Meer mogelijkheden wetenschappelijk onderzoek met kinderen

schippersDe Eerste Kamer heeft ingestemd met het voorstel van minister Edith Schippers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen te wijzigen. Hiermee is voorlopig een eind gekomen aan 10 jaar parlementair en maatschappelijk debat.

Toekomstige patiënten

De wijziging betekent een verruiming van de mogelijkheden om onderzoek te doen met kinderen en meerderjarige wilsonbekwamen. Het gaat om onderzoek dat niet direct ten goede komt aan de proefpersoon zelf, maar wel in het belang is van toekomstige patiënten. Voorwaarde is dan dat de belasting hooguit minimaal meer mag zijn dan de op dat moment gangbare standaard behandeling. Bijvoorbeeld een extra buisje bloed afnemen, een scan maken of een biopt nemen.

Minister Schippers is blij met deze verruiming: “Het gaat bijvoorbeeld om onderzoek naar nieuwe behandelingen voor ernstig zieke kinderen. Dit kan perspectief bieden voor toekomstige patiënten en het geeft wetenschappers meer ruimte in hun zoektocht naar innovatieve therapieën”.

Toetsing vooraf

De verruiming was bepleit door onderzoekers en de centrale commissie mensgebonden onderzoek, en wordt gesteund door artsen en patiëntenverenigingen. Onderzoeksvoorstellen worden vooraf getoetst door een medisch-ethische commissie. Essentieel is ook dat proefpersonen goed worden geïnformeerd en instemmen met deelname. Vanaf 16 jaar mag een kind zelfstandig besluiten om mee te werken. Tot die leeftijd en bij meerderjarige wilsonbekwamen moeten ouders of naaste familieleden altijd eerst toestemming geven.

Meetinstrument zorgverzekeraars nadelig voor patiënten

De behandelindex, het behandelgemiddelde dat zorgverzekeraars gebruiken als meetinstrument om fysiotherapeuten en andere zorgverleners te bewegen het gemiddeld aantal behandelingen per klacht of aandoening te verminderen, leidt landelijk tot steeds meer protest. Patiënten zijn de dupe.

“Door het gebruik van de behandelindex in contracten met fysiotherapeuten gaan zorgverzekeraars zich steeds meer bemoeien met het medisch-professionele oordeel van hoogopgeleide zorgverleners. Zo bepalen zorgverzekeraars in feite hoeveel behandelingen een patiënt mag krijgen. Het gevolg is dat noodzakelijke behandelingen voortijdig worden stopgezet. Een uiterst onwenselijke situatie voor zowel patiënten als de kwaliteit van de zorg in het algemeen”, aldus KNGF-voorzitter Guusje ter Horst.
Niet alleen de behandelindex, maar ook talloze andere bepalingen die zorgverzekeraars aan fysiotherapeuten opleggen, werken beperkend bij de beroepsuitoefening van veel zorgverleners en zijn uiteindelijk in het nadeel van de patiënt. Niet naleven van deze bepalingen komt de overtredende zorgverlener op boetes en strafkortingen te staan. Zo komt het regelmatig voor dat zorgverzekeraars per contract een omzetplafond vaststellen. Overschrijdt de praktijkhouder dat maximum, dan krijgt hij een strafkorting op het behandeltarief opgelegd. Los daarvan verschillen zorgcontracten per verzekeraar, zodat zorgverleners steeds weer andere behandelnormen moeten hanteren en daardoor met enorme administratieve lasten worden opgezadeld. Het is daarnaast zo dat zorgverzekeraars hun berekeningsmethoden niet vrij willen geven, zodat een zorgverlener nooit kan bepalen of de uitkomsten kloppen.

“Met dergelijke contractbepalingen is het zo langzamerhand onwerkbaar geworden voor een gemiddelde praktijk. Temeer daar het behandeltarief al meer dan tien jaar onveranderd is gebleven en zelfs niet geïndexeerd wordt. Zo hollen praktijken achteruit en komt de kwaliteit onder druk te staan. Daarbij komt dat verzekeraars weigeren om met praktijken te onderhandelen, zoals in een systeem van marktwerking zou moeten kunnen. Fysiotherapeuten moeten tekenen bij het kruisje. Ze kunnen dus geen kant op”, stelt de KNGF-voorzitter.
“Verzekeraars hebben de wettelijke taak om zorg doelmatig en efficiënt in te kopen. Echter, het slaat door als de behandelindex als afrekeninstrument wordt gebruikt, zonder daarbij te letten op de kwaliteit en dus het patiënten welzijn.”

Omdat voor het KNGF en haar 20.000 leden de maat vol is, roept deze beroepsorganisatie vandaag per brief de Patiëntenfederatie, Zorgverzekeraars Nederland en de zorgverzekeraars op tot spoedoverleg om deze onhoudbare situatie op te lossen. In deze brief stelt de KNGF-voorzitter voor een gezamenlijke opdracht te geven aan een onafhankelijke, ter zake deskundige organisatie om gericht onderzoek te doen naar een objectieve indicator voor mogelijke afwijkingen in kwaliteit of doelmatigheid. Dit instrument dient volgens haar in 2018 collectief gehanteerd te worden.

‘Digitale applicaties bepalen toekomst Nederlandse zorgaanbieders’

Care2App Omaha“Digitale applicaties op smartphones en tablets gaan binnenkort de hoofdrol spelen in Nederland om de kwaliteit en effectiviteit van de zorg te borgen: praktisch, procedureel en wettelijk. Wijkverpleegkundigen gaan bijvoorbeeld via applicaties zorgplannen, rapportages en metingen opstellen en invoeren. Dat gaan we binnen nu en 12 maanden zien.” Dat zegt Bas van Nieuwkerk, CEO van TTS Technology To Serve, gespecialiseerd in software voor de zorgsector, tijdens de lancering van de Care2App Suite. “We staan aan het begin van de tweede grote digitale revolutie in de zorg; een logisch gevolg van de internationale digitalisering. Apps gaan onvermijdelijk de toekomst bepalen voor alle zorgaanbieders.”

Hefboom naar betere en effectievere zorg
De opkomst van doelgerichte applicaties in de zorgsector is een internationale trend. “Apps gaan de hefboom vormen naar betere en effectievere zorg. Met doelgerichte, intuïtieve apps kunnen namelijk essentiële verbeterslagen worden gemaakt voor specifieke zorgprocessen. Technologische innovaties die een proces kunnen verbeteren zijn bovendien met applicaties sneller te implementeren.” Apps bieden volgens technologische wereldspelers, zorgdeskundigen en eindgebruikers de flexibiliteit, snelheid en nieuwe mogelijkheden om de zorg en aanverwante processen te verbeteren. “De toepassing van applicaties gaat zorgaanbieders tijd en geld besparen, de kwaliteit verhogen en eindgebruikers en cliënten gemak bieden”, aldus Van Nieuwkerk.

Apple, Google, Philips, TTS
“Apple zet met een wereldwijde strategie niet voor niets in op de gezondheidszorg en lanceert de Apple Health Kit”, onderbouwt Van Nieuwkerk. “Google omarmt de digitale applicaties voor de zorg. Philips komt in 2017 met HealthSuite, een platform waarop medische gegevens van patiënten kunnen worden opgeslagen.” Op dit digitale zorgplatform kunnen ook de apps en apparaten van andere leveranciers worden aangesloten. TTS Technology To Serve speelt vandaag al in op de applicatie-revolutie: “Ons administratie- en declaratieplatform Care2Declare sluit nu al aan op apps uit onze eigen Care2App Suite en die van andere leveranciers.”

Apps bieden nagestreefde voortgang
“Het gebruik van apps, die zijn opgebouwd vanuit gebruikerservaringen en zijn gericht op één specifiek proces, gaat de oplossing en voortgang brengen die al tijden wordt nagestreefd in de zorg”, voorspelt Bas van Nieuwkerk. “De tijd van het realiseren van één alles-kunnend-ICT-systeem ligt dan ook al achter ons. Eén softwarepakket kan simpelweg niet tegemoet kan komen aan alle wensen van alle doelgroepen. Zo’n systeem is te log. Het ECD (Elektronisch Cliëntendossier) is hier een voorbeeld van. Het ECD brengt voor veel zorgaanbieders problemen met zich mee: er moet consensus worden bereikt tussen verschillende gebruikersgroepen. De implementatietijden zijn lang en er is sprake van gebrekkige integratie met technische innovaties, waardoor functionaliteiten in het ECD snel achterlopen op de mogelijkheden die de techniek biedt. Met als gevolg een ECD waarin de eindgebruiker zijn weg niet meer kan vinden.” Apps daarentegen zijn intuïtief in gebruik en het werken met apps is eenvoudig aan te leren, ook voor medewerkers die minder digivaardig zijn. Met apps kan een zorgorganisatie sneller inspelen op technologische ontwikkelingen die het zorgproces verbeteren.”

Correcte gegevensuitwisseling
Toepassing van applicaties biedt zorgorganisaties niet alleen de keuzevrijheid om de juiste digitale technieken voor hun processen in te zetten, het vraagt ook om een zorgvuldige data-uitwisseling. Doordat een brede coalitie van partijen in de gezondheidszorg de handen ineen hebben geslagen, wordt gegevensuitwisseling tussen applicaties en systemen in de toekomst eenvoudiger. “In het programma MedMij (www.medmij.nl) worden afspraken gemaakt over standaarden en basiseisen om medische gegevens uit te wisselen. Het recente besluit van de Eerste Kamer om patiënten meer regie over hun gegevens te geven zal hier ook aan bijdragen. Mensen krijgen dan het recht om vanachter de computer hun eigen medische dossier in te zien met als uiteindelijke doel om de patiënt of cliënt zelf regie te geven over zijn gegevens en dossier.” TTS houdt zich aan alle standaarden voor de uitwisseling van gegevens.