Vers bloed niet beter dan bewaard bloed

bloedVoor bloedtransfusies bij ernstig zieke patiënten is vers bloed niet beter dan langer bewaard bloed. Dat is de conclusie van de grootste internationale, gerandomiseerde studie tot nu toe uitgevoerd, waarbij vanuit Nederland zeven ziekenhuizen en Sanquin Bloedvoorziening deelnamen. De resultaten zijn dinsdag gepubliceerd in de New England Journal of Medicine. Al jaren is er controverse over een mogelijk voordeel van vers bloed. Uit deze studie blijkt dat verse rode bloedcellen niet tot meer overleving leiden. Het twistpunt lijkt daarmee geslecht. De uitkomst betekent dat er voor behandelaren geen reden is om per se verse rode bloedcellen te bestellen, en voor de bloedbank geen noodzaak om de houdbaarheidstermijn van bloed te verkorten.

Het in Canada geïnitieerde onderzoek werd uitgevoerd onder 2430 ernstig zieke patiënten op intensive care afdelingen van zeven Nederlandse ziekenhuizen die een bloedtransfusie nodig hadden. De patiënten werden verdeeld over twee gelijke groepen. De ene helft kreeg bloed dat maximaal zeven dagen daarvoor was afgenomen. Voor de andere helft werd de gebruikelijke ziekenhuispraktijk gevolgd: de oudste bloedzak werd het eerst gepakt. Gemiddeld was dit bloed 22 dagen bewaard, met een maximum van 35 dagen. Sanquin voorzag voor deze studie de ziekenhuizen twee maal per week met bloed van twee à drie dagen oud. Het onderzoek verliep dubbelblind, de afnamedatum was niet zichtbaar voor de behandelaren.

Geen verschil
“Deze studie is uitgevoerd bij een vaak oudere en veelal kwetsbare patiëntengroep, omdat we verwachtten dat een eventueel voordeel van vers bloed bij deze patiënten het best aan het licht zou komen”, legt Nardo van de Meer uit. De intensivist van het Amphia Ziekenhuis uit Breda, Oosterhout en Etten-Leur coördineerde de studie voor de zeven deelnemende Nederlandse ziekenhuizen. De patiënten werden drie maanden lang gevolgd. “Ongeveer evenveel patiënten waren nog in leven,763 in de groep met vers bloed om 789 in de groep met langer bewaard bloed. Beide groepen liepen evenveel infecties op. Ook als we de patiënten onderverdeelden naar leeftijd, ernst of aard van de ziekte gaf vers bloed geen voordeel”.

Goed voor de bloedvoorziening
“Rode bloedcellen gaan achteruit in kwaliteit als je ze bewaart”, zegt Leo van de Watering, coördinator vanuit Sanquin. “Dat kan je met allerlei labtesten aantonen, maar of het ook kwaad kan voor de patiënt was niet duidelijk”. Eerdere studies waarin vers bloed beter uit de bus kwam waren allemaal terugkijkstudies, waarin de patiëntengroepen die met elkaar werden vergeleken achteraf bij elkaar werden gezocht. Hierbij bleek vaak een vertekend beeld te zijn ontstaan. Recente kleinere gerandomiseerde studies suggereerden echter al dat bloedtransfusies met vers bloed niet beter zijn. “Het resultaat van deze grote studie is goed nieuws voor de gezondheidszorg. De bewaartermijn van rode bloedcellen kan blijven zoals die is, in Nederland is dat maximaal 35 dagen.”

Iedere dag 1000 extra tbc-patienten

Volgens een vandaag uitgebracht rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie Europa (WHO Europe) en het European Centre for Disease Prevention and Control (ECDC) krijgen jaarlijks 360.000 Europeanen de ziekte tuberculose. In 2013 stierven in totaal 38.000 Europeanen aan tuberculose. Hoewel het aantal patiënten in de hele Europese regio met 6% daalde, blijft de opkomst en verspreiding van medicijnresistente tuberculose een enorm probleem. Een Europese aanpak is dan ook hard nodig.

“Resistente tuberculose* wordt steeds meer erkend als een mondiale volksgezondheidscrisis. Deze vorm van tbc is ongevoelig voor belangrijke tbc-medicijnen en is daardoor moeilijker te behandelen én dodelijker,” aldus algemeen directeur Kitty van Weezenbeek van KNCV Tuberculosefonds. Uit de nieuwe Europese cijfers blijkt dat slechts 50% van alle multiresistente* (MDR)-tbc patiënten de juiste diagnose krijgt en maar de helft van hen succesvol behandeld wordt. Een onbehandelde persoon met tuberculose kan per jaar vele andere mensen besmetten, waarbij de ziekte zich niet door grenzen laat tegenhouden.

Kennis is een belangrijk wapen in de strijd, waarbij Nederland een erkende gidsrol heeft. Van 26 tot en met 29 mei vindt in Den Haag het Wolfheze congres plaats, waar 53 landen uit de Europese regio vertegenwoordigd zijn om kennis te delen en een gezamenlijke aanpak te bespreken.

Tuberculose in Nederland licht afgenomen
Het aantal gevallen van tuberculose in Nederland is het afgelopen jaar licht afgenomen. Volgens de cijfers van het RIVM werd in 2014 bij 823 mensen tuberculose vastgesteld. In 2013 waren het er nog 844. Bijna driekwart van het aantal tbc-patiënten in 2014 was geboren in het buitenland (73%). De grootste groep patiënten geboren in het buitenland was afkomstig uit Somalië, gevolgd door patiënten afkomstig uit Marokko en Eritrea. MDR-tbc werd in 2014 vastgesteld bij zes patiënten (17 in 2013).

Ondanks de lichte daling van het aantal tbc-patiënten, krijgen iedere dag nog twee patienten in Nederland de diagnose tuberculose. Kennis en alertheid van gezondheidswerkers blijft dus cruciaal om de besmettelijke ziekte onder controle te houden. Met vroegtijdige opsporing en adequate behandeling blijven hoge maatschappelijke kosten beperkt. Meer patiënten voltooiden hun behandeling met succes (91% in 2013 ten opzichte van 85% in 2012). Dat betekent dat de zorg voor de tbc-patiënt, mede door ondersteuning van de GGD, goed georganiseerd is in Nederland.

Gelijktijdig gebruik van kruidenpreparaten en geneesmiddelen soms riskant

acetylsalicylzuurHet RIVM en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) raden consumenten die kruidenpreparaten in combinatie met geneesmiddelen gebruiken aan om vóór het gebruik advies in te winnen bij hun arts of apotheker. Uit onderzoek blijkt namelijk dat bepaalde combinaties van kruidenpreparaten en geneesmiddelen gezondheidsrisico’s kunnen veroorzaken. Sommige kruidenpreparaten en geneesmiddelen werken elkaar tegen, waardoor de middelen minder effectief zijn. Zo kunnen preparaten met sint-janskruid de werking van middelen die gebruikt worden bij chemotherapie remmen. Ook komt het voor dat kruidenpreparaten en geneesmiddelen elkaar juist versterken, waardoor de kans op bijwerkingen groter wordt. Het RIVM heeft in opdracht van de NVWA voor een tiental kruidenpreparaten op basis van klinische onderzoeken bekeken hoe groot de gezondheidsrisico’s zijn. Het gaat om kruidenpreparaten met Amerikaanse ginseng, danshen (rode salie), geelwortel, ginkgo, groene thee, knoflook, mariadistel, sint-janskruid, valeriaan en (rode) zonnehoed. Bijvoorbeeld voor sint-janskruid zijn ernstige interacties beschreven. Daarnaast zijn mogelijke effecten op de bloedstolling gevonden voor kruidenpreparaten met Amerikaanse ginseng, danshen, ginkgo, geelwortel en knoflook. Voorzichtigheid is daarom geboden bij het gebruik van deze kruidenpreparaten.