kans groot dat binnen de komende vijf tot zeven jaar een RSV-vaccin beschikbaar zal komen. Bovendien wordt ook een reeks behandelingen voor RSV ontwikkeld. Door onze bevindingen leren we hoe deze interventies het beste kunnen worden geïntroduceerd, niet alleen in Europa maar ook in de rest van de wereld.”

Ademhalingsmoeilijkheden en ‘piepende’ longen

RSV-infectie veroorzaakt ademhalingsmoeilijkheden en piepende ademhaling en kan resulteren in ernstige ademhalingsaandoeningen, zoals bronchiolitis en longontsteking. Ziekten veroorzaakt door RSV komen per jaar naar schatting voor bij ruim 30 miljoen jonge kinderen, ouderen en andere kwetsbare groepen over de hele wereld. Er zijn geen specifieke behandelingen voor RSV en er bestaat geen vaccin voor. De huidige behandelingen zijn gericht op het verlichten van de symptomen van de infectie.