NVZ: Tevredenheid ziekenhuiszorg onveranderd hoog

Net als in 2013 waarderen Nederlanders de ziekenhuizen met een 7,4. Deze hoge waardering blijkt uit het tweede consumentenonderzoek van Newcom, namens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ). De tevredenheid stijgt zelfs naar een 7,9 als er persoonlijk contact is geweest met een ziekenhuismedewerker.
De resultaten van het onderzoek staan op www.nvz-zorgimago.nl.

Eigen ervaring
Het merendeel van de ondervraagden vindt ziekenhuizen en hun medewerkers deskundig (80%) en van hoge kwaliteit (75%). Voor het beoordelen van de kwaliteit van zorg vertrouwt de Nederlander het meest op eigen eerdere ervaringen.

Resultaat en veiligheid
Goede ziekenhuiszorg blijkt vooral te draaien om hygiëne, het resultaat van de behandeling en patiëntveiligheid. Uitleg over de behandeling, respect en begrip voor patiënten zijn belangrijke factoren die bijdragen aan een goed imago.

Toegankelijkheid
De ondervraagden vinden korte wachtlijsten belangrijker dan voorheen (48%). Ten opzichte van 2013 steeg het percentage mensen dat wachtlijsten meeweegt in het kwaliteitsoordeel met 12%.

Online informatie
Eenvoudiger dan drie jaar geleden kan men online informatie vinden over de kwaliteit van ziekenhuizen. Echter, nog steeds maar een kwart van de ondervraagden maakt hiervan gebruik. Het eten en inzicht in de prijs van een behandeling vinden consumenten het minst belangrijk.

Kritische blik
Tot slot blijkt uit het onderzoek dat Nederlanders tegenwoordig kritischer kijken naar de zorgsector, maar dat ze in hun gedrag niet of nauwelijks worden beïnvloed door negatieve berichten over de branche. Het merendeel van de patiënten kiest een volgende keer weer voor hetzelfde ziekenhuis.

Newcom ondervroeg ruim duizend patiënten en consumenten naar het beeld dat zij hebben van ziekenhuizen en ziekenhuiszorg. De onderzoeksgroep is een representatieve afspiegeling van de Nederlandse bevolking van 18 jaar en ouder.

Contact maken met een baby of peuter met een ontwikkelingsachterstand

Jonge kinderen leren communiceren in het contact met hun ouders, maar beperkingen van het kind kunnen de groei van dat contact belemmeren. In september start Stichting Milo op verschillende plaatsen in Nederland nieuwe ComOOK groepen voor deze ouders. ComOOK is een vroeginterventie programma dat met individuele adviezen steun biedt aan ouders en hun kinderen in de eigen thuissituatie. Het programma duurt circa 14 weken.

Met het programma Communicatie Ondersteuning voor Ouders van Kinderen met te verwachten ernstige, meervoudige beperkingen (ComOOK) helpt Stichting Milo ouders om ondanks beperkingen toch mogelijkheden en kansen te zien en te gebruiken voor het maken van contact met hun kind.
De kinderen kunnen variëren in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. Er kan sprake zijn van klachten die nog gediagnosticeerd moeten worden, van signalen van ontwikkelingsachterstand of van een syndroom of aandoening zoals Down syndroom, Rett syndroom, Angelman syndroom, Prader-Willie syndroom.

Het ComOOK programma bestaat uit ongeveer 12 huisbezoeken en een 3-tal workshops voor ouders. De huisbezoeken zijn deels ingericht als Video Home Training en deels als behandelsessies. Milo zet een multidisciplinair team in voor de ondersteuning van de ouders. Inmiddels is ervaring opgedaan met een aantal ComOOK trajecten met aan het eind doorgaans zeer tevreden ouders. Zoals Ellen, de moeder van Anna: “Ik ben heel blij voor mijn dochter Anna. Ondanks dat ze niet kan praten, weten we nu dát en hóe Anna ons veel meer kan vertellen dan een jaar geleden en ook hoe we haar hierin het best kunnen ondersteunen. Dit alles dankzij de hulp van Stichting Milo.”

Het ComOOK programma is ontwikkeld door Hans van Balkom van Stichting Milo. Als hoogleraar Ondersteunde Communicatie is hij verbonden aan de Radboud Universiteit. “Samen met de ouders zoeken, banen en verstevigen we een kind-eigen ontwikkel-pad. We maken een inschatting van de ontwikkelingsmogelijkheden en de benodigde ondersteuning voor nu en straks. We leren de ouders hoe ze zicht en inzicht krijgen in de verborgen mogelijkheden van hun kind en hun zelf. Ze ervaren hoe ze met behulp van verschillende communicatie ondersteunende middelen passende gelegenheden en kansen kunnen scheppen om direct in contact te kunnen komen met hun kind en zich daarbij bewust worden van hun rol en inbreng.”

Milo start in september 2016 met nieuwe ComOOK groepen in verschillende regio’s in Nederland. Lees meer over het programma en over de wijze van aanmelden op www.stichtingmilo.nl of neem contact op via 073 – 73 70 287 of info@stichtingmilo.nl. Financiering van het ComOOK programma geschiedt veelal via de Zorgverzekeringswet. In sommige situaties is financiering via de WLZ ook mogelijk.

Over Stichting Milo
Stichting Milo is een kennis- en behandelcentrum voor mensen met een ernstige meervoudige communicatiebeperking. Milo heeft als doel het ontwikkelen, uitvoeren, leveren en garanderen van continuïteit van kennis, cliëntgerichte en cliënt-ondersteunende zorg en dienstverlening op het gebied van Ondersteunde Communicatie. Wij organiseren onze diensten aanvullend aan en ondersteunend in samenwerking met alle betrokkenen in zorg en onderwijs. Deze werkwijze zorgt ervoor dat wij in staat zijn om specialistische kennis bijeen te brengen, verder te ontwikkelen en beter toegankelijk te maken.

Medisch Spectrum Twente plaatst als eerste oplosbare magnesiumstent

In MST Thorax Centrum Twente worden de eerste patiënten in Nederland behandeld met een nieuwe oplosbare magnesiumstent.

Cardiologen verrichten dotter behandelingen om vernauwde kransslagaders te openen. Hierdoor wordt bij patiënten met pijn op de borst of een hartinfarct de toevoer van bloed naar het hartweefsel verbeterd of hersteld. Deze minimaal invasieve behandeling wordt via een minuscule toegang in de slagader van pols of lies verricht.
Meestal word een dun metalen buisje ter plaatse van de vernauwing in de kransslagader geplaatst: een stent. De stent wordt in de zieke kransslagader geschoven en dan ter plaatse van de vernauwing ontplooid. Door de stent word de vernauwing (plaque) met kracht opzij gedrukt en wordt het bloedvat open gehouden. De binnenste laag van weefsel uit de vaatwand groeit dan over de stent heen. Tijdens deze fase van genezing voorkomen medicijnen op de stent dat er teveel weefsel in de stent groeit.

De functie van de stent houdt in principe op nadat de vaatwand is genezen, maar de stent blijft voor altijd in de vaatwand zitten. Hoewel de meeste patiënten geen last van de stent zullen hebben, kunnen hier toch enkele (potentiële) nadelen aan verbonden zijn. Bijvoorbeeld kan een thoraxchirurg later last van een stent ondervinden als hij een bypass wil aansluiten. Ook kan de stent in enkele gevallen lang na de behandeling alsnog vernauwd of afgesloten raken.
Een stent die oplost nadat hij zijn werk heeft gedaan kent deze beperkingen niet.
Zonder permanente stent in de vaatwand zou het behandelde vat na de genezing zelfs kunnen groeien. Bovendien kan het dan minder starre vat met de pulsaties in de bloedbaan meebewegen, wat voor het herstel van de hartspier gunstig kan zijn.
Tot enkele weken geleden waren oplosbare buisjes van kunststof het enige alternatief voor metalen stents. Deze kunststof buisjes gedragen zich zowel in materiaal als gebruik duidelijk anders dan metalen stents. Onder andere dienen zij veel langzamer geïmplanteerd te worden, wat voor patiënten pijnlijker kan zijn.

Sinds enkele weken is er een nieuwe oplosbare stent beschikbaar. Deze voornamelijk uit magnesium bestaande metalen stent verdwijnt al binnen een jaar grotendeels uit het lichaam. Na 2 jaar is hij helemaal verdwenen. Ook deze stent bevat medicijnen om te voorkomen dat de stent dichtgroeit.
Interventiecardiologen van MST Thoraxcentrum Twente, waren door deelname aan internationaal onderzoek nauw bij deze ontwikkeling betrokken. Na het introduceren van deze Magmaris stent werd in Enschede de eerste patiënt in Nederland behandeld met de commercieel beschikbare versie van de magnesium stent.
De 57-jarige patiënt werd na een ongecompliceerde ingreep reeds dezelfde avond naar huis ontslagen. Toen cardioloog prof. C. von Birgelen 2 weken na de ingreep, die door hem en zijn collega cardioloog G. van Houwelingen was verricht, de patiënt voor een routine controle op zijn poli terugzag, was de patiënt nog steeds klachtenvrij en zeer enthousiast over het succes van de behandeling.
Op de vraag of nu alle vernauwingen met de nieuwe stent behandeld kunnen worden merkt von Birgelen op: “Tijdens de eerste weken werden in het thoraxcentrum 3 patiënten succesvol met de nieuwe oplosbare metalen stent behandeld. Wij zijn erg tevreden met de resultaten. Het is ons plan om vooral patiënten met deze stent te behandelen die daar veel voordeel van kunnen hebben. Bij sommige patiënten is dit niet te verwachten. Voor hen is de “gewone” medicijnafgevende stent het betere alternatief. Bovendien zijn niet alle vernauwingen geschikt om met de nieuwe stent behandelen.
In sommige gevallen kan de interventiecardioloog pas na het voorrekken van de vernauwing met een ballonkatheter inschatten of een vernauwing geschikt is voor de implantatie van een nieuwe oplosbare stent. Ook is deze stent nu nog maar in enkele maten beschikbaar waardoor een grootschalig gebruik beperkt is.”

De afdeling cardiologie zal in een eigen medisch onderzoek (studienaam: AMS-Evolution TWENTE) het klinische resultaat volgen van patiënten die met de oplosbare metalen magnesiumstent zijn behandeld. Hierbij zal men zich niet tot het eerste jaar na de ingreep beperken, om zo ook inzicht in de lange termijn veiligheid en potentiële voordelen van behandeling met de nieuwe stent te verkrijgen.
Von Birgelen zegt hierover: “Het onderzoek staat in de traditie van onze vier eerdere TWENTE studies – (de TWENTE, DUTCH PEERS, BIO-RESORT en BIONYX studies) – waarmee wij bij inmiddels meer dan 8000 patiënten veiligheid en effectiviteit van veelbelovende medicijnafgevende stents onderzoeken of hebben onderzocht. De uit deze studies verworven inzichten komen al onze patiënten ten goede!”