Landelijke enquête: welke geneeswijze past het beste bij mijn kwaal?

Jaarlijks maken één miljoen Nederlanders gebruik van integrale gezondheidszorg: een combinatie van reguliere en complementaire zorg. Maar welke complementaire/alternatieve geneeswijzen (CAM) geven de meeste kans op een positief resultaat? Het antwoord is vaak lastig te vinden, omdat deze gegevens nergens worden verzameld. Daarom start een digitale enquête onder het Nederlandse publiek.

“Er is grote behoefte aan gegevens die niemand verzamelt”, zegt Hetty van Doorn van de Infolijn Alternatieve Geneeswijzen. “Onze vrijwilligers krijgen al 30 jaar dagelijks de vraag: ‘Welke geneeswijze helpt het beste bij mijn kwaal?’ Het blijkt heel moeilijk en tijdrovend om deze informatie helder te krijgen. Terwijl dit toch van groot belang is voor patiënten/consumenten en in tweede instantie ook voor verzekeraars, verwijzers en hulpverleners. Wij weten uit cijfers van het CBS dat één miljoen mensen per jaar een complementaire hulpverlener bezoeken. Dat doen ze omdat ze er baat bij hebben. In de media hoor je vooral over wat er fout gaat in de CAM-sector. Niemand verzamelt wat goed gaat.”

Stichting Gezond Leven, medeoprichter van de Infolijn AG, heeft daarom besloten deze gegevens te gaan verzamelen via een digitale enquête. Het Louis Bolk Instituut zal de geanonimiseerde gegevens vervolgens op wetenschappelijke wijze statistisch verwerken. De uitkomsten zullen in 2018 breed worden gedeeld met het publiek.

De enquête moet ertoe leiden dat patiënten beter en sneller worden verwezen naar de geneeswijze met de meeste kans op resultaat. Daarnaast hoopt de Infolijn AG dat het onderzoek een bijdrage levert aan erkenning van gekwalificeerde CAM-hulpverleners en aan het opzetten van een integrale zorgverzekering die kosteneffectief is. De verwachting is dat de uitkomsten ook aanleiding zullen zijn voor gericht vervolgonderzoek.

Voor meer informatie en de enquête: https://infolijn-alternatieve-geneeswijzen.nl/

NU’91 en 10.000 zorgprofessionals luiden noodklok tijdens zorgdebat

Voorafgaand aan het eerste zorgdebat met het nieuwe kabinet op woensdag 1 november, overhandigt NU’91 voorzitter Monique Kempff namens zorgprofessionals 10.000 brieven aan PvDA fractievoorzitter Lodewijk Asscher. De overhandiging vindt rond 10.00 uur plaats in de Statenpassage van de Tweede Kamer. Het regeerakkoord Rutte III zorgt voor veel onrust onder de zorgprofessionals in Nederland. Waar na jaren van bezuinigingen gehoopt werd op positieve berichten vanuit Den Haag, blijkt het tegendeel de waarheid.

Hoewel het natuurlijk prachtig is dat er veel aandacht is voor de ouderenzorg, is het regeerakkoord een totale ontkenning van de andere sectoren in de zorg zoals de gehandicaptenzorg, de geestelijke gezondheidszorg en de ziekenhuiszorg. Ook in deze sectoren is de rek er na jaren van bezuinigingen behoorlijk uit; de werkdruk is ongekend – wellicht gevaarlijk – hoog, de efficiëntieslag kan echt niet efficiënter en het tekort aan voldoende gekwalificeerde zorgprofessionals loopt steeds verder op.

De zorgprofessionals roepen het kabinet op de zorg en de zorgen van zorgprofessionals serieus te nemen en het beleid aan te passen aan de werkelijkheid. Lodewijk Asscher neemt de noodkreet van de zorgprofessionals mee tijdens het zorgdebat.

“Ambulance komt op de SEH met een patiënt. Oh goedenavond mevrouw. Heeft u pijn op uw borst? Wat vervelend. Hoe oud bent u? Oei, 80 jaar. Dan kunnen we u geen behandeling aanbieden. Uw zorgverzekeraar vindt de kosten en de winst van levensverwachting niet overeenkomen. We gaan goed voor u zorgen, maar behandelen u niet meer”; aldus een NU’91 lid.

Wat als er straks geen verpleegkundigen en verzorgenden meer zijn? Als er geen studenten meer kiezen voor een zorgopleiding en de zorgprofessionals ver voor hun 67ste opgebrand zijn? NU’91 roept samen met 10.000 zorgprofessionals Rutte III op het niet zover te laten komen.

Gezondheid belangrijkste reden om te stoppen met roken

Zorgen om de gezondheid van hun kinderen en de eigen gezondheid waren in 2016 voor rokers de belangrijkste redenen om te stoppen met roken. Daarna was advies en aansporing van een zorgverlener een belangrijke motivatie om het roken te staken. Dat blijkt uit de aanvullende module Middelen van de Leefstijlmonitor (LSM-A Middelen) die het Trimbos-instituut tweejaarlijks afneemt in samenwerking met het CBS en het RIVM.

Een derde van de rokende Nederlanders van 18 jaar of ouder deed in 2016 een serieuze stoppoging. Dat is ongeveer evenveel als in de twee jaar daarvoor. Het zijn vooral de zorgen om de gezondheid van hun kinderen (91 procent) en de eigen gezondheid (87 procent) die voor rokers redenen kunnen zijn om te (willen) stoppen met roken.

Van gezondheidswaarschuwingen op verpakkingen en mediacampagnes zegt ongeveer 21 procent van de rokers dat het hen motiveerde of zal motiveren om te stoppen.

Advies zorgverlener

Een deel van de rokers werd aangespoord door een zorgverlener om te stoppen met roken. Denk bijvoorbeeld aan een huisarts, medisch specialist, psycholoog, tandarts of verloskundige. Van de rokers die in de 12 maanden voorafgaand aan het onderzoek minimaal één keer contact hebben gehad met zo’n zorgverlener, kreeg een derde het advies om te stoppen. Laagopgeleide, oudere en/of dagelijkse rokers kregen vaker een stopadvies dan de overige rokers. Het advies zou voor ongeveer drie kwart van de rokers een reden kunnen zijn om te (willen) stoppen met roken.

De rokers die een stopadvies kregen van de zorgverlener, werd in 37 procent van de gevallen geadviseerd een hulpmiddel als een nicotinevervanger of elektronische sigaret te gebruiken, professionele begeleiding te gaan zoeken of online hulpprogramma’s of (mobiele) apps toe te gaan passen.

Stoppen loont altijd

Stoppen met roken heeft op alle leeftijden een positief effect, blijkt uit recent onderzoek van het CBS en het Trimbos-instituut. Van rokers die rond hun 50ste stoppen, halveert het sterfterisico. Uit het onderzoek blijkt dat een op de vier zware rokers voor zijn of haar 65ste verjaardag overlijdt. Van zware rokers (meer dan twintig sigaretten per dag) is de levensverwachting gemiddeld 13 jaar korter dan van nooit-rokers.

Daling aandeel rokers

Bijna een kwart(24 procent) van de Nederlandse volwassenen gaf in 2016 aan (wel eens) te roken, een lichte daling ten opzichte van 2015 toen 26 procent dit opgaf. Ongeveer een derde van de volwassenen is een ex-roker en het grootste deel(44 procent) van de Nederlanders van 18 jaar en ouder zegt helemaal nooit te hebben gerookt.

Klein deel rokers gebruikt e-sigaret

Iets meer dan drie kwart(77 procent) van de rokende volwassenen rookt dagelijks. Zij roken vooral sigaretten uit een pakje(74 procent). 40 procent rookt (ook) shag en 18 procent zelfgemaakte sigaretten. Mannen roker vaker shag, vrouwen vaker sigaretten uit een pakje of zelfgemaakte sigaretten. Een klein deel van de volwassenen(3 procent) had in 2016 wel eens een e-sigaret gebruikt.